Katholiek voor een kledingbon

Fred Canté was een echte jazzliefhebber. Hij kon het niet hebben als mensen gewoon doorpraatten als hij een lp had opgezet....

Fred ‘Cigar’ Canté, op 22 april op 67-jarige leeftijd overleden, was een begenadigd en uiterst precies copywriter; befaamd om simpele slagzinnen als ‘Hé, kijk daar es’ voor de tabak van Brandaris. Maar vóór het zover was, stak hij de ene sigaar na de andere op. Uren worstelde hij met het witte vel in zijn typemachine. Elke keer weer zag hij de ‘grommende deadline’ naderen. Zonder pijn ging het niet. Hij las veel en hield vooral van dichters en schrijvers die – als Nescio – wisten wat eenvoud en schrappen is.

En dan was er de muziek ‘die swingen moest.’ Jazz was zijn passie, hij schreef voor de Volkskrant en gold als ’s werelds grootste kenner van het werk van pianist Thelonious Monk. In 1982 publiceerde hij de discografie Monk on Records, een internationaal standaardwerk dat hij samen met Leen Bijl, had geschreven. Op zijn borst had hij een geboortevlek in de vorm van Afrika: het bewijs dat zijn liefde voor jazz geen toeval was.

Ferdinand Wenceslaus Canté werd in Amsterdam Oud West geboren, zijn vader, van Hugenoten komaf, had een schildersbedrijf en stierf in 1946 aan tbc. Zijn moeder was de dochter van Wenzel Frankenmölle, redacteur van het deftige katholieke dagblad De Tijd. Fred werd Hervormd gedoopt en vertelde graag dat hij op zijn zesde ook katholiek werd gedoopt, omdat je dan van C & A gratis kledingbonnen kreeg.

Thuis hadden ze het niet breed, zijn moeder hertrouwde en werkte als kamermeisje bij Hotel Krasnapolsky. Daar vroeg ze jazzmusici om een handtekening. Om lp’s te kunnen kopen handelde Fred al gauw in postzegels. ’s Avonds zat hij op zijn zolderkamertje. Een enkele keer nam hij de pick-up mee naar beneden, maar zodra iemand begon te praten, ging de klep dicht en verdween hij weer naar boven.

Net als opa, had hij journalist willen worden, maar vlak voor zijn eindexamen mocht hij niet naar school, omdat zijn zusje roodvonk had. Hij ging, zonder hbs-diploma werken, op een verzekeringskantoor. Voor het blad Triangel van Phonogram schreef hij over jazz en werd als schrijver ontdekt door reclamebureau Prad. In 1964 ontmoette hij Tinca. Precies een jaar later trouwden ze, ze kregen twee dochters.

Fred hield niet van verjaardagen, party’s en cafés. Het was ‘tijdverspilling’. Hij was ook niet gek op vakanties en bleef het liefst thuis. Hij reisde in zijn boeken. Vanaf 1970 ging hij freelancen.

Eens in de week ging hij met een vriend eten en naar de film. In januari kreeg de vriend de Top Tien van het afgelopen jaar, er zat nooit een Oscar bij. Met de vriend ging Fred naar een jazzenthousiasteling in Japan die alles van John Coltrane wist. De Japanner noemde hem ‘Frozen Fred’ omdat Fred zijn huis met al die jazz niet uit te branden was. Diezelfde Frozen Fred huilde ieder jaar met Kerstmis dikke tranen als hij zijn dochters het verhaal van Erich Kästner voorlas over een kostschooljongetje dat met Kerstmis toch naar huis mocht.

Fred was een solist, een zachtaardige binnenvetter, altijd vol verhalen en ideeën. Met zijn vriend Chan Blok gaf hij prachtige, kleine boekjes uit. Lichaam en geest lieten hem de afgelopen jaren in de steek. Maar hij zei tegen Tinca: Op mijn begrafenis moet iedereen swingend de aula verlaten. En zo gebeurde het. Met Monk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.