'Katholiek tegen protestant, geen ontkomen aan'

De Kastanjelaan in Heteren, het is nog steeds het allermooiste stukje van de Betuwe, vindt Johan Derksen. Een dijk met aan weers zijden kastanjebomen, met uitzicht op de Rijn en op kasteel Doorwerth en het glooien de landschap aan de overkant....

Het is een ideale dag voor een bezoekje aan zijn geboortestreek. De schapen hebben gelammerd, de fruitbomen staan in bloei, paardenbloemen kleuren de weilanden geel. 'Het is nu bijna onvoorstelbaar, maar toen zeiden de mensen in het westen op zondag tegen elkaar: "Kom, we gaan een middagje door de Betuwe rijden, naar de bloesem kijken." Dat was echt een dagje uit, in de jaren vijftig. Wij, de plattelandsjeugd, noteerden in een schriftje de kentekens van al die auto's. De sport was wie de meeste nummers had. Zo kwam je die vervelende zondagen door.'

Hij is van 'tussen de rivieren'. Letter lijk, maar ook in religieuze zin. Het leven in het kleine dorp Heteren werd bepaald door de strijd tussen katholiek en protestant. De ene helft tegen de andere helft. Er was geen ontkomen aan; in de herinnering van Johan Derksen was er niemand niet-kerkelijk. Er waren gescheiden lagere scholen, er was een katholieke en een protestantse bakker, de katholieke kruidenier heette Vivo en de protestantse Centra.

De familie Derksen was protestant. Johan was bevriend met de kinderen van de huisarts in het dorp, dokter Hendrix, een katholiek. Hij voetbalde in het weiland van de dok ter, hij kwam er veel over de vloer. Op een dag kwam er ook een protestantse dokter in het dorp, dokter Huisman. 'Zonder aarzeling gingen alle protestanten over naar dokter Huisman. Ook wij. Zo ging dat toen.'

De grootste rel die hij ooit heeft meegemaakt: 'Op een keer moest een katholieke jongen trouwen met een protestants meisje. Een schande was dat. Ik heb meneer pastoor nog nooit zo in paniek gezien. Dagelijks zagen we hem knoerthard met zijn brommer door het dorp racen. Op weg naar het huis van die jongen, om de ouders duidelijk te maken dat dat niet kon, trouwen.

'Dat meisje is uiteindelijk naar een of ander instituut gestuurd waar zwangere meisjes zonder man bevielen. Ze is nooit meer teruggekeerd naar het dorp, dat kon niet. Nu zou je er om lachen, maar toen was dat een nationale ramp in zo'n dorp.'

We stoppen even voor zijn ouderlijk huis. Het voorkamertje dat destijds in gebruik was als politiepost, het kantoor van zijn vader, is nog intact. Nu hangen er posters voor verzekeringen voor het raam. Derksens vader was postcommandant in Heteren, de enige politieagent van het dorp. Voor zoon Johan, enig kind, was dat geen pretje. Hij had namelijk, volgens zijn vader, een 'geweldige voorbeeldfunctie'. 'Het was verboden op straat te voetballen. Dat deden we soms toch. En dan kwam mijn vader langs op zijn fiets en nam ie de bal in beslag. Mijn bal. Zijn eigen bal. Dat soort belangrijke beslissingen nam hij.'

'Wat kon je nou helemaal uithalen, als kind in de jaren vijftig? Kattenkwaad, meer niet. Appels jatten of zo. Je klom over het hek van een 'bongerd' en je plukt een appel of een peer van een boom. Maar dat was in die tijd al een reden om de politie te bellen. Dan werd er gezegd: en het zoontje van Derksen was er ook bij. Ik kreeg dan op mijn donder. Want dat kon niet hè, het zoontje van de politiecommandant, die een appel jatte. Dat was een schande.'

Hij had geen goede relatie met zijn vader. Hij was een 'extreem christelijke' man die geen tegenspraak duldde. 'Geen aardige man. Een hele autoritaire man. We hoefden 's ochtends nog net niet aan te treden voor appèl. Hij was een potentaatje, ook tegen mijn moeder. Ik denk dat mijn moeder heden ten dage was opgestapt. Maar toen deed je dat niet. Vanwege de schande voor de buren, de schande voor de familie.'

Uiteraard ging het gezin Derksen naar de kerk. 'Mijn vader deed iedere boodschap op de motor en later met de auto, maar naar de kerk liep hij. Dan kon het hele dorp zien dat hij naar de kerk ging. En om aan alle twijfel een einde te maken had hij een psalmboek in de hand. Hij was bang dat mensen dachten dat hij ging biljarten.'

Wat vader niet wist, was dat de kleine Johan stiekem zijn dagrapporten las. 'Ik wist precies wat er in het dorp gebeurde. Er waren toen ook al incestzaken, aanrandingen, inbraken. De mensen over wie ik doordeweeks al die berichten hoorde, zag ik zondags terug in de kerk, vroom, zingend uit volle borst. Ik dacht: wat een klootzakken. Het vloekte ook met al die prachtige bijbelverhalen die ze op school vertelden. Ik nam me voor dat ik nooit meer in de kerk zou komen als ik eenmaal eigen baas was.'

Veel te beleven viel er niet in het Heteren in de jaren vijftig. Het naburige Driel had een wielerronde, in Heteren was de 'katholieke' kermis het jaarlijkse hoogtepunt. Maar het Betuwse fruiten rivierenlandschap bood wel ideale speelmogelijkheden voor kinderen. Johan en zijn vriendjes zwierven door de uiterwaarden, in de zomer kon je op sommige plekken zwemmen, oudere jongens zwommen zelfs de rivier over. Een enkele winter bevroor de Rijn en kon je naar de overkant lopen. De bongerd vormde het perfecte decor voor het spelen van 'cowboytje', naast voetballen bij sdoo (Samenspel Doet Ons Overwinnen) de grote hobby van de kleine Derksen.

Voetballen kijken, dat was een uitkomst op zondag. 'Op zondag mocht je helemaal niets op zo'n dorp. Je werkte niet in de tuin, er mocht geen wasgoed buiten hangen. En je had nog het fenomeen 'zondagse kleren', kleren waarmee je niet kon voetballen en waarmee je niet in bomen kon klimmen. Maar toen er eenmaal betaald voetbal was, werden wij supporter van nec en kreeg ik mijn vader zover dat we ook naar de uitwedstrijden gingen. Dat mocht dan gek genoeg weer wel op zondag. Ik bij hem achterop de motor naar En schede, naar Tilburg, naar Hil versum.'

Al snel na zijn tiende sloop de 'recalcitrantie' er bij hem in. Hij keek, op bezoek bij opa en oma van moeders kant, 'jaloers' naar de 'nozems' met vetkuiven in het Nijmeegse Waterkwartier. Het was de tijd van de rock 'n' roll en al kende hij de muziek nog nauwelijks, Derksen fietste wel naar Renkum om het blad Tuney Tunes te halen en een 'glossy' magazine met de naam Romance. 'Daar stonden foto's in van Amerikaanse teenager-idolen. Fabian, Tommie Sands, Frankie Avalon. Ze hadden mooie puntschoenen en een geweldige vetkuif. Dat wilde ik ook. Ik begon te luisteren naar radio Luxemburg. Daar hoor de ik de Everly Brothers, Elvis Presley en Eddie Hodges. Een sensatie was dat.'

Op Johans twaalfde verhuisde het gezin Derksen naar het Noorden van het land, naar Nieuw Buinen, waar zijn vader opperwachtmeester kon worden. 'Iedere streep erbij betekende een verhuizing,' dus niet lang daarna verhuisde het gezin weer, nu naar het Drentse Rolde, waar zijn vader adjudant werd. De ruzies tussen vader en zoon bereikten een hoogtepunt. 'Ik was een typisch kind van de sixties, ik ging met de Beatles, de Stones en die hele golf van Engelse popgroepen mee. Die ruzies gingen louter over onnozele dingen. Over kleren en lang haar. Gebleekte spijkerbroeken mochten niet, zwar te lakjassen waren taboe, evenals hoge laarsjes en bordeelsluipers. Hij bepaalde wat je aan had, hij bepaalde je haardracht. Op een gegeven moment pik je dat niet meer en krijg je chronisch ruzie. Dat liep weleens zo hoog op, dat mijn moeder zijn dienstpistool verstopte. Ze dacht: dadelijk schiet hij Johan neer.'

Toen zoon Johan dreigde muzikant te worden hij wilde drummen greep vader Derksen in. Hij tekende voor zijn zoon van 16 een contract bij het voetbalinternaat van Go Ahead Eagles in Deventer: lang haar, snor ren en bakkenbaarden verboden.

Maar in de praktijk was het zo gek nog niet. ''sAvonds klommen we het raam uit en gingen we naar het café. En ik was wel onder het autoritaire juk van mijn vader uit. Ik was 16, ik had geld om voor mezelf te zorgen en ik ben sindsdien ook nauwelijks meer thuis geweest.'

Twaalf jaar speelde hij betaald voetbal, bij Veendam, Cambuur, bij Haarlem, bij mvv. 'Ik heb bij alle middelmatige clubs van Ne der land gespeeld.' Daarna werd hij journalist.

Van leeftijdgenoten ziet hij vaak dat ze een 'fantastische relatie' met hun ouders hebben, dat vader en zoon als vrienden zijn. 'Dan denk ik weleens: zo kan het dus ook. Wat jammer dat mij dat met mijn vader niet is gelukt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden