Kathalijne Buitenweg

Nog even en Kathalijne Buitenweg (39) is (tijdelijk) politicus af. Het meisje dat opgroeide in een woongroep en tot haar spijt niet bij de majorettes kon omdat haar ouders uniformen taboe verklaarden, kreeg in het Europees Parlement eelt op haar ellebogen....

'Ik had je af willen bellen’, zegt Kathalijne Buitenweg wanneer ze de voordeur opendoet. ‘Mijn schoonvader is erg ziek. We gaan over een uurtje naar hem toe.’ In de oranje woonkeuken staat dochter Marit, met rode ogen. Buitenweg trekt haar op schoot. ‘Vind je het goed dat ik met deze mevrouw ga praten?’ Marit knikt. Ze gaat een lied schrijven voor opa. Buitenweg veegt de keukentafel schoon met haar onderarm en gaat er voor zitten. ‘De knop omzetten is een belangrijk deel van mijn leven. Ik ga hier vaak met pijn in mijn buik weg vanwege de kinderen. Maar ik kan mezelf goed ernstig toespreken, en dan komt het goed.’

Na de Europese verkiezingen neemt Kathalijne Buitenweg (39) afscheid als europarlementariër. De gedoodverfde nieuwe politiek leider van GroenLinks vindt dat haar kinderen Marit (8) en Jelle (3) hun ouders te weinig zien. Ze wil bovendien werkervaring opdoen buiten de politiek. Wel blijft ze betrokken bij de partij als voorzitter van de commissie die het verkiezingsprogramma schrijft voor de Tweede Kamerverkiezingen in 2011. Buitenweg verwierf de afgelopen jaren bekendheid als rapporteur anti-discriminatie. Rapporteurs zijn verantwoordelijk voor de totstandkoming van wetgeving op hun terrein. Een gewild baantje.

Hoe heb je dat baantje binnengesleept? ‘Via onderhandelen. Ken je het spel De Kolonisten van Catan? En Koehandel? Maarten (van Poelgeest, haar echtgenoot en wethouder voor GroenLinks in Amsterdam, red.) en ik spelen thuis veel spelletjes. We zijn gek op spellen waarbij onderhandeld wordt. Soms lijkt de politiek daarop. Zo krijgen alle fracties in het Europees Parlement punten, grote fracties meer dan kleine. Met die punten kun je baantjes ‘kopen’ op een soort veiling. Als kleine fractie moet je voorzichtig zijn met bieden. Je moet precies weten wanneer interessante rapporten voorbijkomen en zorgen dat je op dat moment genoeg punten op zak hebt. Dat is een van de leukste dingen van het werk, dat je gewoon een beetje kunt spelen.’

Maar als de grote fracties je niet lusten, word je geen rapporteur. ‘Dat is waar. Ik denk dat ik de grote fracties het gevoel gaf dat ik bereid was antidiscriminatiewetten te formuleren waarmee zij ook kunnen leven. Ik wil altijd kijken waar ik anderen tegemoet kan komen, zonder mijn diepste principes te verloochenen. Want anders krijg je geen meerderheid. En dat is het leukste: dingen binnenhalen.’

Je bedoelt: winnen is het leukste? ‘Ja. Ik heb een keer een richtlijn voorgesteld over cannabis en verloren met één stem verschil. Zo stom. Nachten lag ik wakker en vroeg ik mezelf af met wie ik nog even had moeten praten.’

Verlies je weleens van Maarten? Ze aarzelt.

Wie is beter? ‘Ikke.’

Vorige maand nam het Europees Parlement een richtlijn aan tegen discriminatie op grond van leeftijd, seksuele voorkeur, religie en handicap op onder meer de woningmarkt, in het onderwijs, de sociale zekerheid en het openbaar vervoer. Daarmee zijn de laatste hiaten in de anti-discriminatiewetten gedicht. Buitenweg ziet dit als de kroon op haar werk.

Hoeveel uur werk zit er in zo’n richtlijn? ‘Pffft. Geen idee. Het voorwerk gaat terug tot 1999. Je moet ein-de-loos praten. Met alles en iedereen.’

Honderd uur? ‘Het kostte alleen al honderd uur om Barroso, de voorzitter van de Europese Commissie, ervan te overtuigen die richtlijn op de agenda te zetten. Dat kunnen we niet zelf, het initiatief daartoe ligt bij de Europese Commissie. Maar de Commissie was daartoe niet genegen.’

Hoe heb je die slag gewonnen? ‘Weet je nog dat ik een grote rol speelde bij het tegenhouden van de benoeming van de conservatieve Italiaan Buttiglioni tot eurocommissaris? Ik heb vorig jaar in de lente tegen Barroso gezegd: ‘Als jullie die richtlijn niet op de agenda zetten, herhalen we dat kunstje met de volgende kandidaat-commissaris.’ Dat zou wel sneu zijn geweest, want met hem was niets mis. En ik weet eerlijk gezegd niet of we het überhaupt hadden kunnen tegenhouden, maar Barroso wilde herkozen worden en wenste niet opnieuw zoveel stampij. Toen belde hij mij thuis op. Ik schrok. Ik dacht dat hij me de mantel zou uitvegen. Maar hij zei dat ik met die richtlijn aan de slag kon, mits ik me gedeisd zou houden bij de hoorzitting over de benoeming.’

Ze werd geboren in Rotterdam en woonde tot haar 10de in een ‘saai rijtjeshuis’ in Voorthuizen. Toen verhuisde het gezin naar een woongroep in Hilversum en betrok een villa waar Pippi Langkous zich thuis zou hebben gevoeld. Er was een joekel van een tuin bij met kippen en ander kleinvee. Al was het er beslist geen losgeslagen bende: haar vader was docent aan de Universiteit voor Humanistiek, haar moeder docent volwassenen-educatie en vrijwilligster in een Blijf-van mijn-lijfhuis. ‘Wat ik meegekregen heb is dat je verantwoordelijkheid draagt voor het grotere geheel. Als iets je niet bevalt, dan doe je er wat aan. Dus toen ik als 11-jarige klaagde dat het stoplicht op weg naar school te kort op groen bleef staan om goed te kunnen oversteken, verwezen mijn ouders me naar het gemeentehuis.’

Toen regelden je ouders dat je daar je zegje kon doen? ‘Ben je gek, dat heb ik zelf geregeld. Niet lang daarna werd het stoplicht bijgesteld. Ik heb ook wel eens een brief aan Lubbers geschreven dat ik niet begreep dat er zo veel kernwapens waren dat we de aarde 87 keer konden vernietigen. Eén keertje leek mij wel genoeg. Ik kreeg een zelfgeschreven brief terug. Dat Lubbers het zelf ook niet begreep. ‘Ik was actief, hoor. Ook binnen de werkgroep 12plus bij de natuurvrienden van het Nivon.’

Een soort padvinderij? ‘Ja, maar dan de sociaaldemocratische versie. Ik mocht niet bij de padvinders, want een uniform was bij ons thuis taboe. Zielig, hè? Want ik wilde dolgraag bij de majorettes. Hier ligt een zwaar jeugdtrauma, dat begrijp je.’

Toch zul je weleens gek geworden zijn van die verantwoorde opvoeding. ‘Het is voor een kind soms moeilijk als je moeder erg feministisch is, ja. Ik herinner me dat een vriendje langskwam. Hij vroeg aan mijn moeder wat we die avond zouden eten. Zij reageerde als door een wesp gestoken: ‘Hoezo? Vraag dat maar aan Kathalijnes vader. Waarom zou ík dat moeten weten?’ Ik kon wel door de grond zakken. ‘En als ik de deur dichtknalde omdat we ruzie hadden, kwam mijn vader me achterna: dat we het moesten uit-pra-ten. Maar dat vond ik oneerlijk, want hij kon natuurlijk beter praten dan ik. En dat zei ik ook.’

Hoe reageerde je vader dan? ‘Dat kon hij natuurlijk wel weer begrijpen, haha. Maar ik heb mijn ouders heel hoog zitten. Ze zijn een enorme steun.’

HP/De Tijd beschreef je ooit als een lief, verantwoord, tahoe-etend mensenkind. ‘Ben ik ook.’

Maar wel met eelt op de ellebogen. ‘Mwah. Ik denk toch dat ik altijd wel oog heb voor anderen.’

Je hebt Buttiglioni weggestuurd. En in de strijd om het lijsttrekkersschap voor GroenLinks in het Europees Parlement heb je collega Joost Lagendijk gebruskeerd. ‘Ja, Buttiglioni heb ik een flinke duw gegeven. Maar ik deed niets achterbaks. Ik ben open over mijn bedoelingen. Maar ik kan wel drammen, ja. Mijn sterrenbeeld is niet voor niets ram. ‘De verkiezing voor het lijsttrekkersschap van GroenLinks is een verhaal apart. Toen heb ik een typisch vrouwelijke fout gemaakt. Ik durfde niet te zeggen dat ik ook lijsttrekker wilde worden. Omdat ik bang was voor die strijd. Pas op het allerlaatste moment heb ik me toch verkiesbaar gesteld, en van Joost gewonnen. Gelukkig is het weer goed gekomen tussen Joost en mij. Ik heb ervan geleerd dat strijd soms niet is te voorkomen.’

Haar mobiele telefoon piept. Een sms van Femke Halsema. ‘Mooie foto’s in de NRC’, leest ze hardop voor. ‘Femke en ik hechten allebei aan mooie foto’s.’

Had je niet liever een inhoudelijk compliment gehad over het artikel? ‘Staat er ook bij. Maar eerlijk gezegd is 80 procent beeld en 20 procent inhoud. Nee, daar ga ik niet onder gebukt. Je hoeft helemaal geen Mata Hari-achtige schoonheid te zijn. Het gaat erom dat je sprankelt. Dat je energie uitstraalt.’

Wat trek je nooit aan op je werk? ‘Ik zou het niet weten. Ik lees wel interviews met parlementariërs die zeggen: ‘Geen hakken, geen decolletés.’ Maar zulke kleren trek ik juist graag aan.’

Bij het tweede gesprek staat een rolkoffertje in een hoek van de kamer. Buitenweg gaat naar Straatsburg. Met de trein.

Ga je ook CO2-neutraal op vakantie? ‘Nee. Tot nu toe worden al mijn bewegingen gecompenseerd. Dat regelen onze medewerkers. Die weten welke projecten het beste van het beste zijn. Ze hebben nog geprobeerd me ervan te overtuigen dat ik ook mijn uitstoot op het toilet moest compenseren – dat bleek gelukkig een grapje.’

Je kunt dus doen wat je wilt, zolang je ergens een boompje plant? ‘Nee, je moet altijd afwegen of het zinvol is wat je doet. Een terrasverwarmer zal ik nooit aanschaffen. Wat is er mis met een jas en een das?! En ik zal niet elk jaar met vakantie naar Amerika gaan. Verder eet ik geen vlees, dat scheelt 18 procent aan uitstoot van broeikasgassen. En de kapotte wasdroger hebben we niet vervangen toen ik las wat voor energieslurpers dat zijn.’

Beschouw je jezelf daarmee als een sober mens? ‘Ik vind dingen snel zonde. Een calvinistisch trekje van me. Ik vind uit eten al snel duur. Ik deel een auto met de buurvrouw. En 150 euro voor een jurk vind ik wel het maximum. Kleren deel ik trouwens ook. Dit bijvoorbeeld (ze steekt een gelaarsd been boven de keukentafel uit) zijn de laarzen van Femke.’

Wil je Femke Halsema opvolgen als politiek leider van GroenLinks? ‘Ik ben er nog niet helemaal uit of ik dat wil. Dat meen ik oprecht. Geen hond die het gelooft, maar het is echt waar. Ik ben nu niet op zoek naar een andere baan met de intentie om die over anderhalf jaar weer te verlaten.’

Maar wel over vijf jaar. ‘Ja. Dat zou zomaar kunnen. Maar niet nu. Ook omdat ik hoop dat Maarten eerst nog een tweede termijn kan doen als wethouder in Amsterdam. Ik heb me bijna tien jaar lang op mijn werk kunnen storten, terwijl Maarten gemeenteraadslid was. Nu is het zijn beurt om hard te werken. ‘Maarten en ik hebben laatst tijdens een lollige bui gefantaseerd over regeringsdeelname van GroenLinks. We kunnen natuurlijk niet samen in het kabinet, dus als GroenLinks iemand voor onderwijs nodig heeft wordt Maarten minister. En zoeken ze een staatssecretaris Europese Zaken, dan ga ik.’

Verwijt je Nederlandse vrouwen gebrek aan ambitie? ‘Nee, zo simpel ligt het niet. Maar het beeld dat een goede moeder haar kind niet meer dan drie dagen naar de crèche brengt, is hier wel erg dominant. En vooral dat de vrouw beschikbaar moet zijn voor de kinderen, niet de man. Ik krijg brieven van de gemeente die gericht zijn aan ‘de eerste verzorger/ moeder en de tweede verzorger/vader’. Werkelijk. Er wordt vaak gezegd: ik kies zelf voor parttime werk. Maar het is toch niet toevallig dat vrijwel alle mannen voor een fulltime baan kiezen en vrijwel alle vrouwen voor een parttime baan? Dat moet toch ook te maken hebben met verwachtingen van de samenleving die mensen zich eigen maken?’

Heb jij daar geen last van? ‘Tuurlijk wel. Ik voel me sneller dan Maarten ongemakkelijk als de kinderen ’s avonds met de oppas eten omdat wij er allebei niet zijn. Vrouwen hebben meer moeite dat soort dingen los te laten. Ik zie weleens vrouwelijke collega’s die overal post-it-plakkertjes hebben hangen: kleertjes voor maandag, kleertjes voor dinsdag, kleertjes voor woensdag. Je maakt jezelf gillend gek. Lachend: ‘Het grootste nadeel van zo’n carrière is dat de kinderen soms in de vreselijkste kleurencombinaties naar school gaan.’

De zon schijnt door de openstaande keukendeur. Buitenweg loopt onder de bloeiende sering door en laat het gemeenschappelijke tuinhuis met bibliotheek zien, en de binnentuin, waar de buren regelmatig samenkomen voor tuindagen en zomerfeesten. ‘We vormen absoluut geen woongroep, maar ik ben erg van het gezamenlijke. Dat vind ik bere-leuk. Ik vind het ook fijn voor de kinderen als er verschillende plekken zijn waar ze zich veilig voelen.’

Jij hebt je als kind in de woongroep niet veilig gevoeld? ‘Ik ben in de woongroep een paar jaar lang misbruikt door een van de bewoners. Het was een vriend van mijn ouders. Ik heb het mijn ouders verteld toen ik 16 was. Zij zijn met me naar de zedenpolitie gegaan. De dader is meteen gearresteerd en vastgezet. Uiteindelijk werd hij veroordeeld tot een paar maanden en een taakstraf.’

Je hebt er nooit eerder over willen praten. Waarom nu wel? ‘Daarvoor moet je eerst sterk in je schoenen staan. Als je een publiek ambt hebt en dan zoiets intiems vertelt, moet je je realiseren dat het zomaar ter sprake kan komen. Als het onverwachts te berde wordt gebracht, kan ik er nog wel van slag door raken. Ik was ook altijd bang dat iedereen me zou gaan zien als die europarlementariër die misbruikt is. Ik heb ook liever niet dat je dit in de kop zet. Het is maar een beperkt deel van mij. ‘Ik vind het nu belangrijk om het wel te vertellen. Het komt gewoon veel voor. En ik zou tegen al die meiden willen zeggen: ‘Kom ervoor uit als het met je gebeurt. Je hoeft je er niet voor te schamen.’’

Je hebt zelf jaren gewacht voordat je het aan je ouders vertelde. ‘In het begin twijfelde ik of het te ver ging of niet. En toen het steeds verder ging, schaamde ik me dat ik het liet gebeuren. Ik ben nooit heel erg op mijn mondje gevallen, maar die schaamte zit zo diep, en de angst ook. Ik denk dat ik toen geleerd heb de knop om te zetten: me op iets anders te concentreren. Ik ben blij dat ik uiteindelijk toch naar de rechter ben gestapt. Dat de dader moest boeten. Dan kun je zelf weer verder. Ook al kreeg hij – als je met de ogen van nu kijkt – een milde straf.’

Heb je hulp gezocht? ‘Ja. Maar die therapeut gaf me een kussen en een honkbalknuppel en zei dat ik moest gaan slaan. Daar ben ik dus niet van. ‘Het is lastig in te schatten hoeveel last ik ervan heb gehad. Ik ben bang in het donker. Maar is dat daarvan? Ik ben bang geweest hem op straat tegen te komen. Toen heb ik zijn nummer opgezocht, hem gebeld en gezegd dat hij er niet meer toedoet. Dat klinkt heel rationeel, maar het werkt wel. Ik ben weer de baas. Ik heb het heft weer in handen.’

cv Kathalijne Buitenweg

geboren 1970 in Rotterdam

burgerlijke staat getrouwd, twee kinderen

opleiding

1988 vwo-diploma Alberdingk Thijm College, Hilversum

1989 propedeuse geschiedenis, Universiteit van Amsterdam

1994 doctoraal Europese Studies en doctoraal Amerikanistiek, Universiteit van Amsterdam

1994-1995 stagiair bij de Europese Commissie

1995-1998 medewerker bij de GroenLinks-delegatie in de Europese Unie

1998-1999 beleidsmedewerker bij de Tweede Kamerfractie van GroenLinks

1999-2009 europarlementariër voor GroenLinks

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden