KAT OP HET SPEK

Vorige maand een sensationele kunstroof in de Hermitage in St.- Petersburg, een week later in het Staatsarchief in Moskou: elk jaar worden in Rusland tussen de vijftig en honderd kunstdiefstallen geregistreerd....

Hoe steel je kunstvoorwerpen uit een Russisch museum? Heel makkelijk, zegt Boris Gorelov: je neemt ze gewoon mee. Oud-bibliothecaris Gorelov stal in de jaren negentig vijfduizend waardevolle boeken uit het Instituut van Marxisme-Leninisme in Moskou. ‘Ik was op een dag in het instituut op zoek naar een bezem. Alle deuren waren mooi met bladgoud belegd, dus ik dacht geluk te hebben toen ik een simpele houten deur aantrof waarvan het slot gebroken was. Ik opende de deur en was geschokt. Het bleek een enorme opslagruimte te zijn, vol oude en waardevolle boeken.’

Gorelov, die uiteindelijk tegen de lamp liep bij het verkopen van zijn gestolen waar en zes jaar gevangenisstraf kreeg, mocht zijn verhaal onlangs doen tegen de Novi Izvestia. De sensationele kunstroof uit de Hermitage in St.-Petersburg, die begin augustus bekend werd gemaakt, heeft de schijnwerpers opnieuw gericht op de toestand in de kwijnende Russische musea, waar inventarissen ontbreken of incompleet zijn en waar het vaak het eigen personeel is dat met de kunst aan de haal gaat. Elk jaar worden tussen de vijftig en honderd diefstallen uit Russische musea geregistreerd.

De Hermitage zelf wil hangende het politieonderzoek tegenover de pers niet reageren op de diefstal van 221 voorwerpen uit de Russische collectie. De arrestaties die de politie tot nu toe deed, wijzen op een familiedrama. In oktober vorig jaar, toen de politie een inspectie aankondigde van de Russische afdeling, overleed de curator van die afdeling, Larissa Zavadskaja, spontaan aan een hartaanval. De afgelopen maand zijn drie mensen, onder wie haar zoon en haar echtgenoot, gearresteerd op verdenking van diefstal en heling.

In de dagen en weken na de publicatie van een lijst gestolen goederen kwam er overal gestolen waar tevoorschijn. Het meest waardevolle stuk, een 19de-eeuws icoon dat zo’n 200 duizend dollar waard is, werd na een telefoontje aan de politie in een vuilnisbak aangetroffen. Andere voorwerpen doken op in kluisjes in het treinstation of werden achtergelaten naast een politiekantoor.

De diefstal uit de Hermitage sloeg in als een bom in de bloeiende Russische kunsthandel, erkent Alexander Roeazanov. Zijn galerie Roeskaja Oesadba is gevestigd in Moskou’s centrale kunsthal naast Gorki Park, eens mooie Sovjet-chic, nu een plaats waar ‘Russisch antiek’ zijn weg vindt naar de nieuwe bezittende klasse.

Roeazanov wijst erop dat de kunsthandel in Rusland een jonge industrie is. ‘Na de revolutie in 1917 zijn alle waardevolle bezittingen van de aristocratie geconfisqueerd en aan musea overgedragen. En tot 1991 was de handel in kunst praktisch verboden. Maar de laatste tien jaar neemt de belangstelling voor Russisch antiek enorm toe. De nieuwe rijken zoeken naar waardevaste investeringen – of gewoon naar mooie spullen om mee te pronken.’

Dat collega’s gestolen voorwerpen uit de Hermitage in hun etalage uitstalden, wijt hij aan het gebrek aan een centrale registratie. ‘Er is een beroemd geval van een schilderij van Semiratski dat door een eigenaar ter analyse werd aangeboden aan de experts van het Tretjakov Museum. De experts deden uitgebreid onderzoek en stelden vast dat het schilderij echt was. Maar al die tijd had niemand door dat het om een gestolen schilderij ging uit een museum in Taganrok. Dus in theorie kan een dief zijn gestolen waar uit de Hermitage doorverkopen aan het Kremlin.’

Dat de meeste gestolen goederen hun weg naar het buitenland vinden, bestrijdt Roeazanov. ‘De gedachte dat de Russische kunst met treinladingen het land verlaat, is een sprookje. In het Westen is de kunsthandel veel strikter gereguleerd. Hier kun je het makkelijker verkopen en is er bovendien een grote markt van welgestelde kopers.’ Een bevestiging van zijn verhaal lijkt dat anonieme eigenaren ruim twintig van de gestolen Hermitage-voorwerpen binnen enkele weken hebben teruggegeven.

Maar een andere recente kunstroof toont aan dat sommige voorwerpen wel degelijk in Londen of New York te koop worden aangeboden. Een week na de aankondiging van de Hermitage-roof werd bekend dat in het Russisch staatsarchief van Literatuur en Kunst honderden futuristische bouwtekeningen uit de jaren twintig ontbraken van de constructivist en architect Jakov Tsjernikov. De zaak kwam aan het licht nadat Andrej Tsjernikov, de kleinzoon van de architect, achterdochtig werd over de verkoop van sommige werken door veilinghuis Christie’s in Londen. Inmiddels zijn volgens het archief 274 werken teruggevonden op Russische en internationale antiekveilingen. De schattingen over het aantal vermiste werken lopen uiteen van 700 tot 2500.

Zijn de Russische musea dan werkelijk zo makkelijk te bestelen? Die suggestie wuift Jekatarina Selezneva, de 53-jarige en goedlachse curator van het wereldberoemde Tretjakov Museum in Moskou, weg met een achteloos gebaar. En als de buitenlandse journalist het niet gelooft, kan hij het maar beter met zijn eigen ogen aanschouwen. Met kordate stappen voert ze haar bezoeker naar het naast de Oude Galerie gelegen depot, twintig jaar geleden gebouwd en voorzien van klimaatbeheersing en andere moderne technieken.

Aan de poort staat een politieagente. ‘Niemand van buiten komt er in’, zegt Selezneva. Het depot bestaat uit een serie met ijzeren deuren afgesloten ruimtes waarin een deel van de collectie van 140 duizend voorwerpen – vooral schilderijen, tekeningen en iconen – bewaard wordt. Het omvat ook aparte restauratieateliers.

Elk voorwerp is genummerd en geregistreerd. Elke beweging van een schilderij wordt gedocumenteerd en van de handtekening van de conservator voorzien. In de grote afgesloten ruimtes waarin aan metershoge stellages de schilderijen worden bewaard, heerst een serene stilte. Aan eenvoudige houten tafeltjes gezeten doen de conservatoren – meestal een per ruimte – hun solitaire werk.

Als een conservator het vertrek verlaat, wordt de ruimte niet alleen met een ijzeren sleutel afgesloten, maar ook verzegeld – zodat de conservator bij terugkomst altijd kan zien of iemand de ruimte heeft betreden. ‘We houden er niet van om de kunstvoorwerpen onnodig te verplaatsen’, licht Selezneva toe.

Ze is zichtbaar trots op haar depot, maar geeft grif toe dat het nog beter kan. ‘Je kunt tegenwoordig je hele collectie van een microchip voorzien, maar daar ontbreekt het geld voor.’ De Hermitage is in 1999 wel begonnen met het aanleggen van een elektronische catalogus met daarin alle 2,8 miljoen voorwerpen, maar tot dusver zijn er maar 153 duizend geregistreerd. In dit tempo duurt het nog minstens zeventig jaar voordat de catalogus af is, verzuchtte minister van Cultuur Sjvoedkoi na de roof.

Moderne opslagruimte is wat de meeste musea ontberen, zegt Selezneva. ‘Veel musea hebben oude gebouwen die helemaal niet bedoeld zijn om collecties in te bewaren. Onze depots zijn afgesloten van het publiek, maar sommige musea hebben alleen een provisorische afscheiding tussen de expositieruimte en de opslag, verder niets.’

Selezneva vindt dat musea na de Hermitage-roof niet ontkomen aan kritisch zelfonderzoek. ‘Veel diefstallen zijn terug te voeren op problemen die de musea zelf hebben gecreëerd. Je moet je personeel niet in verleiding brengen door ze te laten werken in condities waarin stelen heel makkelijk wordt.’ Haar museum overweegt nu te verbieden dat een conservator alleen in een kamer werkt. ‘Maar sommige collega’s zijn erg beledigd door dit soort maatregelen.’

Sommige kunstkenners vinden het te gemakkelijk om alle schuld af te schuiven op het lagere museumpersoneel. Alexander Morozov, zelf jarenlang werkzaam in musea en nu hoogleraar Kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Moskou, vindt dat je naar de beleidsmakers moet kijken. ‘De roof uit de Hermitage was een schok voor elke kunstliefhebber, maar helemaal onverwachts kwam het niet. Russische musea hebben het moeilijk. Ze worden gedreven door de markt. Al hun aandacht gaat uit naar het organiseren van tentoonstellingen in het Westen en het openen van dependances in plaatsen als Las Vegas. Hiertegen moet de cultuur van het traditionele museumwerk het afleggen.’

Morozov werkt zelf in een schamel onderkomen dat ervan getuigt dat de nieuwe rijkdom in de kunstwereld aan hem is voorbijgegaan. Omstandig legt hij uit dat vroeger alles beter was. ‘Ik heb lang in musea gewerkt en kan u verzekeren dat dit soort diefstal twintig jaar geleden onmogelijk was. De rot is er in de jaren negentig ingekomen. Die tijd heeft ons democratie en vrijheid gebracht, maar ook de vernietiging van ons culturele leven.’

Morozov doelt op de vervanging in die jaren van veel museumpersoneel door de ‘nieuwe garde’, die zich uitstekend kon verstaan met westerse musea maar de strenge handhaving van interne regels liet verslappen. ‘Nu heb je in veel musea een gebrek aan hoogopgeleid personeel. Om de situatie te verbeteren, moet je de amateurs op hoge posities vervangen en de aandacht weer richten op interne museumtaken.’ Curator Selezneva van het Tretjakov erkent dat musea voor hun financiering tegenwoordig afhankelijk zijn geworden van het uitlenen of ruilen van delen van hun collecties.

Maar een verband met kunstroof ziet ze niet. ‘Dit is onze werkelijkheid.’ Musea ontvangen weinig staatsfinanciering en weinig privé-donaties. En de nieuwe rijke klasse dan, die de kunstwereld heeft ontdekt? ‘De oligarchen houden zich met zichzelf bezig’, zegt ze met een glimlach.

Na de Hermitage-roof heeft president Poetin de instelling van een commissie gelast die alle kunstvoorwerpen in Rusland moet investeren. Maar behalve deze geste is er tot dusver niemand ter verantwoording geroepen. Morozov: ‘Directeur Piotrovski van de Hermitage heeft het imago van een showman, met altijd die sjaal om zijn nek. Maar op de vraag of hij erover dacht om op te stappen, zei hij: “Absoluut niet!” ’ Ook minister Sjvoedkoi trekt geen persoonlijke conclusies uit de omvangrijke diefstal: ‘Dan kan het hele land wel ontslag nemen.’

Of het echt zo is dat de zaken in de communistische tijd zoveel beter waren geregeld, zoals professor Morozov beweert, valt overigens te betwijfelen. De Komsomolskaja Pravda drukte het relaas af van iemand die in de jaren tachtig als student les had gekregen in de Hermitage. ‘Het was er een pure chaos. Wij renden in riddertenue door de gangen, dronken port uit zilveren bekers en speelden met oude kaarten. Ik heb nooit iets gestolen, maar niet omdat het niet mogelijk was.’

En toch houdt Morozov vast aan zijn punt. ‘Vroeger werden collecties bewaakt door specialisten, vertegenwoordigers van de intelligentsia met wortels in de cultuur van dit land. Die band is nu verbroken en het herstel ervan duurt nog zeker een generatie.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden