Kat-en-muisspel met de Taliban

Het sein is officieel veilig en dus keren de bewoners van Arghandab terug naar huis. Tot de volgende Talibanaanval...

ARGHANDAB Mohammad Ghani (26) is er niet gerust op. Het Arghandab-district is losgerukt uit de klauwen van de vijand, zeggen ze. Inshallah – als God het wil –, zegt hij. De reden dat hij vandaag op weg terug naar huis is met zijn witte pickup-truck vol familieleden, tapijten, kussens en kleren: de redding van zijn tarweoogst. Dat en het simpele feit dat hij niet genoeg geld heeft om in de stad Kandahar te blijven.

Hij gelooft best dat de Talibanstrijders zijn verslagen, zoals de gouverneur en de generaals zeggen. Hun stinkende lijken onder de moerbeibomen zijn het bewijs. Maar wanneer komt er weer een nieuwe groep terug om hun jihad voort te zetten? ‘Ik ben bang voor wat er komen gaat’, zegt Ghani.

Op brommertjes, in volgepakte trucks, lopend langs de kant van de weg – op allerlei manieren keren de bewoners van Arghandab terug naar huis. De Arghandab-rivier wijst de weg naar het weelderig groene gebied vol granaatappelboomgaarden en tarwevelden; een oase in vergelijking met de dorre stad waar ze de afgelopen week hun toevlucht hebben gezocht.

De Taliban hebben vorige week een zware nederlaag geleden in Arghandab, na een grootschalige operatie van het Afghaanse leger en ISAF (over het aantal gedode opstandelingen is discussie: meer dan 100 volgens gouverneur Assadullah Khalid, 56 volgens het ministerie van Defensie en niet meer dan 15 volgens de Taliban).

Korte tijd hadden de Taliban het district ten noorden van Kandahar deels overgenomen. De verovering was een tweede spektakelsucces van de opstandelingen in Kandahar binnen korte tijd. Het begon allemaal met de stoutmoedige operatie tegen de gevangenis Sarpoza. Bij de aanval op de krakkemikkige gevangenis kwamen zeker 450 Talibanstrijders vrij.

Het was een paniekerige week voor de bewoners van Kandahar, waarin iedereen zich afvroeg of er een grootscheepse aanval van de Taliban op stapel stond. Nu, na de nederlaag voor de opstandelingen in Arghandab, keert het leven in Kandahar weer terug naar normaal. Dat is althans de lezing van officiële kant.

‘Ik zie geen grote bezorgdheid meer’, zegt de gouverneur van Kandahar, Assadullah Khalid. ‘Ondanks alle moeilijkheden is de veiligheidssituatie verbeterd sinds 2006.’

Maar dat is niet hoe de vijftiger Mohammad Ali erover denkt. ‘Zolang de onderliggende problemen niet worden opgelost, zullen de Taliban blijven komen.’ Hij mag een simpele snoepverkoper zijn, hij maakt precies dezelfde analyse als de hooggeleerde waarnemers in het Westen. ‘Als de strijders uit Pakistan blijven komen, dan kunnen we weinig tegen de Taliban uitrichten.’

Naast het voortbestaan van een toevluchtsoord in Pakistan voor de Taliban, is de zwakheid van de Afghaanse overheid (lees: corruptie en vriendjespolitiek) een groot obstakel voor een succesvolle bestrijding van de rebellen. Dit werd vorige maand ook nog eens benadrukt in een gezaghebbend rapport van de Amerikaanse denktank Rand Corporation.

Abdul Rafi (25) is een levende illustratie daarvan. Vloekend wandelt hij Mohammads Ali zoet geurende snoepwinkel binnen waar hij een slof Marlboro Light eist. Rafi is al zeven jaar politieagent en hij heeft nog nooit promotie gemaakt. De afgelopen drie maanden ontving hij geen salaris. Het enige wat hij wel in overvloed krijgt, zijn snauwen van zijn baas. ‘Wij hebben duizenden problemen, maar geld is het allergrootste gebrek. We moeten simpelweg wel stelen.’

Belangrijke stammen in Kandahar voelen zich benadeeld en buitengesloten door het lokale bestuur. Zoals de zeer invloedrijke regeringsgezinde Alokozai. Zij hebben het voor het zeggen in Arghandab – een district dat volgens sommigen een dijkfunctie vervult voor Kandahar-stad. In de afgelopen maanden zijn hun leiders aangevallen door de Taliban, waardoor ze extra verzwakt zijn geraakt. ‘De stamleden zijn angstig geworden’, zegt haji Agha Lalai, prominent Alokozai-lid en hoofd van de verzoeningscommissie in Kandahar. ‘Ze zullen geen Talibanaanhangers worden, maar ze zullen ook niet dezelfde steun geven aan het lokale bestuur als voorheen.’

‘Wij staan klaar voor onze derde spectaculaire operatie in Kandahar’, zegt Talibanwoordvoerder Qari Yousaf Ahmadi, optimistisch als altijd. Zelfs de nederlaag in Arghandab beschouwt hij als een succes. ‘Aanvankelijk was het de bedoeling om de Talibanstrijders die we hebben bevrijd uit de gevangenis, elders in Afghanistan in te zetten. Maar toen kondigde ISAF aan dat ze de jacht op hen zouden openen. We hebben direct besloten om veel strijders naar Arghandab te sturen om zo de aandacht af te leiden. Dat is gelukt. Iedereen denkt dat we een stelletje analfabete idioten zijn, maar als je naar onze tactiek kijkt, zie je dat dit onzin is.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden