‘Kastelen interesseren me niet’

Over elk gebutst bekertje in De brief voor de koning is nagedacht door production designer Gert Brinkers en zijn team....

Geregeld verandert het Vondelpark in Amsterdam in zijn hoofd even in een filmdecor. Dan kijkt hij om zich heen, denkt hij na, klopt op de tafel en zegt bijvoorbeeld: ‘Het is eenzelfde tafel als die aan de noordzijde van het terras. Even vaak gebruikt. En toch. Als je deze daar zou neerzetten, voel je dat meteen. Dat klopt niet.’

Hij wil maar zeggen dat het niet voldoende is een voorwerp een beetje op te schuren om het er voor een film gebruikt uit te laten zien. ‘Je moet ook het gevoel hebben dat het al jaren op die plek staat. Anders blijft het een rekwisietenpakhuis.’

Honderden voorwerpen werden voor De brief voor de koning door het team van Gert Brinkers opgeschuurd, bij elkaar in kleurbadjes gelegd, gescheurd, gebleekt of donkerder gemaakt. Als production designer zorgt Brinkers ervoor dat alles in de film een geheel vormt, een ‘look and feel’ die hij vooraf in overleg met de regisseur heeft bepaald. Zijn team houdt zich bezig met de filmlocaties, maar ook met het servies op tafel. Het moet ervoor zorgen dat de kleding en de grime bij de decors passen. Dat het budget niet wordt overschreden. Voor De brief voor de koning verfden ze paarden grijs en lieten ze middeleeuwse wapens namaken in aluminium en carbon. ‘Echte zwaarden zijn te zwaar om mee te vechten.’

Zoiets begint bij het lezen van het script. Vervolgens toonde Brinkers regisseur Pieter Verhoeff met een fotoboek hoe hij dacht dat de film eruit moest zien. ‘Kastelen interesseren me niet: het gaat om de beleving van de kijker. Dagonaut, de stad waar hoofdpersoon Tiuri vandaan komt, moet echt zijn thuis zijn, zijn veilige plek. Menselijk. Een fonteintje, een duif. En het paleis van de koning van Unauwen, dat moest een ‘wow-factor’ hebben. Goud. Een beetje het Walt Disneygevoel.’

Want, zegt Brinkers, iedereen kan via Google kastelen vinden. Dat is de kunst niet. ‘Eigenlijk is het net als een notenbalk. Die heeft ook iedereen tot zijn beschikking. Maar hoe combineer je die noten zodat het een geheel wordt? Het moet een symfonie worden met een begin en eind.’

En dan nog is het niet makkelijk. Vanwege een Duitse co-producent moest Brinkers, die al na de eerste lezing precies wist op welke plekken hij wilde filmen, locaties zoeken in het Ruhrgebied bijvoorbeeld. ‘Door de Tweede Wereldoorlog is daar nog weinig middeleeuws aan.’ Bovendien zijn Duitse natuurgebieden vaak beschermd verklaard en de meeste kastelen zijn er zo barok als maar kan, met bloemetjes op de muren, of wit geschilderd. Om nog maar te zwijgen van hun nieuwe functies als fabriek, congrescentrum of museum.

De truc is dus te weten wat je kunt gebruiken; scènes voor je te zien, oog te hebben voor dat juiste hoekje. ‘Soms loopt de crew de set op en snappen ze er niets van. Dan moet ik een locatie uitleggen. Staan ze net een meter te ver naar links bijvoorbeeld. En dan mis je dat ene muurtje met die boom.’

Dat is een vák, zegt hij, dat gelukkig steeds meer wordt gewaardeerd. ‘Tegenwoordig moet de production designer bij grote films bekend zijn voor de aanvraag voor subsidies. De tijd dat de producent het buurmeisje belde, dat zo leuk kon knutselen, is wel voorbij.’ Dat is wel de tijd waarin Brinkers, die aan de wieg stond van de vakopleiding aan de filmacademie, begon. Hij heeft alle films van Jos Stelling van een entourage voorzien, werkte met Alex van Warmerdam en veel met Pieter Verhoeff. Historische of eigentijdse films – het maakt hem niet uit. ‘Als ik maar de ruimte krijg om echt een wereld te creëren.’

Hij kan dingen meer loslaten, inmiddels. Door zijn research voor Mariken van Nieumeghen (1974), zijn allereerste film, weet hij allang hoe de Middeleeuwen eruit horen te zien. Gedeeltelijk neemt hij dat over. In De brief is het donker, met lichtbundels die subtiel door een rookmachine worden bewerkt (‘licht is een beetje mijn stokpaardje’). Gebutste bekers, maliënkolders met gaten, grauwe kastelen. Calvinistisch, noemt zijn vrouw het. Terwijl de middeleeuwse prenten ook heel kleurrijk kunnen zijn. ‘Dat hebben we overboord gegooid. Dat ziet er niet uit: felgekleurde kostuums met drukke prints tegen een gebloemde muur. Historisch juist? Als je voor negen euro naar de bioscoop gaat, wil je geen nascholingscursus, maar vermaak.’

Zelfs het oorspronkelijke boek van Tonke Dragt heeft hij niet gelezen. ‘Wel ben ik speciaal naar de leeszaal van de bibliotheek gegaan om de kaart aan het begin te kopiëren. Daar heb ik vervolgens uren naar zitten turen. Om met Tonke te communiceren.’

Hij werkte ooit als creatief therapeut in de psychiatrie. Dat, in combinatie met zijn opleiding aan de Academie voor de Beeldende Kunsten en zijn ervaring in film, lacht hij, is zijn geheim. Daardoor weet hij, dat hij regisseurs vooraf keuzes moet bieden, al weet hij zelf allang welke optie het best is. En, om even bij het voorbeeld van het terras in het Vondelpark te blijven, dat hij alleen de bruine tafels en stoelen moet laten staan tijdens een uiteindelijke draaidag. ‘Want je zult zien dat er een bij is die denkt: die witte, die zijn ook leuk.’ Als hij de regisseur nog niet kent, gaat hij vooraf op bezoek – om aan te voelen wat de bedoeling is.‘Dan kijk ik om me heen, hoe hij woont en wat er in de boekenkast staat. Of het rommelig is of niet, of hij een vrouw heeft, en kinderen.’

En toch weet Brinkers een eigen stempel te drukken. Hij won een Gouden Kalf voor Lepel (2005) en Ober (2006). In (buitenlandse) recensies duikt zijn naam geregeld op. Misschien is het prettig toeven in zijn wereld, peinst hij. ‘Sommige sets in de studio, daar bleven mensen slapen. Dan moest ik ze er echt uitjagen na de draaiperiode.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden