Kasteelheertje

IN Warmond

Het huis van de minister heeft nog heel wat subsidie nodig.

Iedereen wil wonen in een kasteel, maar dan moet je wel tegen de tocht kunnen en tegen het lawaai van de wasmachine van de bovenbuurman. Een 'kasteelheer' noemen ze de nieuwe minister van Justitie, maar als je zijn kasteeltje ziet is hij een kasteelheertje. Het houdt nog maar net stand, dat gebouw, de tijd heeft er flink de tanden in gezet. De 437.362 euro subsidie die er tegenaan is gesmeten druipt er alweer vanaf: gaten vallen in het pleisterwerk zodat er wonden ontstaan met rood baksteen erachter. Bij de deur met het koperen naamplaatje, Van der Steur, twee half omgevallen zwarte fietsen: studentenwerk.

Maar goed, ook in een hut van wilgentenen zou het hier mooi wonen zijn.

Warmond: rietdekkers op een boerderij, ze bewegen geluidloos over dat dak, duwen het riet aan met houten gereedschap en steunen hun laarzen af op houten klossen. Het dorp leeg, alles dicht op maandag. Een zandpad gaat een bos in, twijfelende beuken met brede armen die wachten op warmer weer, dan een bruggetje over, de achttiende eeuw in.

Geen spoor van ridder Gerard Adriaan van der Steur.

Naast het pad een kanonsloop, half ingegraven, alsof ie op een zeebodem ligt. En dan het kasteel. Kasteeltje. De Fransen zouden het een huis noemen, daar staan er honderden van. Het heeft iets wat op een slotgracht lijkt, maar de brug is niet ophaalbaar. Twee torentjes, de linker met een nieuw dak en een frisse zonnewijzer, de rechter met een roestende wijzerplaat en een klok die Barbara heet, uit 1392. De minister woont aan de achterkant, hoge ramen. Hij kan er zwaaien naar de wandelaars die er hun honden uitlaten.

Een minister die een buitenplaats bewoont, een bijpassend uiterlijk heeft en opgezette dieren op zijn werkkamer, dat leidt al snel tot Kamervragen. Zo'n minister wordt dan een 'kasteelheer', subsidie wordt dan een 'riante rijkssubsidie'. Hyperbolen schieten in dit soort kwesties als boleten uit de grond en gaan van hand tot hand en ontploffen soms stoffig in het gezicht van de minister. Maar meestal niet. Dat ligt eraan of hij het een beetje handig heeft geregeld.

Maar goed, het kasteel. Kasteeltje.

De deur in de rechtertoren, een trekbel, gestommel en dan doet Bert-Jan van Egteren open: baard, blauwe trui en blauwe broek. We dachten al, zegt Bert-Jan, het is niet zo leuk als Ard minister wordt. Dan krijg je dit: fotografen en journalisten op het erf. Hij blijft even in de deur. Ze hadden eigenlijk afgesproken met niemand te praten maar goed, kom binnen, koffie, moet je wel een neutraal stukje schrijven.

Hij deelt het kasteeltje met zes andere huurders, onder wie de minister. Zijn appartement omvat de muziekkamer: de ramen imposant, de oppervlakte niet. Hij heeft er een gipsen replica in gezet van de Juno Ludovesi, een kolossaal Romeins vrouwenhoofd uit de eerste eeuw, dat op een eigenaardige manier past bij het bloemige stucwerk op de wanden. Arcadië, zegt hij. Zo kun je deze plek ook wel noemen. Er hangt hier een andere tijd, een andere eeuw, zegt Bert-Jan: als je 's avonds laat thuis komt kan het donker zelfs beangstigen, die uilen. Dan ruik je die natuur.

Misschien dat het dát is met de minister: om hem hangt ook een andere eeuw.

Bert-Jan was faillissementsadvocaat en begon daarna een bedrijf, de Kunstfabriek, en daarna was hij hoofd moderne kunst bij Sotheby's. Nu studeert hij kunstgeschiedenis in het kamertje boven. Hij woont er drie jaar. De zus van een jongen die hij ooit een baan gaf woonde hier, en zo is het gekomen. Via-via. De vader van de minister zat in het bestuur van de stichting, dus dat ging ook via-via. De vraag is nu of de minister als voorzitter van de stichting iets onoorbaars heeft gedaan.

Wij zijn voorbijgangers, zegt Bert-Jan. Wij moeten een beetje op dit gebouw letten, meer niet. Dat is wat meer bewoners van oude kastelen zeggen, als om te vergoelijken, maar in dit geval betalen ze gewoon huur. Allemaal gewone mensen, zegt Bert-Jan, niks protserigs. Boven hem een arts met z'n vriendin. Hij zegt: het is niet zoals bij Jort Kelder, we hebben geen zwembad en geen tennisbanen. Mensen denken dat het glamour is, maar het is een beetje het tegendeel. In de winter moet je dikke truien aan, de wind waait dan tegen het enkel glas en die twee gaskachels kunnen dat niet aan. Het is er best gehorig. Als boven de wasmachine van de buurman draait, trilt zijn kroonluchter.

Maar het is mooi, zegt Bert-Jan, de patina van de tijd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.