Kasteel Engelenburg: rijk, rustig en redelijk

Eva Hoeke bezoekt de mooiste terrassen van Nederland. Marcus Huibers test er de maaltijd. Kasteel Engelenburg in Brummen beschikt over een echte mijmertuin.

Beeld Henk Wildschut

We reden door Gelderland, langs ooien en koeien, langs huizen met luikjes en ouderwetse stationnetjes met rood-wit getingeling, beschaafd, vriendelijk, moederlijk bijna, en daar was-ie weer, de gedachte die iedere westerling eens in de zoveel tijd tergt: wat deden we eigenlijk nog in die drukke, vieze, veel te dure stad? Was het leven hier niet veel rijker, rustiger, redelijker?

We kregen alle tijd om daarover na te denken in de tuin van Kasteel Engelenburg, het bewijs dat men vroeger feitelijk met dezelfde vragen worstelde, zij het dat alleen de rijken zich daar een antwoord op konden veroorloven.

Wie knaken had liet een buiten bouwen, en zo komt het dat er van Arnhem tot Deventer elke twee kilometer wel een kasteel is te vinden, de Gelderse Parelketting genoemd. Gelderlanders beweren dat het weer er zelfs mooier is dan elders in het land, omdat de regen blijft hangen boven de Veluwe en de zon wordt weerkaatst door de IJssel. Of Erwin Kroll daar een krul onder zou zetten weet niemand, maar wij troffen het, die middag in de tuin.

Terwijl we vanaf onze ligstoelen uitkeken over de Engelse landschapstuin, met aan onze voeten de vijver, lelies en rietsigaren, en verderop het kerkepad en de cipressen, gingen de gedachten naar vroeger, naar 1624, toen het kasteel werd verwoest door de Spanjaarden, waarna het in 1641 opnieuw werd opgebouwd door Jacob Schimmelpenninck van der Oye. Hoe zouden zij er destijds bij hebben gezeten? In het kasteel ontdekten we de portretten van vroegere bewoners, een intrigerende reis langs patriotten en republikeinen, vaders en zonen, freules en weduwen, helden & lamzakken, net zolang totdat we uitkwamen bij de Tweede Wereldoorlog, toen een SS-commando De Engelenburg vlak voor de komst van de Canadezen innam en tientallen verzetshelden martelde in wat nu de wijnkelder is, en even verderop, bij de vlonder, acht van hen fusilleerde.

Maar dat maakt het gebouw nog niet schuldig. Begreep ook de 25ste en huidige rentmeester, Johan Agricola (55), die het kasteel sinds 2006 onder zijn hoede heeft. Agricola, toe maar - ook weer met een zilveren lepel in de mond geboren zeker? Neen, Johan is een geboren en getogen Fries wiens boerende voorouders ten tijde van Napoleon in overleg met de pastoor voor het gelatiniseerde Agricola kozen bij wijze van achternaam. Zegt niks, want pake en beppe runden Hotel Boschlust in Oudemirdum en dus liep Johan als kind al met een sloofje om.

Beeld Henk Wildschut

Terug naar de tuin, waar we nog altijd zaten te mijmeren, biertje in de hand, nu met zicht op een zwanenpaar. Over Hans Wiegel, die dikwijls in de kasteelkroeg zat te paffen. Over Willem-Alexander en Máxima, die ooit een lang weekend in kamer 205 verbleven nadat Johan als Assistent Hofmaarschalk in 2002 het eet,- drink-, en slaapgedeelte van hun huwelijk voor zijn rekening had genomen, een periode van vier maanden intensief samenwerken met het echtpaar waarvoor hij uiteindelijk een lintje kreeg.

En over onze plannen voor morgen, want er was genoeg te doen: drie keer de weg oversteken en we zaten in Nationaal Park Veluwezoom, 5 kilometer de andere kant op konden we de pont nemen en zouden we in Bronkhorst zijn, de Achterhoek dus, Doesburg is een plaats met een historische binnenstad, en nu we er toch waren konden we ook meteen wel even naar het Kröller-Müller, Paleis het Loo of Museum More in Gorssel, waar de magisch-realistische collectie van Dirk Scheringa hangt. Keuzestress, net als in het Westen.

En wat deden we? Niks. We zaten in de tuin, dronken thee, lazen een boek, liepen wat rond, deden een dut en namen ons heilig voor om snel terug te komen, al dan niet definitief. Hoe dat afloopt, leest u volgend jaar.

Kasteel Engelenburg

Eerbeekseweg 6
Brummen
0575-569 999
info@engelenburg.com

Vlakke hand in het gezicht

We voelen ons toch een beetje als het koninklijk paar als we de oprijlaan opdraaien, met het kasteel dat in de verte op Soestdijk lijkt. Ook de ontvangst verloopt geheel volgens protocol.

Na amuses als oester met komkommer en drie bereidingen van Parmezaanse kaas, is het eerste voorgerecht een kleurrijk bordje met drie bolletjes risotto die doradetartaar blijken te zijn. Op de vis zelf is weinig aan te merken, maar er gebeurt te veel op het bord (graantjes, vruchtjes, zalfjes, bloemetjes), zonder toegevoegde waarde. De volgende gangen, scholfilet met bouillabaissesaus en risotto met kalfszwezerik en truffel, hebben dezelfde signatuur: goed uitgevoerd en opgemaakt, maar qua smaak brengt het ons niet in vervoering. Aan de ingrediënten ligt het niet, net zomin als aan de Zuid-Afrikaanse wijnen ('de grootste kaart van Europa') die in rap tempo worden geschonken.

We zijn al bijna in slaap gesukkeld, als het hoofdgerecht ons met een vlakke hand in het gezicht tot de orde roept. De sukade van de barbecue bestaat uit paarsroze plakken perfect geroosterd rundvlees, met mousseline, boterbonen en een krachtige ossenstaartvinaigrette, een zeer opwindende combinatie die de prins Bernhard in ons wakker schudt. Opgetogen beginnen we aan ons nagerecht van rood zomerfruit, tonkabonen en witte chocolade, intens van smaak en niet te zoet, en daarna is het de hoogste tijd onze slaapvertrekken op te zoeken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden