Kastanjetak

In een lege Evian-fles heb ik een tak van een kastanjeboom staan. Het geheel staat in de vensterbank, boven de verwarming....

Martin Bril

De knoppen van de kastanje vind ik bijzonder mooi. Ze zijn groot en goudbruin, en kleverig. Dat laatste weet ik nog maar net. Toen ik de tak in huis haalde, waren die knoppen nog helemaal dicht. Ze plakten aan mijn vingers.

Amper vierentwintig uur later waren de twee grootste knoppen al open. Als eerste meldde zich frisgroen, teder blad. Heel kleine blaadjes, maar al duidelijk met de vorm van een kastanjeblad. Een dag later werd een zachtgele bol zichtbaar, zo groot als een knikker. Die bol bestond op zijn beurt weer uit honderden kleine balletjes. Weer een dag later waren ook de kleine knoppen van mijn tak open – toen had ik ineens vijf bloeiende kastanjeknoppen.

De bladeren worden steeds groter.

En de knikker met balletjes is niet rond meer, maar een soort omhoog stekende, taps toelopende rol. De balletjes zijn ieder voor zich een bolletje op een steel geworden. In de boeken heb ik weten te achterhalen dat dit de bloemen worden en dat het geheel straks, als de rol nog groter is, en aan de voet helemaal door naar beneden hangende bladeren wordt omgeven, een kaars wordt genoemd.

Ik kan niet wachten.

Minstens zo wonderlijk is dat ik inmiddels gehecht ben aan de tak. De onderkant is zo dik als een pink en steekt in de fles. Het water in de fles kleurt lichtbruin. Het peil is nauwelijks gezakt. Misschien moet ik het verversen en er wat Pokon bij doen.

Boven de flessenhals loopt de tak uit in twee zijsporen. Links elegant gebogen en weer splitsend, naar zijtakken met allebei een knop, een grote en een kleine, rechts is de tak grillig, met drie zijwegen die alle drie naar een knop leiden. Het geheel, vanaf de flessenhals gemeten, is vijftien centimeter hoog.

Kortom, natuur.

Wat me het meest fascineert, is de kracht die de tak moet bezitten om al die bladeren en die inmiddels drie centimeter hoge bloemkaarsen te voorschijn te persen. Laat ik het zo zeggen: als je de tak op het fietspad zou zien liggen, zou je er geen cent voor geven. Gewoon een tak als vele takken. Maar het is dus een levend wezen, en een krachtpatser.

Nu ik er aan gehecht ben, begin ik me ook zorgen te maken. Gaat de tak het wel redden? Nu hij geen deel meer uitmaakt van een boom, kan hij ook niet meer profiteren van het gesloten systeem dat zo’n boom vormt, en de druk die daardoor kan worden opgebouwd. Hij staat er helemaal alleen voor, en zou weleens kunnen bezwijken aan de inspanning die hij nu levert.

De boom waar mijn tak vanaf komt, moet ook oppassen: hij is lek, en erger nog: hij kan gaan bloeden. Op termijn kan dat de dood betekenen. Het is niet zo dat ik er wakker van lig, maar het scheelt weinig. En eerlijk gezegd: ik praat al wel met mijn tak, soms aai ik hem zelfs.

Gistermiddag zag ik ineens dat een van de bolletjes waaruit een bloem moet komen, was opengesprongen. Meteen het vergrootglas gepakt en verdomd: ik kon de blaadjes van de nakende bloem strak opgerold tegen elkaar zien liggen. Ik hoop dat mijn tak de bloemen naar buiten kan persen. Het is een lieve, dappere tak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden