'Kasimir' is net niet intens genoeg

Kasimir en Karoline..

VLIEGBASIS SOESTERBERG ‘ENJOY’, roepen de grote glitterletters. Ze zijn het meest in het oog springende onderdeel van het decor op het moment dat je de speellocatie van Kasimir en Karoline (Ödön von Horváth, 1901-1938) op Vliegbasis Soesterberg betreedt. Gedurende de voorstelling zullen ze vaak het centrum van de handeling blijken te zijn; de acteurs dansen en hangen eromheen, vlijen zich ertegenaan. Het is feest, Oktoberfeest in München, het is kermis, alles is geoorloofd, geniet ervan, en proost!

Bert Neumann, vaste ontwerper van regisseur Johan Simons (NTGent) plaatste het ENJOY ergens halverwege de grote stellage die het decor is. Achtbaan, bierlokaal, een wirwar van onderkomens die de meest uiteenlopende creaturen blijken te herbergen, van abnormaliteiten (gorillameisje) tot dames van lichte zeden en figuren van twijfelachtig allooi, alles vindt hier een onderkomen.

Bovenin prijkt een huis in neon, beneden zitten de muzikanten van De Veenfabriek van Paul Koek in een helgroen licht. Simons en Koek, Hollandia-companen van weleer, werkten alweer een paar keer samen, en met deze productie pakken ze fors uit; Kasimir en Karoline wacht straks ook een uitgebreide Europese tournee.

Het stuk past het duo: volks, met een maatschappelijk geëngageerde subtekst, gestileerd taalgebruik en een belangrijke plek voor de muziek. Von Horváth schreef het begin jaren dertig, tijd van crisis. De titelhelden vormen een stelletje, maar hun relatie begint te wankelen als Kasimir wordt ontslagen. Wat begint als een kibbelpartijtje op het Oktoberfeest, loopt schrijnend uit de hand, waarbij hoogmoed, onverschilligheid, sociale ongelijkheid en angst voor verlies een rol spelen.

Simons en Koek werken de thema’s uit tot in de details, en nemen hun tijd. De muziek speelt al een tijdje, als Kasimir (Wim Opbrouck) langzaam opkomt. Hij schopt eens tegen een auto, pakt een stang en slaat hard – om de ‘Kop van Jut’ te raken. Even later is daar Karoline (Els Dottermans): levendig en in staat zich eindeloos vermaken met een overdrijvende zeppelin; de toon is gezet.

Er valt zeker wat te zeggen voor een dergelijke, gedetailleerde enscenering – de acteurs leven zich uit in gebaren en loopjes en aarzelingen en afwisselend wulps en vilein gedrag – maar op momenten trekt het trage tempo de concentratie uit de voorstelling. Daarbij zijn Opbrouck en Dottermans weliswaar op goed op dreef, toch weten ze hun personages net niet die intensiteit en aandoenlijkheid mee te geven die ze óók nodig hebben; iedere vorm van sentimentaliteit wordt vermeden, maar van enige identificatie met het stel kan nauwelijks sprake zijn.

Daar staan dingen tegenover. Bijna iedere rol, hoe klein ook, kan worden uitgebouwd tot een feestje op zich. Yonina Spijker is een fijne Erna met haar onhandige geklets, Kristof Van Boven is sterk als haar foute vriendje Merkl. En Oscar Van Rompay speelt een beweeglijke, komische, ontroerende Schürzinger. Neem daarbij het indringende spel van de muzikanten en de fraaie aankleding en er valt hier zeker ook te genieten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden