Karst was niet meer bereikbaar

Karst T. kwam uit een ‘supergezin’, zeggen zijn vroegere vrienden. Op de basisschool was hij de populairste jongen van de klas.

‘Ik vond Karst een zachte jongen. Een lieve jongen. Maar als hij onder invloed was van alcohol, kon hij veranderen. Dan werd hij wilder. Als er iets gebeurde of als er een vechtpartijtje was, stond Karst vooraan. We liepen er als vriendengroep allemaal niet voor weg om te knokken hoor. We waren geen schijterds. Maar hoe klein hij ook was, hij stond altijd voorop. Hij was de gangmaker. Hij was er niet naar op zoek, maar hij was er ook zeker niet bang voor.’

Geen eenzame jongen
Een schoolvriend van Karst T., de dader van de aanslag op Koninginnedag 2009, wil anoniem blijven, zoals vrijwel alle vrienden die in dit verhaal aan het woord komen. Toch wil hij beschrijven wie Karst T. was. Omdat ook hij zoekt naar een verklaring voor wat er is gebeurd op donderdag 30 april in Apeldoorn.

Op die dag rijdt de 38-jarige Karst T. in zijn Suzuki Swift met zo’n 100 kilometer per uur door de dranghekken richting koninklijke familie. In zijn vaart neemt hij een aantal toeschouwers mee, die later van de motorkap vliegen. Zijn rit eindigt om 11.51 tegen de hekken van de Naald, een monument in Apeldoorn.


De aanslag heeft zeven doden en tien gewonden tot gevolg. Karst moet uit zijn Suzuki worden gezaagd en overlijdt later. In de dagen daarna ontstaat in de media het beeld van een eenzame jongen die nauwelijks contacten onderhield. Maar uit gesprekken met vrienden en bekenden komt naar voren dat dat in de eerste helft van zijn leven helemaal niet het geval was.

Open, sociale kinderen
Karst wordt geboren op 6 maart 1971 en groeit op in Duiven, een dorp in Gelderland. Net als zijn broer en zijn twee zussen gaat hij naar de Thuvineschool.

‘Op de lagere school was hij de populairste jongen van de klas’, zegt een vriendje uit die tijd. ‘Hij was goed in voetbal, goed in judo. Karst was heel vrolijk, naar buiten gericht, haalde kattekwaad uit. Meisjes adoreerden hem. Jongens wilden graag bij hem horen. Je moest min of meer vragen of je zijn vriendje mocht zijn. Hij was beter in sport dan ik, slimmer dan ik. Hij kreeg vwo-advies.

Schatkaart
Karst kwam uit een ‘supergezin’, zegt hij. ‘Op verjaardagen deden ze geweldige dingen. Ik herinner me dat zijn vader een keer een schatkaart had gemaakt en dat we in het park gingen graven. Het is een van de leukste verjaardagen uit mijn kindertijd.’ Karsts vader, een bekende gemeenteambtenaar in Arnhem, was volgens hem een ‘sterke persoonlijkheid’.

‘Karst stond op de basisschool in het middelpunt’, bevestigt Stef Schaap, jarenlang hoofd van de Thuvineschool in Duiven. Hij herinnert zich Karst en diens broer en zussen als open, sociale kinderen. ‘Niet superintelligent, maar ze konden goed leren. Zijn moeder hielp altijd mee met activiteiten, zoals lezen.’

‘Karst had zijn glorietijd op de basisschool’, zegt de vriend. ‘Hij was vrij klein. Toen hij jong was, was dat zijn charme, maar op de middelbare school werkte dat niet meer zo. Toen had hij moeite zijn eigen identiteit te creëren. Hij begon met roken, ook jointjes. Toen pasten we niet meer zo goed bij elkaar.’

Mannetje
In 1983 komt Karst terecht op het Liemers College, een middelbare school in Zevenaar. Geschiedenisleraar Henk van der Ploeg is zijn mentor in de brugklas. ‘Het was echt een mannetje. Onopvallend, maar niet stil. Hij maakte een jonge indruk. Hij was heel goed in gym.’

‘Ik was redelijk goed met hem bevriend’, vertelt vriendje R, die met hem in de brugklas zat. ‘Het was een heel aardige jongen. Geliefd bij iedereen. Hij was wel een beetje apart. Soms maakte hij rare opmerkingen over dingen die hem niet aanstonden. Dan zei hij iets schokkends, en als iedereen vervolgens opkeek, lachte hij een beetje. Alsof hij wilde zeggen: dat meen ik eigenlijk niet. Hij vond het leuk om een statement te maken. ’

Zesjes
Ook R. verliest Karst uit het oog vanwege softdrugsgebruik. ‘Dat was rond havo-4, denk ik. Hij ging toen ook vaak naar Arnhem toe, stappen. Over school was hij een beetje nonchalant. Hij zei altijd: ach, ik red het wel.’

Karst haalt de havo met bijna allemaal zesjes, zegt leraar Van der Ploeg. ‘Een vlakke lijst. Niets sprong er echt uit.’ Vervolgens ging hij naar vwo-5. ‘Maar dat was geen succes. Op zijn rapport had hij nagenoeg allemaal onvoldoendes. Na dat jaar is hij ook van school gegaan.’

Op dat moment gaat hij vooral om met een zeer hechte vriendengroep, die grotendeels uit de Eltingerhof komt, een straat in Duiven. De jongens gaan vaak uit in Arnhem, op de Korenmarkt. Ze drinken veel, en sommigen blowen veel. ‘Maar gewoon, zoals wel meer jongeren dat doen’, zegt een vriend die bij de groep betrokken was. ‘We waren een heel normale, relaxte groep’, zegt een ander. ‘We hebben nu allemaal goede banen. Er zaten geen buitenbeentjes tussen. Karst was dat ook niet.’

Absoluut niet somber
Na de havo begint Karst aan de middelbare hotelschool in Apeldoorn, waar hij na anderhalf jaar mee stopt. Eenzaam was hij daar niet, vertelt een vriend. ‘Nee, het was één feest. Karst was altijd heel vrolijk, absoluut niet somber. Hij ging daar iedere week op donderdagavond stappen met zijn klas. Hij had het ook altijd over de groep. Dat vond hij mooi; met de groep dingen doen.’

Toch begint de vriendengroep van de Eltingerhof, die Karst dan ook nog ziet, rond die tijd wat serieuzer te worden. De een wat eerder dan de ander. ‘Sommigen kregen een baan en een huis, sommigen gingen nog een paar jaar door met feesten’, zegt een vriend.

Burgerlijk
Maar uiteindelijk vindt de hele groep, waarvan de kern uit acht man bestaat, een echte baan. Allemaal, behalve Karst. ‘Hij bleef een beetje achter’, zegt de vriend die bij de groep betrokken was. ‘Hij zei altijd dat hij dat burgerlijke niet zo zag zitten. Dat vond hij saai. Hij zei weleens tegen mij: waarom zou je dat doen? Dat kan over tien jaar ook nog.’

Meerdere leden van de groep zeggen dat Karst zich op dat moment begint terug te trekken uit de groep. Uiteindelijk reageert hij zelfs nergens meer op. ‘We hebben de deur altijd open laten staan, maar hij kwam gewoon niet meer’, zegt een jongen uit de groep. ‘In het begin nodigden we hem steeds uit voor verjaardagen, weekendjes weg, vakanties, vanalles. Maar daar reageerde hij nooit meer op.’

Geen telefoonnnummer
‘Op een gegeven moment was hij gewoon niet meer bereikbaar. Hij had geen telefoonnummer, althans: wij hadden het niet. Ja, en dan kun je moeilijk elke keer langs rijden om ‘hallo’ te zeggen. Ik denk dat hij gewoon niet accepteerde hoe wij waren. Hij nam echt afstand van dat burgerlijke.’

De groep doet nog steeds heel veel met elkaar, zegt hij. ‘We doen met acht man elk jaar hetzelfde en niemand heeft daar problemen mee. Alleen hij. Tja, dan valt daar weinig aan te veranderen. De laatste keer dat ik hem zag, was anderhalf jaar geleden met Oud en Nieuw. Toen was het niet meer dan ‘hallo’ en ‘doei’ – hij liep door en ik liep door. Dat was tekenend voor onze relatie. Het was geen ouwe jongens krentenbrood meer.

‘Hij heeft alles afgekapt. Niemand van de groep heeft de laatste jaren nog contact met hem gehad. Wel met zijn broer, die zijn we altijd gewoon blijven zien.’

Bijbaantjes
Tussen 1992 en 2000 gaat Karst in militaire dienst, heeft hij een hele trits baantjes, en verhuist hij ook talloze keren. Oud-schoolgenoot Hans komt hem in die tijd tegen in een café. ‘Hij was toen redelijk losgeslagen’, zegt hij. ‘Hij was flink aan het blowen. Ik kon niet zoveel met het gesprek. Ik begreep ervan dat hij niet echt een duidelijke richting voor zichzelf had geformuleerd.’

Texaco
Rond 1998 raakt Karst ook in de schulden. Hij wordt zelfs een tijd dakloos en zwerft met een tentje rond. Volgens een interview van zijn ouders met het ANP ‘knokt’ hij zich hier ongeveer twee jaar later toch weer uit met een baantje achter de kassa bij de Texaco, een tankstation. Hij betaalt al zijn schulden af en komt terecht komt op een zolderkamertje in Apeldoorn.

Hij komt er te wonen naast Margriet Jesse, in een heel klein kamertje van 2 bij 3 meter. ‘Er kon een bed en een tafeltje in’, zegt Jesse. ‘Dat was alles.’

Het studentenhuis staat aan dezelfde weg waarlangs hij later met zijn Suzuki op de menigte inrijdt. ‘We woonden er met dertien man, en trokken veel met elkaar op. Ook maakten we weleens flink herrie, maar Karst deed daar nooit aan mee. Hij zei altijd vriendelijk ‘dag’ en ‘doei’, maar dat was alles. Bezoek kreeg hij nooit. Van alle mensen in dat huis was ik degene die het meeste contact met hem had.’

Eigen potje
Soms kookte hij in de gemeenschappelijke keuken zijn potje, vertelt Jesse. ‘Maar als hij klaar was, ging hij dat op zijn kamer opeten. Verder ging hij naar zijn werk, kwam thuis, ging naar de supermarkt, kwam thuis en ’s avonds nam hij een blowtje en keek wat tv. Meer gebeurde er niet.’

Volgens Jesse woonde Karst ongeveer een jaar op de kamer. ‘Toen had hij punten gespaard voor een woning aan de Chamaveweg. Ik heb hem sindsdien nooit meer gezien.’

Karst werkt van 2000 tot 2004 bij de pompshop van Texaco. Dan wisselt hij van baan. ‘We wilden niet van hem af, maar hij wilde zelf weg’, zegt Erick Kompier, destijds eigenaar van het tankstation. ‘We vonden het erg jammer’. Volgens hem was hij erg accuraat. ‘Maar hij wilde weer eens wat anders. Wat rustiger. Niet altijd met die klanten.’

Boodschappentasje
Hij komt terecht bij Interlanden, een distributiebedrijf voor drukwerk, waar hij vorkheftruckchauffeur wordt. ‘Hij kwam elke dag netjes op tijd, met een boodschappentasje met zijn brood erin’, zegt een voormalige machinevoerder van het bedrijf. ‘We maakten geintjes, namen elkaar in de zeik. We noemden hem wel eens de kabouter. Hij deed daar ook aan mee, al trad hij nooit op de voorgrond.’

Toch gaat het uiteindelijk ook mis bij Interlanden, in de herfst van 2008. ‘Hij kwam van de ene op de andere dag niet meer opdagen op het werk’, zegt de machinevoerder. ‘Ze hebben toen gebeld naar zijn ouders, maar hij was nergens te vinden. Hij had een vast contract. Na twee maanden is dat ontbonden.’ Volgens zijn ouders vond Karst dat hij in de fabriek onrechtvaardig werd behandeld.

Volgens hen raakt hij daarna in een dip. Wat er precies aan de hand is, is onduidelijk. In ieder geval doet hij er tot begin maart over om eruit te komen.

Geïrriteerd
In de periode daarvoor wisselt hij ook een paar keer van huis. Zo gaat hij van Apeldoorn naar Velp (2006) en naar Huissen (2007). Met zijn buren in zijn laatste appartement heeft hij daar zeer oppervlakkig contact. ‘Hij was heel erg op zichzelf’, vertelt een medebewoner.

Volgens Jan Derksen, een andere buurman, reageerde Karst de laatste maanden stugger en nog meer kortaf dan normaal. ‘Hij was aan het verhuizen. Nieuwe bewoners die het parket wilde komen opmeten, stuurde hij geïrriteerd weg.’

Karst had de huur per 1 mei opgezegd. Het is volstrekt onduidelijk waar hij heen zou gaan. Naar verluidt had hij gezegd dat hij in het distributiecentrum van ’t Kruidvat een nieuwe baan had gevonden. Daar zeggen ze hem echter niet te kennen.

Op Koninginnedag valt zijn haardracht op: kort en aan de zijkanten kaalgeschoren. Een buurvrouw zegt dat hij dat al langere tijd zo droeg. ‘Hij had zijn uiterlijk de laatste tijd niet veranderd. Verder droeg hij vaak een truitje met een bloesje eronder. Hij was meestal gekleed zoals op de foto in de Suzuki.’

Ouders
Volgens zijn ouders had Karst dan wel geen vrienden, maar is hij hen en zijn broer en zussen altijd blijven zien. De familie zou zich hebben neergelegd bij het leven dat Karst leidde. Ook zou hij de laatste jaren minder drugs hebben gebruikt. Uit bloedonderzoek bleek later dat hij niet onder invloed was, maar dat er wel sporen van cannabis in zijn bloed zaten.

De laatste weken dachten zijn ouders dat hun zoon weer was opgeknapt. Tot het ene telefoontje om vier uur ’s middags op Koninginnedag van de oudste zoon aan zijn vader: ‘Pa, het lijkt erop alsof Karst degene was die de aanslag heeft gepleegd.’ Met een klap tegen de Naald maakt Karst een einde aan zeven levens. Zelf overlijdt hij de nacht na Koninginnedag om 2.58 uur in het ziekenhuis van Deventer aan hersenletsel. Zijn ouders zijn bij hem.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden