KARREVRACHTEN BOTER

IK weet niet wat de motieven zijn geweest om de kroonprins, de minister-president en de minister van Defensie naar Zagreb te laten gaan om de terugkeer van Dutchbat uit Srebrenica te vieren....

MARCEL VAN DAM

De ontwikkelingen in ex-Joegoslavië heb ik de afgelopen jaren niet anders gevolgd dan via de media. Uiteraard met toenemende ergernis over de moorddadige verdeeldheid tussen de westerse regeringen en de onmacht van de VN-bureaucratie die met name de Bosnische Serviërs hebben aangemoedigd om hun nationalistische/racistische terreur steeds schaamtelozer uit te oefenen.

Een van de dogma's op het terrein van de buitenlandse politiek waar Kissinger altijd de nadruk op legde, was dat van de 'predictability'. Je moet er in de relatie met andere landen voor zorgen dat zij zo nauwkeurig mogelijk op de hoogte zijn van jouw mogelijke reacties op hun acties. In voormalig Joegoslavië is gebleken hoe verwoestend, ook in morele zin, het gebrek aan voorspelbaarheid kan werken. Liever gezegd: het ontbreken van overeenstemming tussen de geallieerden en het onvermogen op de wandaden van de strijdende partijen gepast te reageren, werd zo voorspelbaar dat het dogma van Kissinger weer wel ging werken, maar uitsluitend destructief.

Toen de Veiligheidsraad besloot zes 'safe areas' in Bosnië-Herzegowina in te stellen waar de vredesmacht van de VN de veiligheid van de Moslim-bewoners zou garanderen, dacht ik dat eindelijk een vorm was gevonden om de agressie van de Bosnische Serviërs in te dammen. Ik was er dan ook vóór dat begin 1994 besloten werd ook Nederlandse militairen beschikbaar te stellen voor die taak.

Toen militaire kopstukken begonnen te jerimiëren, dacht ik dat het de zoveelste poging was van de generaals om meer geld (minder bezuinigingen) te verkrijgen. Ik was het dus, ik beken het eerlijk, met de overgrote meerderheid van de Tweede Kamer eens: onze jongens moesten naar Joegoslavië.

Wat was dàt een foute beslissing. Na de vreselijke afgang van Dutchbat met de fatale gevolgen voor duizenden mensen, heb ik me verdiept in de argumenten vóór en tegen, die toen in de discussie zijn gehanteerd. Voor mij staat nu de conclusie als een paal boven water: De Tweede Kamer heeft het besluit om de nog niet eens gevormde mobiele brigade naar ex-Joegoslavië te sturen op zeer lichtvaardige en opportunistische gronden genomen en het enige verwijt dat je de militaire top van toen kunt maken, is dat ze niet harder hebben geschreeuwd en dat ze te vroeg te loyaal zijn geweest aan hun politieke bazen.

Mijn beoordeling van de situatie als mediaconsument zat er dus volkomen naast.

Gelukkig was ik niet door het volk gekozen om mij alle relevante feiten eigen te maken en op grond daarvan een weloverwogen beslissing te nemen. Op grond van de gegevens die toen bekend waren, hadden de kamerleden die beslissing nooit mogen nemen. Datzelfde geldt natuurlijk voor het kabinet.

Achteraf begrijp ik heel goed waarom de kamerleden die voor de foute beslissing verantwoordelijk waren tijdens en vlak na het drama in Srebrenica om het hardst riepen dat zij de minister steunden en hem niet voor de voeten wilden lopen. Er was natuurlijk alle aanleiding om van het begin af aan talloze vraagtekens te zetten bij bijvoorbeeld het eigenaardige gedrag van Karremans. Maar de kamerleden hadden karrevrachten boter op hun hoofd. Natuurlijk was Karremans de verkeerde man op de verkeerde plaats. Natuurlijk is het op defensie een zootje als het op de communicatie aankomt.

Maar alles wat Karremans of Couzy of welke andere dienstklopper dan ook fout heeft gedaan, die fouten worden niemandalletjes vergeleken bij de twee grote fouten die hebben geleid tot een grote nationale en internationale morele afgang.

In de eerste plaats hebben kabinet en Kamer Nederlandse militairen naar een oorlog gestuurd met een onmogelijke opdracht, met onvoldoende mankracht, met onvoldoende wapens in een onmogelijke bevelstructuur in het kader van internationale politieke anomalie. Van dat falen in Srebrenica zijn tienduizenden mensen het slachtoffer geworden, waarvan er duizenden zijn afgeslacht.

In de tweede plaats heeft een veilige terugtocht van Dutchbat zoveel prioriteit gekregen dat het vermoeden gerechtvaardigd is dat het lot van de Moslim-mannen te weinig prioriteit heeft gekregen. Dat vermoeden moet tevens worden gezien tegen de achtergrond van de aversie die binnen Dutchbat tegen de Moslim-strijders was gegroeid.

Over die grote politieke fouten en de gruwelijke gevolgen hoort het debat in de Tweede Kamer te gaan. Al dat andere oenige gedoe zoeken ze later maar eens uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden