Karig maal voor helden van de Krim

Ze verjoegen Russische soldaten bij de poort van een Oekraïense marinebasis op de Krim en waren even nationale helden. Nu wonen ze in een vluchtelingenkamp in Polen.

LUKOW - Natalia Koetsjoehidze, een rondborstige blondine van een jaar of zestig, is voor geen kleintje vervaard. Toen vorige maand de 'groene mannetjes' van Poetin op de Krim verschenen, was ze de een van de eersten om te protesteren. Als predikant moet je het goede voorbeeld geven, vindt ze.


Maar nu wordt het haar toch even te machtig. Haar ogen vullen zich met tranen. 'Hoe zou jij je voelen', vraagt ze in het Russisch, 'als je je huis en alles moet achterlaten en moet rekenen op de steun van anderen?'


Koetsjoehidze komt uit Novoozerno, een stadje aan de Zwarte Zee dat zijn bekendheid te danken heeft aan een - Oekraïense - marinebasis. Ze stond er aan het hoofd van de Goede Boodschap, een kleine protestantse gemeenschap.


Stond, want nu zit ze in de eetzaal van het Dom Polonia, een opvangcentrum in het oosten van Polen. Het is haar nieuwe thuis, sinds ze een maand geleden met haar 31 volgelingen - de jongste is een baby van zes maanden - naar het buitenland vluchtte. Sinds de Russische annexatie van de Krim zijn ze de eerste Oekraïense asielzoekers in Polen en, voor zover bekend, ook de laatste. Er zijn wel meer bewoners van het schiereiland gevlucht, maar de meesten zijn in Oekraïne gebleven.


Het is de prijs die Koetsjoehidze en haar volgelingen betalen voor hun heldhaftig verzet tegen wat ze de Russische bezetting noemen. Nog voor de val van de Oekraïense president Janoekovitsj hadden ze in Novoozerno een petitie opgesteld tegen de gevreesde oproerpolitie. Hoewel ze bijna allen van Russische afkomst zijn, steunen ze de nieuwe regering in Kiev. Poetin beschouwen ze als een wrede dictator.


Koetsjoehidze - haar Georgische naam heeft ze van haar man - heeft aan tafel het gezelschap gekregen van twee vrouwen en een man. Er waren nog wel meer inwoners niet blij met de komst van de 'groene mannetjes', beweren ze, maar die durfden niet te protesteren.

Bivakmutsen

Zij wel. Op 3 maart, een dag na de komst van de Russen, wilden ze de Oekraïense matrozen op de basis een hart onder de riem steken. Maar zover kwamen ze niet. Voor de toegangspoort stonden vier zwaarbewapende Russen in camouflagepakken en bivakmutsen.


Een van de tafelgenoten, Gennadi Goretskij, heeft ondertussen zijn computer aangezet. Op YouTube kan je de beelden van de confrontatie zien.


Voor de poort zijn Galina Moerzak en Irina Godovanjoek te herkennen, de twee andere vrouwen aan tafel. 'Wij willen vrede', zeggen ze tegen de Russische soldaten. 'Neem jullie mutsen af, waar zijn jullie insignes?' Een oude man: 'Jullie komen naar mijn huis met wapens. Zo gedragen gasten zich toch niet.'


De bivakmutsen zijn niet onder de indruk. 'Stoor ons niet', bromt een van hen met een dik Moskous accent. 'Wij voeren vreedzame onderhandelingen.' Aan zijn borst hangt een moderne AK-100, een wapen dat volgens Goretski alleen door het Russische leger wordt gebruikt.


Maar de demonstranten laten zich niet afschrikken. Op de achtergrond is te horen hoe Koetsjoehidze haar stem verheft. 'Wij zijn zelf Russen, wat komen jullie hier doen?' Ze steekt haar handen in de lucht. 'Ik zegen jullie, ik zegen Rusland en ik zegen Oekraïne.' Verderop klinkt: 'Wij zijn toch broeders.'


En dan gebeurt er iets wat niemand voor mogelijk had gehouden. De vier soldaten druipen af. Ze keren terug naar de basis waar ze hun tenten hebben opgeslagen. Er klinkt applaus.


Dezelfde avond zijn de beelden te zien op de Oekraïense televisie. Voor de 'groene mannetjes' is de vernedering compleet.


Koetsjoehidze en haar volgelingen zijn even nationale helden. Maar zoals verwacht kan worden, is hun triomf van korte duur. De volgende dag komen de soldaten terug, met in hun spoor een aantal - dronken - aanhangers van Poetin. Sergej Aksjonov, de nieuwe premier van de Krim, zou persoonlijk opdracht hebben gegeven af te rekenen met de demonstranten.


Ook elders wordt de sfeer ondraaglijk. Joelia, de 15-jarige dochter van Irina, vertelt hoe Ruslandgezinde leerkrachten op school begonnen te stoken. Ze was de enige die durfde te zeggen dat ze voor Oekraïne is.


En zo kwam het ogenblik dat de volgelingen van de Goede Boodschap het beter vonden om te vertrekken. Ze hadden genoeg verhalen gehoord over verdwijningen. Op 10 maart, precies een week na hun protest bij de legerbasis, nemen ze de trein naar Chmelnitski, een stad in West-Oekraïne. Nog voor het beruchte referendum over de aansluiting bij Rusland dus en voor de Russen met een tractor de toegang tot de basis forceerden en de Oekraïense matrozen tot overgave dwongen.


Van een meelevende zakenman kregen ze onderdak in een hotel, maar na een telefoontje - 'we weten jullie te vinden' - besloten ze Oekraïne te verlaten. De keuze voor Polen lag voor de hand. Geen enkele lidstaat van de EU heeft de laatste maanden meer gedaan voor Oekraïne. Op internet hadden ze de Poolse premier Tusk horen zeggen dat Oekraïense vluchtelingen welkom zijn.


Bijna kregen ze spijt van hun keuze. In het opvangcentrum in de buurt van Warschau lagen naalden in de speeltuin; de stank was er ondraaglijk. 'Jullie hadden toch geen vijfsterrenhotel verwacht', zei de directrice.


Maar de volgende dag mochten ze naar hun huidige verblijfplaats vertrekken, een open asielzoekerscentrum in een Oost-Pools provinciestadje. Ze wonen er met een groep Tsjetsjenen; die vormen al jaren de overgrote meerderheid van de asielzoekers in Polen.


Breed hebben Koetsjoehidze en haar volgelingen het niet in Lukow. Tijdens het avondeten - tevens het verjaardagsfeestje voor twee van de kinderen - ligt naast elk bord een stukje toiletpapier. Gedronken wordt er uit yoghurtbekers. Ook het menu oogt bescheiden: een sneetje kaas, een sneetje paté, een gebakje, een kwartje appel en een radijs, alles eerlijk verdeeld.


Beter kunnen ze zich niet permitteren. Asielzoekers krijgen in Polen 70 zloty zakgeld per maand, omgerekend minder dan 20 euro. Hun Oekraïense rekeningen zijn geblokkeerd.


Maar het gebouw ziet er netjes uit en het personeel doet er alles aan om het hun naar de zin te maken. Terwijl de Oekraïense vluchtelingen voor het eten bidden en zingen, zijn twee technici in een hoek kabeltelevisie aan het installeren. Ze zullen straks naar de Oekraïense televisie kunnen kijken.


En dat is maar goed ook, want naar huis zullen ze niet gauw terugkeren. Ze vertellen over de directrice van de school van Novoozerno. Die kreeg naar verluidt een proces aan haar broek omdat ze weigerde aan het referendum mee te werken. Volgens de vluchtelingen riskeert ze vijf jaar cel. Nee, dan liever een opvangcentrum in Polen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden