Karel Lotsy, Nederland dacht al in 1934 wereldkampioen te worden

Na jaren van veelvuldig verlies kwalificeerde Oranje zich onder leiding van Karel Lotsy, de Nederlandse 'sport-Mussolini', voor het WK in 1934. Vervuld van optimisme maakte Nederland zich op voor de WK-finale, maar strandde in de eerste ronde.

Lotsy (rechts) en Max Euwe (midden) in 1938 © anp

We zouden wereldkampioen worden. Duizenden supporters in oranje kleding reisden in bussen, treinen of op de fiets naar Milaan en zongen: 'We gaan naar Rome, we gaan naar Rome / En Bakhuys doelpunt daar voor twee!'

Vrijwel alle Nederlandse voetballiefhebbers verwachtten een finaleplaats in het Stadio Partito Nazionale Fascista in Rome. Welk land kon Bakhuys, Van der Meulen, Vente, Van Heel en Smit in één team opstellen? Ja, die Italianen hadden Meazza, Orsi en Mussolini. De Oostenrijkers konden rekenen op wondercoach Hugo Meisl en op Matthias Sindelar, misschien wel de beste speler ter wereld. Maar het Nederlands elftal had de grootste troef van allemaal: Karel Lotsy, een oud-doelman van Haarlem 5 die sinds het begin van de jaren dertig bekend stond als de Nederlandse 'sport-Mussolini'.

Aan de vervloekte jaren voor 1934 wilde niemand meer denken; niet aan de werkloosheid die steeg tot recordhoogte en niet aan aan voetbalinterlands die zelden werden gewonnen.
Lotsy kwam in die periode vaak buitenlandse voetbalkenners tegen, vertelde hij later. Na alweer een kansloze nederlaag van het Nederlands elftal zeiden ze tegen hem: 'Och het zijn doodgoeie kerels die Hollandse spelers, maar voetballen... brrr!'

Lotsy wilde een einde maken aan de hopeloze reeks nederlagen. Hij stelde voor een Keuze Commissie samen te stellen, bestaande uit drie wijze Hollandse patriotten, onder wie hijzelf. Het doel: 'Nederland uit 't voetbalmoeras terugbrengen op 't eerste plan.' Alles zou volledig anders worden. Een voetballeider moest een speler niet beschouwen als een 'stoel of een tafel', maar ook 'de fijne roerselen van een menschenziel trachten te doorgronden'.

Vanaf 11 februari 1931 kwamen rond de dertig spelers minstens twee keer in de week bij elkaar aan de Haagse Schenkkade. De bijeenkomsten werden gehouden op het terrein van voetbalvereniging VUC en elke donderdag hield Lotsy een toespraak in de houten kantine, 'bedoeld om de spelers een laatste prikkel te geven. De lont die 't kruit doet ontbranden.'

In 1934 leken de oer-Hollandse mannenbroeders van Karel 'de Kerel', ook bekend als 'Keuze Karel', opeens over mysterieuze krachten te beschikken. De Belgen werden op 11 maart verslagen met 9-3. Volgens journalist Joris van de Bergh kwam dat door de revolutionaire 'mental-training' van Karel Lotsy. In Sportkroniek schreef hij: 'Eenmaal per week verandert het vierkante, ietwat holle restaurant van VUC in een wondertentje. (...) Het is een milieu vol atmospheer waarin OVERTUIGING wordt aangekweekt en waarin langs den weg van de enthousiasmerende kameraadschappelijke causerie het inzicht wordt gepropageerd dat het innerlijke de daden van het fysieke moet steunen.'

Het werd nog mooier. Tegen de onverslaanbaar geachte profs van de Ierse Vrijstaat stonden de Nederlandse amateurs lange tijd achter met 2-1. Toen begon er een periode die bekend raakte als het 'krankzinnig kwartiertje', het 'emotionele kwartiertje' en het 'Hollandsche kwartiertje'. Binnen 16 minuten werd de achterstand omgebogen tot een 5-2 voorsprong. NSB'ers, liberalen, socialisten, communisten en KVP'ers omhelsden elkaar op de tribune. Nederland had zich geplaatst voor het WK.

Een verslaggever van De Telegraaf schreef: 'In een tijd die zoo rijk is aan materieele ellende en zoo arm aan verwarmd idealisme, heeft Lotsy het onmoogelijke gepresteerd. Het is zijn verdienste dat hij onze jongens bezield heeft met een geest die hen heeft opgevoerd tot een heilig willen, welken in haar resultaten duizenden uit de doffe gang van dagelijksche zorgen heeft meegesleurd.'

Over de loting voor het eindtoernooi was vrijwel iedereen tevreden. Nooit won het Nederlands elftal op vreemde bodem van de Zwitsers. Toch zeiden de meeste voetbalkenners: 'Die Zwitsers kunnen we hebben! En na de Zwitsers treffen we de Tsjechoslowaken. Ook die kunnen we hebben! En dan is het nog maar een kleine stap richting de finale in Rome.'

Een 5-4 nederlaag in een oefenwedstrijd tegen Frankrijk temperde de euforie heel even. Maar nadat doelman Gejus van der Meulen, die eerst had afgezegd vanwege zijn drukke dokterspraktijk, had beloofd alsnog af te reizen naar Milaan, neurieden tienduizenden Nederlanders de hele dag door het nieuwe volkslied 'We gaan naar Rome' van Willy Derby. De 4-5 tegen Frankrijk was bij nader inzien 'een krijgslist om den Zwitsers om den tuin te leiden'.

Een paar weken later keken Karel de Kerel en zijn 'ferme jongens, Hollandsche jongens van Jan de Witt' met de hoogste verwachtingen uit naar de Coppa Mussolini. Er vonden rellen, betogingen, hongerdemonstraties en massa-arrestaties plaats in Florence, Padova, Udine, Turijn en in Mussolini's geboortestreek Romagna. De socialistische krant Het Volk plaatste een artikel met de kop: 'Onlusten in Italië. Begin van verzet tegen dictatuur?' Slechts zelden pleitte iemand voor een boycot.

Lotsy wees alle suggesties voor een boycot sterk af. 'Sport en politiek zijn als water en vuur', was een van zijn favoriete uitspraken, en in mei 1934 dachten nog maar weinig Nederlanders aan Hitler, Mussert, stempelen, Joden of fascisme. Karel Lotsy had bereikt 'waartoe feitelijk nog niemand in staat was: het geheele Nederlandsche volk is opgezweept tot een voetbalenthousiasme dat zijn weerga in de voetbalgeschiedenis niet heeft'. Of, zoals een van de weinige criticasters het omschreef: 'Voetbalwaanzin teistert ons land.'

Op dinsdag 22 mei 1934 verdrongen duizenden mensen elkaar op het perron om de Lotsyploeg uit te zwaaien vanuit Arnhem. Spelers en bestuurders werden beschermd door een politiemacht. Reserve Jaap Mol pakte zijn harmonica en speelde 'We gaan naar Rome'. Kick Smit dirigeerde het publiek vanuit een wagon.

De luxetrein Rheingold vertrok om 9.34 uur. In nazi-Duitsland en Zwitserland werd het landschap steeds woester. Huisjournalist Ad van Emmenes schreef: 'Wij, Hollandsche boerenjongens, want dat zijn we per saldo allemaal, kijken nu eerst recht de oogen uit 't hoofd bij het aanschouwen van de fameuze pracht van 't berglandschap met die goddelijke oorden die er in genesteld zijn.'

Na een overnachting in Luzern bereikte de Lotsyploeg via de Gotthard-tunnel het Italië van Benito Mussolini. Keuze Karel reisde door naar Rome. Hij werd daar verwacht op een Fifa-congres.

Het WK was op dat moment net van start gegaan. Mussolini zat op de tribune bij Mexico-Amerika. De Duce hield van voetbal, vooral als het stevig werd gespeeld. Zelf beoefende hij vrijwel alle sporten op topniveau. Een zwarthemd van Lo Sport Fascista schreef in 1928: 'Duce: piloot, schermer, paardrijder, eerste sportman van Italië.'

De spelers van het Nederlands elftal waren niet aanwezig bij de openingswedstrijd. Ze zaten afgesloten van de buitenwereld in een trainingskamp in het dorpje Cernobbio, vlak bij het Comomeer.

De eerste twee dagen verliepen uitstekend. Daarna sloegen verveling, ergernis en heimwee hard toe. Het was te heet om goed te trainen. Moeder maakte betere stamppot dan de Duitse kok. Smit vertelde voor de zoveelste keer dezelfde grap. Mijnders won alweer met klaverjassen. Mol speelde tot vervelens toe 'We gaan Rome' op zijn harmonica.

Na een paar dagen voegde Lotsy zich bij de spelers. Hij merkte dat de sfeer minder goed was dan gehoopt. Op de ochtend van de wedstrijd hield Lotsy de donderspeech van zijn leven: 'Jullie zullen nog liever sterven dan deze wedstrijd verliezen!'

De volgende dag reisde de ploeg van Como naar Milaan. Daar stroomden de straten vol hossende gillers, zoals de Oranjesupporters werden omschreven in Het Volk. Nooit eerder reisden zo veel Nederlanders mee naar een uitwedstrijd. Er waren extra treinen ingezet voor vijfduizend toeschouwers. Op het grote plein bij de Dom zong het legioen het Wilhelmus en 'We gaan naar Rome'.

Bij de aftrap om half vijf in de middag zaten dertigduizend toeschouwers in het stadion, onder wie zevenduizend Zwitsers en zevenduizend Hollanders. Alleen in de hoeken waren nog lege plekken. Het begin viel een beetje tegen. Weber trapte twee keer over de bal en na 7 minuten belandde een hard schot van de bebrilde midvoor Kielholz via de paal in het doel achter Gejus van der Meulen. De correspondent van Het Volk schreef: 'In Indië verslikte men zich in hun kopje thee en paitje, in West slikten zenuwachtig de employés van de Bataafsche hun ijswater weg en in Holland schilden de huismoeders nuchter een paar aardappels minder.'

Pas na een half uur spelen raakte de Lotsyploeg op dreef. Puck van Heel mikte een vrije trap op het hoofd van Smit, 'die het leder juist zoveel van richting laat veranderen dat Sechehaye ernaast grijpt. Natuurlijk wilde krijgsdansen en indianengehuil op de tribune.'

Nu zouden de Zwitsers vast en zeker worden overlopen. 'De nakomelingen van Wilhelm Tell gaan eraan!', brulde een supporter. De anderen zongen 'We gaan naar Rome'. Maar vlak voor rust scoorde Kielholz voor de tweede keer.

Ook in de tweede helft waren de Zwitsers beter en de 'dekselsche Abegglen met z'n kaligen kop deed definitief de deksel op Hollandsch hoop'. Nog één keer kwam Nederland terug. Van Heel nam een vrije trap. Vente scoorde en alle Nederlandse gillers rekenden op een krankzinnig laatste kwartier. De verslaggever van De Telegraaf schreef: 'Loeiend gingen de toejuichingen over het veld. Steeds weer trok de Hollandsche voorhoede ten aanval. Daar kwam Vente op twintig meter in schotpositie en knalde. Kreunend kwam het leder van den paal terug.'

Het bleef 3-2. 'We gaan niet naar Rome, maar den langen weg terug', stamelde iemand. Een journalist analyseerde: 'Holland is het slachtoffer geworden van het bedrieglijke uiterlijk van middenvoor Kielholz. Wat keek hij vriendelijk door zijn brillenglazen. Wie dacht, dat deze jongen, die eerder op een student dan op een profvoetballer leek, over zo'n dodelijk schot beschikte?'

Een dag later werd de stemming agressief. Kenners uit alle lagen van de bevolking klaagden over 'een oranjezeepbel die ging van floep' en een 'luchtkasteel' of eigenlijk 'een heele stad in de lucht'. Het Nederlands elftal had veel te vroeg gepiekt, de overwinningen op België en de Ierse Vrijstaat waren 'schijnsuccessen'. Het spel was veel te verdedigend geweest en 'het blijkt toch wel dat we het Zwitsersche spel hebben onderschat'. Zelfs Willy Derby kreeg ervan langs. De man achter 'We gaan naar Rome' wist van voetbal 'toeten noch blaazen' en had een 'allerdwaas liedje' geschreven dat 'door een aardig wijsje bij het groote publiek zoo is ingeslagen, dat tenslotte de groote massa scheen te denken dat onze ploeg inderdaad een kans had om het tot den eindwedstrijd te Rome te brengen'.

De terugreis verliep in stilte. Begin juni arriveerde de Rheingold in Rotterdam. Vier internationals werden hartstochtelijk begroet door familieleden en kennissen. Voor de ingang van het station was de sfeer lang niet zo vriendelijk als op het perron. Honderden Rotterdammers floten en scholden; na meerdere alarmtelefoontjes ariveerde de politie.

Een speler probeerde in een taxi te glippen. Tientallen voormalige Oranjesupporters vielen hem aan en moesten met gummiknuppels worden teruggeslagen. Bestuurders, internationals en journalisten zagen het geschokt gebeuren en een ooggetuige van Het Volk schreef bij thuiskomst: 'Opgeschroefden verwachtingen gebaseerd op ondeskundigheid en gevoed door chauvinisme, is de bodem ingeslagen. Lieden die wij niet aarzelen sport-vlegels van het ergste soort te noemen, kunnen de teleurstelling niet dragen. Ziedaar waartoe wij gekomen zijn!'

De dagen, weken en maanden erna werd er nog lang en vaak gediscussieerd over de nederlaag. De rust keerde pas weer terug in november 1934 na een 4-2 overwinning in een revanchewedstrijd tegen de Zwitsers. Ineens leek alles weer te lukken en onder de geestdriftige leiding van Karel de Kerel begon het Nederlands elftal aan een nieuwe zegereeks die nog wonderlijker was dan de vorige. Kenners spraken over 'het haussetijdperk van ons voetbal. Op de Hitlerspelen van 1936 zou de Lotsyploeg vast en zeker de gouden medaille winnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.