Kappen met de ontwikkelingshulp, eigen schaatsers eerst

Stel je voor dat Thialf het epicentrum was van klootschieten. Stel je voor dat dit groepje bejaarden donderdagochtend naar Thialf was gekomen voor een potje recreatief klootschieten....

Het was Bart Veldkamp die bijna vier maanden geleden de hallucinerende gedachtesprong van schaatsen naar klootschieten maakte. In een interview met de Volkskrant zei Veldkamp dat de schaatssport alles te danken heeft aan Nederland. Als wij deze sport de rug zouden toekeren, schrompelde schaatsen ineen tot een partijtje klootschieten.

Het lijkt een waarheid als een koe en Bart Veldkamp is die waarheid in levende lijve. Nadat hij zijn beste jaren aan eigen land had gegeven, vermomde Veldkamp zich nog een paar seizoenen als schaats-Belg, en nu gaat de opgebouwde knowhow naar Chad Hedrick en naar een nieuwe Amerikaan met een maffianaam.

Het is een waarheid met zo’n innerlijke logica dat het een vanzelfsprekende verplichting lijkt. In Nederland is schaatsen zoiets als collectieve zelfontplooiing, een permanente koestering van het Ard-en-Keessiegevoel. In het buitenland is beoefening een individuele kwestie, en zo’n dol geworden skeeleraar moeten we enigszins in ere houden, anders gaat de aardigheid eraf.

We houden dus een sport in stand om zelf te kunnen gloriëren. Maar misschien ontpopt Bart Veldkamp zich wel als een nieuwe Frankenstein en wordt de nieuwe Amerikaan met zijn maffianaam een monster dat onze helden de komende jaren tot moes slaat. Zitten we al die winterweekeinden vast aan kansloze wereldbekerwedstrijden.

Maar het heeft vooral iets verstikkends, deze vorm van ontwikkelingshulp. Wordt het schaatsen niet geremd in zijn ontwikkeling? We verplichten die arme sloebers uit onze donorlanden elk jaar tot een slaapverwekkende allroundgeschiedenis.

Volgens mij is er geen buitenlandse schaatser die je hiermee een plezier doet, en het dient geen ander doel dan ons Ard-en-Keessiegevoel.

Wat stelt zo’n vierkamp van ongelijke specialiteiten nog voor in een wereld waarin specialisatie steeds belangrijker wordt en de toeschouwer steeds ongeduldiger zapt? Alsof je Kenenisa Bekele dwingt te sprinten en Usain Bolt 10 kilometers voorschotelt, alsof je een klootschieter laat mikken op kleiduiven.

Terwijl de allrounders zich voorbereiden op de uitputtingsslag in Hamar, schonk Jac Orie donderdagochtend een kopje koffie in Wolvega. Orie is een joviale boom van een kerel en coach van de DSB-ploeg, een clubje van sprintspecialisten dat in Hamar niets te zoeken heeft.

De DSB’ers draaien in Thialf warm voor de WK afstanden, later dit jaar, en als ze de ijsbaan even kwijt zijn aan de recreatie, pakken ze hun rust in een hotel in Wolvega.

Orie moet weinig hebben van het idee dat Nederland zijn eigen concurrentie een handje toesteekt. Voor argeloze landgenoten lijkt de suprematie misschien vanzelfsprekend, maar dat is ze niet. Jac Orie herinnert aan het WK van 2003, toen vier Nederlanders de poet verdeelden. ‘Maar in 2004 was Hedrick één en Davis twee, en in 2005 was het precies andersom.’ Nadat Davis in 2006 opnieuw wereldkampioen was geworden, werd de rivaliteit weer tot aanvaardbare proporties teruggebracht dankzij Sven Kramer.

Jac Orie vindt dat de concurrenten zichzelf prima kunnen redden. Dat lukt ze nu al veel te goed. Komt volgens hem door het toenemende belang dat wordt toegekend aan olympische medailles, en daarvan vallen er in het schaatsen nu eenmaal een hoop te winnen.

Om die reden houdt Jac Orie op dit moment vooral rekening met Canada, dat volgend jaar de Winterspelen in huis heeft. Maar in zijn specialiteit, die van de korte nummers, zitten China en Japan ook bepaald niet stil. ‘En let op de Russen, die komen er ook weer aan.’

Nederland moet dus ophouden grootmoedig te zijn. Sterker nog, volgens Orie is het de hoogste tijd dat we ons versterken. Wetenschappelijk valt er nog een hoop te winnen in zijn sport en hij droomt van een vakgroep waarin alle kennis ten behoeve van schaats en schaatser wordt gebundeld.

Ook in dat opzicht moet het dus eigen schaatsers eerst worden. Nederland is nooit kinderachtig geweest in de verspreiding van zijn uitvindingen. De klapschaats had zijn nut nog niet bewezen of de hele wereld stond er al op. Als we dat iets slimmer hadden gespeeld, waren de Winterspelen van 1998 een ongedacht succes geweest.

Kortom, gauw een list verzinnen en die tot 12 februari 2010 geheim houden. Schaatsen is vanaf nu oorlog en Thialf krijgt zo snel mogelijk een tweede verdieping opdat oude recreanten geen beletsel meer vormen voor jonge toppers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.