Kapitein Joost leert kinderen wat soldaten doen

Kapitein Joost: 'Geweld gebruiken is niet zomaar iets.'

Van mijn korte carrière bij de krijgsmacht (een dag) herinner ik me de boemel naar Roermond, geknipte jongenskoppen, samen urineren in een potje, ontsnappingsdrang. De morsige sergeant met de bochel en de schorre stem, de keuringsofficier die te hard zijn vuist tussen mijn schouderbladen slaat, uitroepend: 'gaan ze je dát op de universiteit leren, krom staan?' Mijn huisarts, bassend: 'élke gezonde Hollandse jongen moet in dienst, hoor je me!'

Aan mij heeft de krijgsmacht niets, dat hadden ze door, en daarom ben ik afgekeurd. En daarna is de dienstplicht afgeschaft.

Dertig jaar terug moesten de jongens naar het leger, nu moet het leger naar de jongens. En naar de meiden. Anders zijn er straks geen soldaten meer. De landmacht verkoopt het vak van militair met verve en trekt ter promotie een week langs 1.607 basisscholen. Een grote expeditie, om uit te leggen hoe het leger werkt en waarom dat nuttig is.

Dat zie ik de gebochelde sergeant van toen niet zomaar doen.

Best wel zwaar, de bepakking van een militair.

Voor de klas staat nu een ander type: kapitein Joost, lang en minzaam, en wat mij betreft de verpersoonlijking van de krijgsmacht zoals die is geworden. Twee missies in Afghanistan heeft hij achter de kiezen, zwaargewonde collega's heeft hij gezien, en als hij de kinderen vertelt over het onderwerp 'geweld' zegt Joost: 'Geweld gebruiken is niet zomaar iets. Dat is iets wat we niet graag doen. Wat niet goed is. Omdat het zo gevoelig ligt vinden we het belangrijk uit te leggen waarom we geweld gebruiken.'

Hij staat voor de klas van meester Peter: polderjongens en paardestaartmeisjes, opgegroeid in voorspoed en vrede. Groep zeven en acht van basisschool De Horizon in Ens. Het leger kennen ze van televisie en van computergames. Ze willen weten of kapitein Joost weleens iemand heeft gezien 'met een kogel in z'n lijf'. 'Dat is', zegt Joost, 'soms inherent aan het werk van een militair. Dat je werkt in gebieden waar mensen niet aardig zijn voor elkaar.' Ook hier is de taal een teken van de tijd, het woord 'oorlog' is allang vervangen door 'conflict'.

Kapitein Joost is een jongen van Ens. Hij zat er zelf op de basisschool. 'Ik heb nog met jouw vader gevoetbald', zegt jij tegen een jongen die net als hij snel op zal schieten tot een lange, sterke man. Joost vertelt de kinderen over moed, toewijding en veerkracht. Ook zegt hij: 'Denk je dat militairen angst ervaren? Dat laten ze niet snel zien, maar als er op ze geschoten wordt zijn militairen wel degelijk bang.'

Meester Peter krijgt zoveel verzoeken van overheden, stichtingen, verenigingen en bedrijven om langs te komen in de klas, dat hij er een schooljaar mee kan vullen. 'Maar er moet ook nog gerekend en gespeld worden.' Hier zitten jongens en meiden met een toekomst in de techniek, dus dan is de landmacht interessant. Maar over techniek gaat het nauwelijks, in de twee uur dat kapitein Joost vertelt. Het gaat over verantwoording, en over psychologie. Want het mentale, zegt Nicolien Duijndam, meegekomen namens defensie als communicatieadviseur, is almaar belangrijker geworden. Het is een van de pijlers waar de landmacht op rust.

Kapitein Joost schminkt een gezicht camouflagegroen.

'Uiteindelijk is geweld nooit een oplossing voor een conflict', zegt kapitein Joost. 'Het levert verdriet op en pijn.'

Een jongen steekt zijn hand op: 'In groep vijf hadden we vaak ruzie op de crossbaan.'

Joost: 'Hoe ging je daar mee om?'

Jongen: 'Meestal ging ik gewoon weg.'

Joost: 'Dus je gebruikte geen geweld om het probleem op te lossen?'

Jongen: 'Nou, één keer.'

Joost: 'Gelukkig had je dan geen wapen ter beschikking.'

De kapitein heeft zelf ook zijn wapen thuisgelaten. Voorheen was het geweer een hoogtepunt van elk schoolbezoek, maar dat gebeurt niet meer, 'dat is op een politiek level besloten', zegt Nicolien, 'omdat sommige kinderen ervan kunnen schrikken, of hun ouders'. Joost haalt een pot gezichtsverf tevoorschijn en schminkt het gezicht van een jongen camouflagegroen. Dat werkt minstens zo goed. Daarna doen de kinderen het bij elkaar.

Hij zegt: 'De landmacht wordt betaald door de overheid, daarom vinden wij het belangrijk uit te leggen dat we het geld op een goede manier gebruiken.' Een wereldkaart maakt duidelijk waar de landmacht tegenwoordig werkt; over Afghanistan vertelt Joost dat het fijn is om mensen te helpen die het minder hebben, ook al heeft hij thuis wel gemist.

Als er geen geweld was in de wereld, vraagt een meisje, 'wat zou het leger dan nog doen?'

Dan zouden 'we het leger wat kleiner maken', zegt kapitein Joost. 'Dat zou eigenlijk wel mooi zijn, als er geen leger meer nodig is.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden