Kapitalisme met een chagrijnig gezicht

Sint Petersburg,..

Zeker vijf minuten staan kijken naar het Stilleven met pijpen en tabak, een schilderij van de 17de-eeuwse Nederlandse schilder Pieter Claesz dat in de weergaloze afdeling Nederlandse schilderkunst van de Hermitage hier hangt. Je moet wat, als je om de oudere Nederlandse schilderkunst geeft – nu het Rijksmuseum alweer jaren en zonder betrouwbare vooruitzichten op een ontknoping voor mensen met een dergelijke interesse gebarricadeerd is. ’t Wordt een kostbare passie.

Gekruiste goudse pijpen schilderde Pieter Claesz, zo te zien geduldig leeggeklopt en schoongemaakt, een envelopje tabak, ook al zowat leeg, met vlak daarachter een paar afgebroken pijpenstelen. In een hoek van het tafeltje waarop al dit genotsgereedschap is neergelegd, staat een fruitschaal, maar de vruchten die erop liggen zijn al danig beschimmeld. Dat laatste is virtuoos en ik herinner mij niet ooit eerder met zo veel bedremmeldheid naar beschimmeld fruit te hebben gekeken. De moraal van uitgerookte pijpen, lege tabakszak en halfvergane vruchten is onontkoombaar: dit is het onbehagen van de overvloed van de Gouden Eeuw, het vermaan de kortstondigheid en de vergankelijkheid onder ogen te zien.

In het Notenbüchlein van Johann Sebastian Bach staat een lied, dat mij als jongen al naar de keel greep: ‘So oft ich meine Tobacks-pfeife, mit gutem Knaster angefüllt, zur Lust und Zeitvertreib ergreife.’ Die goed gestopte pijp bood Bachs tekstschrijver een treurtafereel, een visioen van zichzelf als een uitgebrande en opgerookte pijp; aan de melodie te oordelen, zelfs in mijn pianovertolking, stemde Bach van harte met die symboliek in.

Niets als as, wij, uitgeklopt, weggevoerd op de wind. Iedereen die in de dagen na een crematie wel eens een urn heeft moeten leegschudden, begrijpt waar zij het over hebben, Bach, zijn onomwonden opererende tekstdichter en Pieter Claesz. De vanitas-gedachte, die ons onder de neus wrijft dat alles ijdelheid is en het najagen van wind, is zelden eenvoudiger en welsprekender verwoord – en even zelden alledaagser verbeeld.

Maar binnen één generatie zal er een ‘hand-out’ bij moeten of het adres van een website, waarop uit de doeken wordt gedaan wat een pijp is en wat tabak – om over de onlosmakelijke verbondenheid van overvloed en onbehagen maar te zwijgen. Buiten het museum, op de Nevskij Prospekt en in zijn directe nabijheid, is het kapitalisme onzacht geland; de overvloed is er opulent en het enige onbehagen dat zij zo te zien bij de passanten nog weet te wekken, is dat van de kredietlimiet hunner creditcards.

Nooit eerder heb ik een stad in zo korte tijd zozeer van aanzien zien veranderen als deze. Ik was er tien jaar geleden voor het laatst en gedurende de tien daaraan voorafgaande jaren geregeld. De politieke ommekeer van begin jaren negentig leek zich per bezoek genadelozer te voltrekken, althans in dat centrum; het achterliggende decennium heeft die klus afgemaakt, maar er ook de grenzen van geopenbaard. De granieten kades van de grachten zijn nu vrijwel overal hersteld of vernieuwd, de luisterrijke gevels van de paleizen langs die grachten zijn, evenals de gevels van de winkelparadijzen aan de Nevskij Prospekt, voor het eerst in een eeuw weer van nieuw pleisterwerk en een lik verf voorzien. Op en vlak rond die door de 19de-eeuwse Russische schrijvers uitentreuren bezongen paradeboulevard is voor een kapitaal aan neonreclame bevestigd.

Maar er vlak achter is iedereen nog altijd even chagrijnig en is de ravage van zeventig jaar communisme nog even ontmoedigend. Het Rusland van Poetin, dat is kapitalisme met een verongelijkt gezicht.

Daar is begrip voor op te brengen. Men moet wel heel bevattelijk voor het wereldbeeld van Pieter Claesz zijn om als Rus de verleidingen van al die verwesterde winkeletalages niet als een voortdurende en tamelijk obscene herinnering aan eigen tekortkomingen en, dat vooral, eigen tekort aan middelen te ondergaan. Van een stad van dichters is dit een stad van geldhandelaren geworden; denk niet dat ik daarop neerkijk, want de voorgeschiedenis van al die berooide dichters en in uitzichtloosheid dolende dromers en dronkenlappen staat mij nog helder voor de geest. Hoeveel glanzende Mercedessen kan een mens verdragen alvorens hij zijn eigen gemotoriseerde schroot gaat vervloeken? Minder dan er hier in de weer zijn met pogingen zo veel mogelijk voorbijgangers het ziekenhuis in te krijgen.

Maar dit is het fascinerendste: de belangstelling voor de orthodoxe kerkdiensten en de toewijding waarmee die wordt uitgeoefend. In de Sint-Nicolaaskathedraal was het zondagmorgen een drukte van jewelste en warempel niet alleen van bedelende oude vrouwtjes. Binnen de jonge gezinnen, verwikkeld in de vrolijke onrust van devotie gecombineerd met sociale verplichtingen, buiten op het parkeerterrein een oververtegenwoordiging van rollend materieel uit de pittiger prijsklasse. Zeventig jaar onderdrukking, pesterijen, vervolging, deportaties, vernietiging van tradities, sacrale monumenten en hulpstukken, hebben de orthodoxe kerk er niet onder gekregen. Heel voorzichtig zou je haast ‘integendeel’ willen zeggen – en, jawel, de gangbare sociologische verklaringen zijn voldoende dikwijls herhaald om bekend te zijn.

Ik denk dat het ook iets zegt over de duurzaamheid van culturele patronen, over de betrouwbaarheid van tradities versus vernieuwingen, zeker als het om morele en mentale voorkeuren gaat. In het licht daarvan dringt dat schilderij van Pieter Claesz een belangwekkende vraag op: wat is er van ons vaderlandse onbehagen geworden, oog in oog met de overvloed van de achterliggende halve eeuw, inzonderheid van die van het afgelopen decennium? Drukt die zich uit in de verongelijktheid waarmee de huidige crisis wordt begroet? Of juist in de moralistische uitingen van schuldbesef? Het eindeloze gejeremieer van Nederlanders over wat zij zijn gaan missen, moet vergelijkbaar zijn met de Russische devotie, de manifestatie van een oud patroon.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden