Kapitale beslissingen neemt men nooit met het volle verstand

Het besluit de nationale munten in te ruilen voor de euro was geen weloverwogen, rationeel besluit, maar een geval van God-zegene-de-greep. Dat betekent echter niet dat we er nooit aan hadden moeten beginnen, betoogt historicus Eelco Runia.

EELCO RUNIA

Hans Hoogervorst die, toen het er op aan kwam, vóór de introductie van de euro stemde, is inmiddels van oordeel dat we er niet aan hadden moeten beginnen. In de uitzending van Andere Tijden van 11 december komt de voormalige financieel specialist van de VVD Tweede Kamerfractie uit de kast: 'De enorme problemen die we hebben op de kapitaalmarkten en de enorme risico's die worden gelopen, als we dat van tevoren hadden geweten, dan denk ik niet dat iemand bij zijn volle verstand eraan was begonnen.'

Hoogervorsts conclusie dat de introductie van de euro een 'misgeboorte' is, leidde tot het gebruikelijke naming and blaming. Zo wilden Pauw en Witteman in hun uitzending van 29 november vooral van hem weten of hij het besluit van destijds achteraf niet een foute beslissing vond, of hij er persoonlijk geen spijt van had, en of hij niet even een hoofdschuldige aan kon wijzen.

Uit Hoogervorsts opmerking blijkt evenwel nog iets anders, iets dat minstens zo veel aandacht verdient als de vraag wie nu precies boter op zijn hoofd heeft. Zijn woorden suggereren namelijk een visie op besluitvorming die geen recht doet aan wat er destijds, twintig jaar geleden, gebeurde. Een visie die de situatie waarin we ons bevinden danig vertroebelt en die het vinden van een uitweg extra bemoeilijkt.

Die visie - die je ook elders in politiek en media veelvuldig tegenkomt maar die zelden zo kernachtig verwoord wordt als in de bovengeciteerde uitspraak van Hoogervorst - zou je het geloof in het weloverwogen besluit kunnen noemen. Hoo-gervorst vindt dat we de problemen op de kapitaalmarkten en de 'enorme risico's die worden gelopen' eigenlijk hadden moeten voorzien en dat we, gewapend met die kennis, rationeel hadden moeten afwegen of we de euro al dan niet wilden.

Het geloof in het weloverwogen besluit is het geloof dat kapitale beslissingen zoals de introductie van de euro met het 'volle verstand' genomen kunnen en moeten worden. Dat is niet zo. Het is juist een kenmerk van ingrijpende, grensverleggende, of, zoals dat heet, 'historische' beslissingen dat ze niet genomen worden met het volle verstand.

Dat is, als je er over nadenkt, eigenlijk ook volkomen logisch. Het ingrijpende, grensverleggende, 'historische', van dit soort beslissingen is dat ze een nieuw speelveld creëren, dat onmogelijk van tevoren in kaart gebracht kan worden vanuit het speelveld dat we in en door die creatie achter ons laten. Als we bij ons volle verstand zouden zijn, lieten we het wel uit ons hoofd ons oude vertrouwde bestaan op het spel te zetten en te gokken op wat het nieuwe ons te bieden heeft.

Eén van de kenmerken van de evolutie van de menselijke soort is echter dat we, als individu, als groep of als soort, af en toe de kont tegen de krib gooien, weigeren het beste te maken van de situatie waarin we onszelf aantreffen en het eens lekker over een andere boeg gooien.

Zo'n sprong in het duister brengt ons onvermijdelijk in een lastig parket - maar vanuit evolutionair perspectief is dat juist de bedoeling. De evolutiebiologie kent het fenomeen van de stress induced mutation: het gegeven dat na een catastrofe zowel de kwantiteit als de kwaliteit van de mutaties toeneemt. Een buitengewoon handig mechanisme, want om het hoofd te bieden aan de toegenomen selectiviteit van de door de catastrofe veroorzaakte omstandigheden kan de getroffen populatie de nieuwe mutaties goed gebruiken.

Een niet met ons volle verstand genomen besluit een vertrouwd speelveld in te ruilen voor een nieuw is een zelfgecreëerde catastrofe: het dwingt ons te veranderen op een manier en in een mate die we in normale omstandigheden nooit zouden opbrengen. We zijn geworden tot wat we zijn door af en toe geen boodschap te hebben aan ons welbegrepen eigenbelang. Homo sapiens dankt zijn evolutie minstens zozeer aan zijn vermogen zijn verstand af en toe niet ten volle te gebruiken als aan zijn vermogen dat wel te doen.

In de overgrote meerderheid van onze beslissingen blijven we binnen een bestaand speelveld en spreken we af dat we voortaan 130 km/u mogen rijden, de Betuwespoorlijn aanleggen en de JSF aanschaffen. De tweede soort beslissing is het 'God zegene de greep' waarmee we breken met het oude en moedwillig een situatie creëren die ons dwingt tot verandering.

Omdat beslissingen van de tweede soort veel ingrijpender zijn dan de eerste zou je verwachten dat we er meer denkwerk in steken. Dat is niet het geval. Het is een bekend gegeven uit de psychologie: hoe meer er op het spel staat hoe minder we ons volle verstand gebruiken. De Engelse historicus Sir John Seeley zei dat de Britten hun wereldrijk verwierven 'in a fit of absent-mindedness' - en inderdaad: dat wereldrijk van hen werd pas iets waar je met je volle verstand voor zou kiezen toen het de Britten begon te lukken het beste te maken van de situatie waarmee ze zichzelf hadden opgescheept.

Voor alle duidelijkheid, dat historische beslissingen niet met het volle verstand genomen worden, wil niet zeggen dat het omgekeerde ook geldt: er met ons hoofd niet helemaal bij zijn als we een beslissing nemen betekent allerminst dat die beslissing als 'historisch' de annalen zal ingaan.

Het besluit de euro te introduceren is een besluit van de tweede soort - net als de Eed op de Kaatsbaan (waarmee de Franse burgerij in 1789 het speelveld van de volkssoevereiniteit creëerde), de reeks beslissingen waarmee Europa zich in 1914 in de Eerste Wereldoorlog stortte, George W. Bush' besluit Irak binnen te vallen en het Midden-Oosten de zegeningen van freedom and democracy deelachtig te laten worden en nog een heleboel andere besluiten die we nu 'historisch' noemen.

Dat het besluit de nationale munten in te ruilen voor de euro een geval van God-zegene-de-greep was, blijkt bijvoorbeeld uit wat André Szász, destijds directeur bij De Nederlandsche Bank, zich herinnert van een bijeenkomst in de Trèveszaal waarin het kabinet Lubbers III geïnformeerd werd over wat de introductie van de euro zou kunnen gaan betekenen. Szász vertelt dat premier Lubbers tijdens die bijeenkomst vroeg 'of de politiek verantwoordelijken wisten waarmee ze bezig waren' (de Volkskrant, 30 oktober 2010). Uit de reacties concludeerde Szász dat dat niet alleen niet het geval was, maar dat 'de politiek verantwoordelijken' het helemaal niet wilden weten. Van een complot van politici om de burgers te euro in te rommelen was volgens Szász dan ook geen sprake. 'Het is erger: alsof (de politiek verantwoordelijken) het zelf maar beperkt wilden weten'.

Betekent het feit dat de politici (en in laatste instantie wij allemaal) er niet helemaal bij waren toen besloten werd de euro te introduceren dat het een slechte beslissing is? Het antwoord is: nee, beslissingen die niet met ons volle verstand genomen worden kunnen buitengewoon goed zijn. Maar ze zijn op een fundamenteel andere manier 'goed' dan weloverwogen beslissingen van de eerste categorie.

Iemand die zich dat terdege realiseerde was Jean Monnet, een van de grondleggers van de EU. Monnet noemde de strategie die volgens hem het meest geschikt was om nationaal eigenbelang te overtroeven 'de strategie van het voldongen feit'. In zijn Mémoires zegt Monnet dat het de kunst is keer op keer dingen te doen waarvan de gevolgen niet te overzien zijn, om telkens opnieuw een 'gezamenlijk probleem' te creëren, een probleem van zo'n omvang dat het alleen maar op Europese schaal kan worden opgelost.

Monnets strategie van het voldongen feit, een variant op Napoleons 'On s'engage, puis on voit', is één van de best bewaarde geheimen van de Brusselse bureaucratie. En hij werkt: de strategie-van-het-voldongen-feit vormt tot en met de schuldencrisis waar we nu middenin zitten het verhaal van de Europese eenwording: een eindeloze serie van voldongen feiten en van verwoede pogingen het hoofd te bieden aan de problemen waarvoor deze voldongen feiten ons vervolgens stelden.

Ongetwijfeld waren we, als we bij ons volle verstand waren geweest, nooit aan de euro begonnen. Maar dat we niet bij ons volle verstand waren toen we eraan begonnen betekent niet dat we er niet aan hadden moeten beginnen. In de reconstructie van de Volkskrant (het Vervolg, 3 december) noemt Frits Bolkestein de lotgevallen van de euro 'een goed voorbeeld van politiek wensdenken dat nuchter economisch denken overvleugelt' - maar je kunt net zo goed zeggen dat het nu juist 'wensdenken' is om te veronderstellen dat nuchter denken ooit tot een verandering van speelveld (zoals een gezamenlijke munt) zou kunnen leiden. Dat Bolkestein tegen beter weten in voor de introductie van de euro stemde, bewijst dat ook hij vatbaar was voor de 'politieke romantiek' die hij sinds hij met pensioen is te vuur en te zwaard bestrijdt.

Omdat het achteraf nogal moeilijk te accepteren is dat we er op het cruciale moment niet helemaal met het hoofd bij waren, hebben we manieren bedacht om onze beslissingen toch aanvaardbaar te maken. Dat is een van de functies van 'de politiek'. Door beslissingen die niet in overeenstemming zijn met ons volle verstand 'politiek gemotiveerde beslissingen' te noemen, kunnen we ermee leven. Een mooi voorbeeld staat in de genoemde reconstructie in de Volkskrant. Oud-minister Bot van Buitenlandse Zaken vertelt hoe het kabinet omging met het feit dat de Grieken met hun cijfers knoeiden. Minister Zalm wilde de Grieken eigenlijk weren, maar premier Kok dacht daar anders over: 'Die was veel politieker. Hij zei: Europa moet verenigd worden, laten we het maar doen.' Het is een vorm van vooruit vluchten: 'laten we het maar doen', 'vooruit maar', 'waarom niet?'

Maakt het uit wat voor soort beslissing de introductie van de euro was? Ja dat maakt uit. Op met het volle verstand genomen beslissingen kun je terugkomen, op de voldongen feiten die we creëren terwijl we er met ons hoofd niet helemaal bij zijn niet. Als besluiten om van speelveld te veranderen genomen zijn, is er geen weg terug. Zoals een diplomaat in Brussel zegt: 'Lava stroomt naar beneden. No way dat je dat ooit terug in de vulkaan krijgt.' Ook al is een historische beslissing niet met het volle verstand genomen, er zit maar een ding op: er het beste van maken.

In zijn In de schaduwen van morgen noemde Johan Huizinga veranderingen van speelveld heroïsch: 'Heroïsme gaat over de schreef. Van tijd tot tijd moeten in deze wereld de dingen over de schreef gaan. Niemand kan wensen, dat de zaken in elk opzicht blijven voortsukkelen in de baan, waarin onvolmaakte wetten en onvolmaakter zeden ze gestoten hebben. Zonder heroïsche ingreep geen concilie van Nicaea, geen afzetting der Merovingers, geen verovering en grondvesting van Engeland, geen Hervorming, geen opstand tegen Spanje, geen vrij Amerika.'

Laten we blij zijn dat het heroïsme van onze dagen een civiel heroïsme is, een heroïsme dat niet gepaard gaat met bloedvergieten, dat zich beperkt tot het een enkele keer durven doen van iets zonder daar met ons volle verstand bij te zijn.

EELCO RUNIA

is als historicus verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden