Kapel Saint Louis, Oudenbosch

Of de akoestiek goed is?..

'De akoestiek is prachtig. Er zit alleen een kleine nagalm in.' Met welluidende stem zet broeder F. Geldtmeijer het Ite missa est in. Ineens is de kapel van Saint Louis boordevol geluid dat dertig meter omhoog schiet, de koepel in, en langs de wanden weer naar beneden glijdt.

Gregoriaans gezang, mooiere kerkmuziek bestaat er niet.

Oudenbosch, dat is allereerst de basiliek, die imitatie van de Sint Pieter, een creatie van bouwmeester P. Cuypers, met een voorgevel die ook al uit Rome is gehaald, de gevel van Sint Jan van Lateranen. De basiliek met het interieur dat sommigen weergaloos vinden en anderen kitscherig.

Maar Oudenbosch heeft nog een tweede, wat bescheidener kerkgebouw waarin eveneens trekken van Sint Pieter en Sint Jan zijn te herkennen: de kapel Saint Louis, die wat van de hoofdstraat af ligt en daarom misschien nogal eens over het hoofd wordt gezien. Saint Louis heet het jongensinternaat, gerund door de congregatie van de heilige Aloysius Gonzaga. In de goede jaren telde dat internaat 880 leerlingen; nu zijn het er nog 35. Plus een (Angolese) ama-afdeling. De gebouwen zijn voor een deel appartementen of kantoor geworden, de recreatiezaal veranderde in een moskee.

De kapel bleef kapel. Halverwege 1866 opende ze haar deuren, maar pas 22 jaren later werd ze voorzien van de zo karakteristieke koepel waarvoor een oud-leerling van het internaat, ir. S. van Swaay, de ijzerconstructie ontwierp. Toen die koepel kraakte noch barstte, kreeg ook de basiliek zijn koepel. Allemaal afgekeken van de Sint Pieter, maar natuurlijk aangepast aan een Brabants plattelandsstadje. De koepel van Saint Louis past twee keer in die van de basiliek, die op haar beurt weer twee maal in de kerk van Rome past.

De man die van het slaperige Oudenbosch een geestelijk-intellectueel centrum maakte, was pastoor Willem Hellemons. Als student in Rome vatte hij een grote bewondering op voor de Sint Pieter. In 1864 kreeg hij de kans in zijn eigen parochie die bewondering twee keer in steen tot uitdrukking te brengen. Rond kerk en kapel verrees vervolgens een uitgestrekt complex van kloosters en internaten, Saint Louis voor de jongens, Sainte Marie voor de meisjes.

Om in 1928 de kapel grondig te laten restauren moesten de broeders van Aloysius een kostbaar schilderij verkopen. Een tweede restauratie, in 1972 en 1973, had nog grotere gevolgen. Adviseur J. Rahder, benedictijn uit Vaals, maakte korte metten met alles wat kopie was en dus in zijn ogen geen kunst, maar kitsch. Menig levensgroot schilderij wees hij de deur. De gipsen beelden en levensgrote muurteksten ondergingen hetzelfde lot.

Broeder Geldtmeijer: 'Het is een stuk rustiger geworden.'

Gespaard bleven de portretten van de vier grote profeten op de koepelpilaren, de marmeren beelden en uiteraard de drie marmeren altaren waarvan eentje is gehouwen uit het zeldzaam geworden Ardenner rouge-royal. De overheersende kleuren werden lichtgrijs, oud-roze, goud en wit.

Uit Japan en China komen de vazen rond het hoofdaltaar, uit Rome de 91 relikwieën (mét echtheidscertificaat van paus Pius X), uit de eigen gemeenschap - vervaardigd door getalenteerde broeders en dorpelingen - tegeltableaus, kleden, miniaturen en ikonen.

Vergeten te vragen of broeder Geldtmeijer bij iedere rondleiding het Ite missa est zingt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden