'Kap met die wieltjes, kom naar het ijs!'

Chad Hedrick verkiest ijzers boven wieltjes, in navolging van KC Boutiette en Derek Parra. Andere inline-skaters, of te wel skeeleraars, staan te trappelen....

Van onze verslaggever Mark van Driel

Eensgezind richtten drie Amerikaanse schaatsers zich na de WK allround in Hamar tot de wereldwijde gemeenschap van inlineskaters. Hun boodschap was simpel. Vergeet het asfalt! Kap met die wieltjes! Kom naar het ijs!

Wie de gok niet waagt is gek, vindt 50-voudig wereldkampioen inline-skaten Chad Hedrick. 'KC Boutiette plaatste zich in 1994 binnen de kortste keren voor de Spelen en schaatst nog steeds. Derek Parra won in 2002 goud in Salt Lake City. En ik ben na achttien maanden schaatsen wereldkampioen allround gewonnen. De Spelen van Turijn zijn over twee jaar. Nu kan het.'

Zou het zo gemakkelijk zijn?

Gezien de loopbanen van de Amerikanen lijken inline-skaters, in Nederland vaak skeeleraars genoemd, kansrijk op het ijs. Opgroeien in een land met kunst-of natuurijsbanen hoeft geen voorwaarde voor succes te zijn. Wat Boutiette, Parra en Hedrick konden, moet ook zijn weggelegd voor bijvoorbeeld Fransen, Italianen en Colombianen.

In zuidelijke streken is inlineskaten populair. De snel groeiende sport is voortgekomen uit een combinatie van rolschaatsen, dat in warme landen een lange geschiedenis heeft, en schaatsen. Tot 1992 werden zowel op de baan als op de weg wedstrijden gehouden op de klassieke rolschaats, met onder elke schoen twee paar wieltjes. In dat jaar, bij de WK in Rome, veranderde de sport fundamenteel.

Een Nederlandse afvaardiging, met onder meer Erik Hulzebosch en Jenita Smit, deed de rolschaatsers versteld staan door te verschijnen met schoenen waaronder vijf wieltjes achter elkaar stonden. Mede door de Elfstedentochten van 1985 en 1986 waren skeelers, zoals ze werden genoemd, populair geworden bij marathonrijders, die ook in de zomer lange tochten wilden maken.

Bij de rolschaatsers sloeg het woord skeeleren niet aan. De skeeler echter des te meer, nadat Hulzebosch de wereldtitel op de marathon won. Binnen een jaar gingen alle rolschaatsers over op wat zij inline-skates noemden. Daarmee was het succes van de Nederlanders op het asfalt voorbij, een incidenteel succes daargelaten.

De introductie van de skeeler veranderde de wedstrijden niet wezenlijk. Net als rolschaatsen wordt inline-skaten beoefend op zowel de weg als de baan (op ovalen van 200 of 400 meter). Er zijn tal van disciplines: de 300 meter tijdrit, de 500 meter met zes deelnemers per rit, de vijf en tien kilometerpuntenkoers, een aflossingswedstrijd voor ploegen en marathons tot 100 kilometer. (Hedrick heeft alleen op de 300 meter nooit goud gewonnen.) Inline-skaten lijkt op schaatsen, ondanks de verschillen in wedstrijdvorm. In de zomer doen veel Nederlandse langebaanschaatsers aan skeeleren, al wagen weinigen zich aan wedstrijden. Dat succesvolle inline-skaters kiezen voor schaatsen is dan ook niet verrassend hun eigen sport heeft immers geen olympische status. Maar daarmee is succes nog niet verzekerd.

Gerard Kemkers, die als bondscoachvan Amerika KC Boutiette en Derek Parra de eerste beginselen bijbracht, herinnert zich dat een groep van ruim twintig inlineskaters zich midden jaren negentig bij hem op het ijs meldde. 'De meeste vonden het niks. Ze waren snel weer weg.'

Schaatsen luistert veel nauwer dan skeeleren. De bewegingen verschillen meer dan een leek met het blote oog kan waarnemen. Wieltjes hebben langer grip op het asfalt dan ijzers op ijs. Het moment van afzetten is op skeelers minder cruciaal dan op schaatsen. Kracht en bewegingsritme zijn van grotere invloed op de snelheid dan techniek. Een inline-skater moet gevoel voor het ijs ontwikkelen.

Het sturen van een schaats vraagt om meer lichaamsbeheersing dan het rijden op skeelers, meent Bart Schouten, de trainer die Derek Parra naar olympisch goud leidde. Een inline-skater moet dieper zitten en later leren afzetten. 'Het gaat per afzet om honderdsten van seconden, maximaal eentiende. Het alsof je minder hard werkt. Mentaal is dat heel moeilijk, want het gaat tegen je natuur in.'

Juist de subtiliteit van de aanpassingen maakt de overgang naar het ijs voor inline-skaters zwaar. Maar bij de Amerikanen is 16-voudig wereldkampioen Julie Glass al bezig aan haar eerste internationale wedstrijden, na enkele maanden op het ijs. De Italiaanse achtvoudig wereldkampioen Ippolito Sanfratello volgt eenzelfde traject.

Kemkers en Schouten denken dat alleen toppers de overstap met succes zullen maken. Hedrick beschouwen ze als een uitzonderlijk talent. Hoewel de Texaan een verleden heeft als ijshockeyer hij speelde tot zijn zestiende op hoog niveau mislukte ook zijn eerste poging schaatser te worden. In 1997 hield hij het snel voor gezien.

'Chad kon er niet tegen', zegt Schouten die met Colombiaanse inline-skaters hoopt te gaan werken. 'Hij was de kampioen. Maar op het ijs werd hij afgereden door meisjes. Pas toen hij alles had gewonnen in het inline-skaten, en zag dat Parra olympisch goud had gehaald, was hij er klaar voor.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden