Kano's bouwen met een schelp

Dankzij een oplettende boer gaat de bewoningsgeschiedenis van het Caribische eiland Saba ineens duizenden jaren terug. Indianen kwamen hier in de prehistorie al kano's uithakken....

De eer komt toe aan Carl Zagers, een boer en de nazaat van een kolonist. Bij het bewerken van een stukje grond, op vierhonderd meter hoogte op het bovenwindse eiland Saba, vond hij grote stukken schelp. Die waren daar niet vanzelf gekomen, vermoedde hij.

'Overblijfselen van de zondvloed', zei zijn zoon. Maar de boer vertrouwde het niet en lichtte in 2001 het gouvernement in. Via de plaatselijke politicus en historicus Will Johnson, auteur van onder meer Tales from my grandmother's pipe, kwam het nieuws bij twee Leidse archeologen.

Die gingen graven. Deze maand werd uit koolstofdateringen van enkele krabbenpoten bekend dat het Nederlandse bounty-eiland al in de prehistorie, zo'n 3300 jaar geleden werd bewoond. Daarmee is de geschiedenis van de bewoning van Saba in een klap duizenden jaren ouder geworden.

De twee archeologen zijn dr. Corinne Hofman en dr. Menno Hoogland, docenten in de archeologie van het Caribisch gebied. Ze doen al jaren opgravingen in het eilandenrijk. Toen de vondst van de boer bekend raakte, waren ze toevallig op Saba aan het werk, vertellen ze op Hofmans werkkamer op de Universiteit Leiden.

Saba is de plek waar hun carrière begon. Met een gezamenlijke onderzoeksbeurs had het duo er eind jaren tachtig promotieonderzoek verricht naar resten van de Taino-indianen. De Taino waren waarschijnlijk de eerste indianen die Columbus zag toen hij in 1492 in Amerika aankwam. Profijt hadden ze er niet van, zegt Hoogland: 'Al in 1525 waren ze gedecimeerd.'

Daarmee ging een volk verloren dat duizenden jaren op de grote Antillen, de kleine Antillen en de noordelijke Zuid-Amerikaanse kust had geleefd. Saba, deel van de kleine Antillen, was tot ongeveer 1450 een soort tussenstation of buitenpost geweest, zo wees analyse uit van onder meer aardewerk, dat de archeologen aan de oostkust vonden.

Resten van dezelfde cultuur en haar voorlopers onderzochten ze de afgelopen jaren ook op eilanden als Antigua, St. Maarten, Guadeloupe en St. Lucia. In 2001 keerden ze terug naar Saba. Hoogland: 'Door een orkaan was een zendmast omgewaaid. Daardoor was een stuk grond vrijgekomen dat we graag wilden bekijken.'

Maar het land van de boer, midden in het tropisch bos aan de andere kant van het eiland, bleek veel interessanter. De grote stukken schelp die uit de grond staken, waren gebruikt als hakinstrumenten, dat zagen de Nederlandse archeologen meteen. Het was ook duidelijk dat het overblijfselen van een prehistorische, pre-keramische cultuur waren - veel ouder dan die van de Taino. Er volgden zes weken van opgravingen in de zomer van 2002, samen met studenten.

De buit was overweldigend. De archeologen waren gestuit op de afvalhoop van een nederzetting, vol resten van voedsel en gebruiksvoorwerpen. Die bleken een gedetailleerd verhaal te vertellen.

Corinne Hofman haalt een doos vol schelpen werktuigen tevoorschijn. 'We vonden er zo'n twintig op zeven vierkante meter', zegt Hoogland. Het zijn harde, gepolijste lippen van de enorme schelp van de zeeslak Strombus gigas, in de volksmond conch genoemd, vertellen ze. De asymmetrische hakrand maakt duidelijk dat ze niet zijn gebruikt als traditionele bijlen, om recht van boven of opzij in hout te hakken.

W

aarvoor dan wel? Voor het uithakken van boomstammen, vermoeden ze, 'als een soort beitel'. Hofman: 'We weten dat de indianen vroeger kano's uit één stuk maakten door de stam van de witte gomboom te branden en vervolgens verder uit te hakken. Deze werktuigen zouden daar heel geschikt voor zijn.'

De vraag is alleen: waarom bouwden ze die kano's op vierhonderd meter hoogte, en niet op het strand? De archeologen denken dat het makkelijker was om lichte boten van de steile hellingen af te laten glijden dan zware boomstammen. Alles wijst er verder op dat de bewoners langere tijd op die hoge plek bivakkeerden om hun werk te doen.

Hofman: 'We vonden bijvoorbeeld grote maalstenen, waarmee zaden werden vermalen. Die keien, van vulkanisch materiaal, moeten ze van het strand hebben gehaald. Het gebruik van maalstenen wijst er overigens op dat de bewoners ook verzamelaars waren, niet alleen jagers. We vonden ook vuurstenen. Uit recent onderzoek weten we dat die uit Antigua afkomstig zijn, waar ze ook voorbewerkt werden. Daar moet dus contact mee zijn geweest.'

Volgens Hoogland en Hofman trok het nomadische volk waarschijnlijk door het jaar heen langs verschillende eilanden. Er zijn resten van ongeveer even oude nederzettingen gevonden op onder meer St. Maarten, de Maagdeneilanden en Antigua. Maar dat waren alle kampplaatsen aan de kust, zeggen ze.

'Resten op deze hoogte zijn echt uniek', aldus Hoogland. 'We denken dat ze aan de kust vooral mangrove-schelpen verzamelden, aan visserij deden en op schildpadden joegen. Hier op Saba kwamen ze steeds terug om hun kano's te bouwen.'

Dat deden ze dan waarschijnlijk tussen februari en juli, voegt ze toe. In de dikke lagen voedselresten vonden de archeologen naast poten van de bergkrab en visgraten heel veel botjes: resten van de pijlstormvogel. Deze leeft vooral op zee, maar komt tussen de genoemde maanden aan land om te broeden. Ze zijn dan makkelijk te vangen.

De onderzoekers denken niet dat Saba de enige plek is waar kano's werden gebouwd. Hoogland: 'Maar het is ontzettend moeilijk zulke plekken te vinden. Het tropisch bos is ondoordringbaar. We hebben geluk gehad.'

Ze vermoeden dan ook dat er een doorlopende bewoning van de eilanden is geweest van deze oudste indianen tot aan de Taino. De oudste resten van aardewerkculturen op de Antillen zijn op 500 voor Christus gedateerd, de jongste overblijfselen van de pre-keramische cultuur dateren van 900 voor Christus - die kloof moet te overbruggen zijn.

Maar eerst willen de archeologen kijken of ze op Saba nog meer bewijzen kunnen vinden van kanobouw, of in elk geval het kampement zelf. Hofman: 'Dat zou uniek zijn. We hebben nu gegraven op een afvalplaats, waarschijnlijk net buiten de nederzetting. De boer is inmiddels opgehouden met het bewerken van zijn grond. Volgend jaar willen we met studenten een groter terrein opgraven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden