Kankerkuur gaat slecht samen met grapefruit

Wie medicijnen tegen kanker krijgt, kan beter niet roken en geen hamburgers eten of antidepressiva slikken. Artsen besteden daar vaak te weinig aandacht aan.

AMSTERDAM - Twee borstkankerpatiënten met een vergelijkbaar type tumor krijgen hetzelfde medicijn in een identieke dosis maar bij een slaat de behandeling veel beter aan dan bij de ander. Kwestie van geluk? Nee. Het kan zijn dat de ene vrouw rookt, of een antidepressivum slikt, of denkt er goed aan te doen om een kruidenmiddel te gebruiken. Het kan ook zijn dat de een de antikankerpil 's morgens neemt en de ander 's avonds. Het is zelfs mogelijk dat het grote verschil te maken heeft met de grapefruit die een van beiden elke ochtend eet.


Persoonlijke kenmerken van patiënten bepalen in hoge mate het succes van een kankerbehandeling en artsen moeten daar veel meer rekening mee houden. Dat is de boodschap van de oratie die internist-oncoloog Ron Mathijssen vrijdag uitspreekt aan het Rotterdamse Erasmus MC. Hij wordt daar hoogleraar geïndividualiseerde oncologische farmacotherapie, wat erop neerkomt dat hij zich bezighoudt met behandeling-op-maat voor kankerpatiënten.


Die persoonlijke kankerbehandeling heeft de toekomst. Het jarenlange 'bommentapijt' van chemokuren heeft plaats gemaakt voor precisiebeschietingen: breng het dna van de tumor in kaart en geef dan medicijnen die de ziekte gericht kunnen afremmen. Maar minstens zo belangrijk is wat het lichaam van de patiënt met die medicatie doet, beseft Mathijssen na onderzoek bij patiënten en een studie van de literatuur. 'Houd je daar geen rekening mee, dan kan een geneesmiddel dat op papier perfect is, zijn doel voorbij schieten.'


Een kankermedicijn is geen paracetamolletje waarvan je er twee maar ook acht op een dag kunt slikken, legt hij uit. De juiste concentratie in het bloed luistert waanzinnig nauw. Kom je onder de benedengrens, dan werkt het geneesmiddel niet, passeer je de bovengrens, dan ontstaan ernstige bijwerkingen.


Het is vooral de lever die voor die begrenzing van belang is: die chemische fabriek, waar talloze stoffen worden omgezet, kan door toedoen van de patiënt zelf gaan haperen of juist op hol slaan. Als dat kan worden voorkomen, kan dáár de komende jaren veel winst in de kankerbestrijding, worden behaald, voorspelt Mathijssen: 'De vooruitgang komt niet zozeer van nog meer nieuwe medicijnen maar ontstaat door slimmer om te gaan met de medicijnen die er al zijn.'


'Een belangrijk onderwerp', erkent hoogleraar medische oncologie Emile Voest (UMC Utrecht). 'De manier waarop we medicijnen opnemen en weer uitscheiden, speelt een grote rol bij het succes van de behandeling én de bijwerkingen. Er sterven nog steeds veel mensen aan de bijwerkingen van een antikankerbehandeling en methodes om dat te voorkomen zijn hard nodig.'


Op de oncologie-afdeling van het Erasmus MC staat inmiddels geen grapefruitsap meer in de koelkast, vertelt Mathijssen. De vrucht wordt in de medische literatuur al langer als boosdoener omschreven, maar in de spreekkamer wordt dat nog weleens vergeten, zegt ziekenhuisapotheker Frank Jansman (Deventer Ziekenhuis). De oncoloog heeft vaak ook geen lijst paraat van geneesmiddelen die niet samen gaan met een grapefruit.


Ook voor de andere punten op de lijst moeten artsen meer aandacht krijgen, zegt Jansman, voorzitter van de landelijke commissie die interacties met kankermedicatie in kaart brengt. Maar huisartsen en oncologen weten niet altijd van elkaar wat ze voorschrijven en er zijn nog onvoldoende alarmbellen in het voorschrijfsysteem. Ook de patiënt moet assertiever worden, aldus Jansman, en zich afvragen welke informatie over zijn leefstijl relevant kan zijn voor de behandeling.


Voeding


Eet nooit een grapefruit als je een kankerbehandeling ondergaat, waarschuwt internist-oncoloog Ron Mathijssen. Grapefruit kan ertoe leiden dat enzymen in de lever tijdelijk minder goed werken, met als gevolg dat medicijnen niet goed worden afgebroken. De concentratie van een geneesmiddel kan daardoor verdubbelen, met mogelijk ernstige gevolgen. Jus d'orange is wel veilig.


Van kankermedicijnen die in vet oplosbaar zijn, is de werking sterk afhankelijk van het voedingspatroon: vet eten betekent dat er meer van het middel wordt opgelost en dat vergemakkelijkt de opname ervan in het bloed. Zo wordt de concentratie van het middel lapatinib (tegen borstkanker) vier keer zo hoog door de consumptie van een Big Mac.


Dat ook alcohol effect heeft, lijkt duidelijk, zegt Mathijssen, maar hoe groot die invloed is, wordt nog onderzocht.


Andere medicijnen

Bijna de helft van de kankerpatiënten slikt medicijnen die schadelijk kunnen zijn voor hun behandeling. Zo vermindert paroxetine - een veel voorgeschreven antidepressivum - de concentratie van tamoxifen, een van de meest gebruikte middelen tegen borstkanker, met 70 procent. Mathijssen: 'De kankermedicatie werkt dan niet meer voldoende. Als je de concentratie niet meer kunt meten, doe je aan homeopathie.' Het omgekeerde effect bestaat ook: ketoconazol, een veelgebruikt middel tegen voetschimmel, verdubbelt de concentratie van een chemomiddel tegen darmkanker. 'Gelijktijdig gebruik kan dodelijk zijn.'


Alternatieve middelen

Veel kankerpatiënten denken er goed aan te doen om natuurlijke producten te gebruiken, maar dat moet sterk worden ontraden, zegt Mathijssen. Er zijn tal van gevaarlijke interacties met kankermedicatie bekend. Zo gebruikt 14 procent van de kankerpatiënten sint-janskruid (tegen neerslachtigheid) terwijl dat middel de concentratie van een bepaald chemomiddel tegen darmkanker met 40 procent vermindert.


Roken

Roken jaagt de lever op waardoor allerlei enzymen daar sneller gaan werken. Zo is bij rokers bijvoorbeeld de concentratie van een bepaald chemomiddel 40 procent lager. Dat roept een interessant ethische vraag op, aldus Mathijssen: 'Moeten artsen rokers twee keer zoveel van dat dure geneesmiddel geven? Of moet de patiënt stoppen met roken?'


De biologische klok

De blootstelling aan een kankermedicijn kan afhangen van het moment van de dag waarop het wordt toegediend. 'De lever werkt overdag en 's nachts niet hetzelfde', verduidelijkt Mathijssen. In Rotterdam is bij twee middelen het effect van het bioritme bestudeerd: patiënten kregen de eerste keer hun medicatie 's morgens, later 's middags en tot slot 's avonds, waarna de concentratie in hun bloed werd gemeten. De resultaten verschijnen binnenkort, maar Mathijssen kan nu al zeggen dat een algemeen advies niet te geven is. Het optimale tijdstip kan per patiënt verschillen.


Genetische factoren

Sommige patiënten hebben genetische mutaties die de werkzaamheid van een bepaald medicijn verminderen. Het gaat vooral om genen die de bouwplaat vormen voor eiwitten die in de lever de omzetting van medicijnen mogelijk maken. Als per medicijn duidelijk is welk genenprofiel gunstig is, kan de keuze van het geneesmiddel daar mogelijk op worden aangepast.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden