Kandidaat: Robbert Dijkgraaf Examenvak: vwo natuurkunde 1,2 Oordeel: ‘leuk examen, maar vrij braaf’

Tien bekende Nederlanders doen op verzoek van de Volkskrant eindexamen. Vandaag: hoogleraar mathematische fysica Robbert Dijkgraaf...

Nu wil hij het weten ook. Heeft Italië nou een netspanning van 220 of van 230 Volt? Robbert Dijkgraaf (46), hoogleraar mathematische fysica aan de Universiteit van Amsterdam, snelt naar zijn computer om al googlend uitsluitsel te krijgen. ‘Dat voltage zou bij vraag 23 voor de doordenkende leerlingen toch tot verwarring kunnen leiden.’

Met smaak heeft Dijkgraaf, die in 2003 de prestigieuze Spinoza-premie in de wacht sleepte, zich aan het vwo-examen natuurkunde gezet, en met enige spijt moet hij na afloop constateren dat hij het zeker niet foutloos zou hebben gemaakt. Al was het maar doordat hij een tabellenboekje miste.

Toen hij zelf eindexamen deed, in 1978 op het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam, was het de sport zo veel mogelijk tienen te halen. Met vijf tienen en twee negens kwam hij een eind in de richting van de maximale score.

Het laatste examen op papier – volgend jaar is het de bedoeling dat natuurkunde als eerste examen overal met een computer wordt afgenomen – telde zes opgaven en 25 vragen. Dijkgraaf zag één echt leuke opgave en een paar fantasieloze invuloefeningen. Veel rekenwerk, weinig intuïtie. Neem opgave 5, over het brillenglas, waarbij je de lichtstralen moest uittekenen bij een holle lens. ‘Met optica zijn veel leukere dingen te doen.’

En dan het taalgebruik: ‘Om goed te kunnen zien, heeft Sjaak een bril nodig’, leest hij hardop voor. Zó truttig, en eigenlijk onnodig als het er gewoon om gaat iets uit te denken of te berekenen. ‘Het lijkt er soms op dat het bij de vragen minder gaat om de natuurkundige vermogens van de leerlingen te toetsen dan om de eer van de examenmakers ‘‘mooie vragen’’ te verzinnen.’

Maar opgave 2 vond Dijkgraaf heel leuk: het ging daarbij om een ruimtezeil dat zich met fotonen van de zon zou kunnen verplaatsen. In vraag 2 moesten de kandidaten berekenen of de gemiddelde snelheid van het zeil vergelijkbaar was met die van een wandelaar, een brommer of een vliegtuig, als je weet dat het er anderhalf jaar over doet de maan te bereiken. Dijkgraaf: ‘De afstand tot de maan is zo’n tien keer de omtrek van de aarde, en zo kon je er ook schattend achterkomen dat het de brommer moet zijn.’ Maar het moest worden uitgerekend.

Dat was het jammere van dit examen, vindt Dijkgraaf: ‘Je merkt dat het vaak gaat om de rekensom, en niet zozeer de fysische intuïtie. Ik snap wel: je moet het controleren. Maar ik heb respect voor al die jongens en meisjes die al die sommen daadwerkelijk hebben zitten uitrekenen. Wij doen dat eigenlijk nooit meer.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden