Kan Marli Huijer eens een bestaande werkvloer bezoeken?

Soms weet je even niet wat je leest. Ter gelegenheid van de Maand van de Filosofie verscheen dinsdagavond het manifest Wij zijn allemaal migranten, ondertekend door liefst 182 hoogleraren, filosofen, kunstenaars en schrijvers. Zij constateren dat Europa zich uit 'angst voor onoverzichtelijke massa's vluchtelingen' allengs ongastvrijer gedraagt.

Marli Huijer, denker des vaderlands. Beeld Marcel van den Bergh

Dat moet veranderen, vinden zij. 'Stel jezelf niet de vraag: hoe houden we vluchtelingen buiten de deur? Maar: hoe kunnen we goed met vluchtelingen omgaan?' Een open samenleving, besluit het manifest, is geen vanzelfsprekendheid, die vraagt om 'tolerantie, moed en nieuwsgierigheid'. En dan komt het: 'Dat geldt niet alleen voor politici en bestuurders, maar ook voor opinieleiders, journalisten en schrijvers van maand-van-de-filosofie-essays.'

Geloof het of niet, dat laatste is een sneer naar de publicist Paul Scheffer, auteur van het essay dat de Maand traditiegetrouw begeleidt. Gistermiddag werd het te Rotterdam gepresenteerd. De precieze inhoud ervan was de manifestondertekenaars uiteraard nog onbekend, maar Scheffer heeft zich dikwijls uitgelaten over het vraagstuk.

Zo schreef hij in oktober in NRC Handelsblad: 'Het is een grote vergissing geweest om de binnengrenzen op te heffen en geen werk te maken van het beschermen van de buitengrenzen.' Scheffer pleitte voor 'duurzame betrokkenheid' bij de vluchtelingenkwestie, voor verzoening van 'humanitaire verplichtingen' met 'politiek realisme'. 'Juist om genereus te kunnen blijven, hebben we grenzen nodig.' Het was al met al een keurig, alleszins genuanceerd en goed onderbouwd betoog.

En dan krijg je een paar maanden later een tik op de vingers omdat ook jij 'tolerantie, moed en nieuwsgierigheid' nodig zou hebben? Intellectueel Nederland heeft zich weleens van een sympathiekere kant laten zien. Van een chiquere trouwens ook.

En het werd nog treuriger. Woensdagochtend sprak Radio 1 met filosofe Marli Huijer, initiatiefneemster van het manifest en Denkeres des Vaderlands. Aan het eind vroeg de interviewster haar of ze zich kon voorstellen dat er mensen zijn die denken: 'Ja hoor, daar heb je ze weer. De grachtengordel meldt zich, allemaal elitaire types die vanuit hun grachtenpand iets heel maatschappelijk verantwoord en nobels roepen.'

Waarop de filosofe antwoordde dat 'veel hoogleraren' leven in de steden 'waar natuurlijk al veel vluchtelingen worden opgevangen'. Dat zij 'juist leven te midden van wat nog altijd de multiculturele of superdiverse samenleving heet'. En wisten wij wel dat de wetenschapper al jarenlang moet concurreren met vreemdelingen, omdat tegenwoordig zomaar iemand uit een niet-Europees land jouw leerstoel kan krijgen? 'Dus misschien zijn wij ook wel meer gewend met allerlei soorten mensen samen te werken.'

Nu treft het dat ik de gemiddelde woon- en leefsituatie van de kaste der hooggeleerden een beetje ken. Ik heb ze onder mijn beste vrienden en in mijn eigen kakkineuze buurt wemelt het ervan. Geheimpje: de enige migranten die je hier ziet, zijn zogeheten expats. En zijn ze dat niet, dan lappen ze de ramen, bezorgen het liberale avondblad, duwen de kleine Zeger voort in de buggy. Dat kun je natuurlijk definiëren als 'leven te midden van de multiculturele of superdiverse samenleving', maar dan moet je wel over héél veel fantasie beschikken. Of simpelweg stekeblind zijn.

Ook lijkt mij internationaal concurreren om een leerstoel onvergelijkbaar met concurreren aan de onderkant van de arbeidsmarkt - al was het maar omdat academisch grensverkeer wél twee kanten uit gaat: jij kunt je geluk eveneens beproeven in het buitenland. En dan dat vrome geneuzel over 'met allerlei soorten mensen' samenwerken. Kan de filosofe eens een reëel bestaande werkvloer bezoeken?

Ik moest denken aan de inleiding op Ons soort mensen, een bundeling reportages uit de onderkant van de samenleving. Daarin schreven Vrij Nederland-journalisten Gerard van Westerloo en Elma Verhey: 'Onderweg hebben we vaak en met pijn in het hart moeten vaststellen dat onze gedachten betreffende verdraagzaamheid goedkoop, want onbeproefd, onze opvattingen betreffende sociale rechtvaardigheid gemakzuchtig, want op hún kosten botgevierd, en onze ideeën betreffende een linkse maatschappij-inrichting hypocriet, want voor ons zelf lonend gevonden werden.'

Het waren behartigenswaardige woorden in 1984. Dat zijn het nog steeds in 2016.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.