Column

Kan langer leven ook langer pensioen betekenen?

Foto de Volkskrant

Nederlanders leven gemiddeld na hun pensioen nog 21 jaar (vrouwen langer, mannen korter). En dat zal niet veranderen, hoe innovatief de medische wetenschap ook is en hoe gezond er ook wordt geleefd. Als de Nederlanders allemaal speltbrood eten, tienduizend stappen per dag maken, acht uur slapen en geen alcohol meer drinken, zullen ze geen minuut langer van hun pensioen kunnen genieten.

Het huidige demissionaire kabinet heeft nu eenmaal de pensioenleeftijd gekoppeld aan de levensverwachting, en het toekomstige kabinet - of dat nu met GroenLinks of de Christen Unie is - zal daar niet aan tornen. Indien de mensen die vandaag worden geboren gemiddeld 121 jaar worden, zullen ze als 100-jarigen met pensioen gaan, zo heeft Rutte bepaald. Wie als boreling van 2017 op zijn 20ste in het arbeidsproces stapt, moet tachtig jaar werken.

Uiteraard is het niet zeker dat de levensverwachting zo snel stijgt. Sinds 1840 is die met 35 jaar gestegen. Dat komt overeen met een stijging van tweeënhalve maand per jaar. Als die stijging in dat tempo doorgaat, komt daar de komende eeuw nog 21 jaar levensduur bij.

Sommige partijen (50Plus, PVV en SP) willen niettemin met een paar boekhoudkundige trucs de pensioenleeftijd op 65 houden. De andere partijen willen alle extra levensverwachting besteden aan verlenging van de arbeidsloopbaan.

Ook dat levert aversie op. De huidige gepensioneerden, die al op hun 65ste of dankzij de VUT nog veel eerder met pensioen mochten, zijn ineens zeer geprivilegieerd. Daarnaast zijn ziekten die vroeger dodelijk waren nu vaak chronisch. Dat houdt in dat de volgende generaties gepensioneerden gemiddeld een lagere kwaliteit van leven hebben, tenzij ze besluiten de stekker eruit te trekken voordat ze hulpbehoevend worden.

Er is een tussenoplossing. De FNV heeft gesuggereerd slechts de helft van de extra levensjaren door te werken. Dus als de levensverwachting nog 21 jaar toeneemt, zouden we maar 10,5 jaar langer doorwerken. Drie demografen van het NIDI (Harry van Dalen, Joop de Beer, Kène Henkens) hebben wiskundig berekend dat dit betaalbaar is als het aantal levensjaren na pensionering gemiddeld de helft is van het aantal jaren dat men gewerkt heeft.

Bijvoorbeeld: voor iemand die na veertig jaar werken op zijn 65ste met pensioen gaat en 85 jaar oud wordt, is die verhouding 20/40 ofwel 50 procent. Als de levens-verwachting naar 95 gaat, zou hij 47 jaar moeten werken en op zijn 71,5ste met pensioen gaan. 23,5 gedeeld door 47 is ook 50 procent.

Volgens de berekening van de demografen zou het aantal AOW'ers in 2060 op 3,8 miljoen uitkomen als dit pensioensysteem gaat gelden. Bij de huidige regeling is dat 3,5 miljoen. Als de pensioengerechtigde leeftijd weer 65 jaar wordt, komt het aantal AOW'ers uit op 4,8 miljoen.

Van elke tien jaar extra leven moet de helft naar het pensioen.

Totdat de onsterfelijkheid wordt bereikt.

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.