'Kan je de duiker even inmeten'

Met geavanceerde technieken zoeken archeologische teams de bodem af van de Vecht en de Oude Rijn. Voordat de baggeraars hun gang kunnen gaan....

In de stuurhut van de Karin S. tuurt de hydrograaf Seger van den Brenk op het schermpje van z’n laptop naar een lichtbruine bol met oplichtende puntjes en streepjes. In de walkietalkie op z’n bureau klinkt een metalen stem: ‘Seger, kan je de duiker even inmeten? Hij ziet nu een plank uit de bodem steken.’ De hydrograaf mompelt hoofdschuddend ‘de duiker inmeten’, drukt op een knop en grapt: ‘Ik denk één meter vierenzeventig.’ Op zijn schermpje ziet hij een vaag omlijnd object in de bruine bol, met het bewegende oplichtende figuurtje van de duiker in de buurt. Hij berekent de lengte van de plank, die hij doorgeeft aan de man met de metalen stem. Die voorziet het object van een nummer.

De Karin S. is een plat werkschip, waarop een met duikapparatuur gevulde container staat, en een machine waar kabels en slangen uit stulpen; enkele daarvan zijn in een kleurige bundel aangesloten op de uitrusting van de duiker. Het schip ligt met twee sputpalen op de bodem in een stil water direct achter de Vecht tussen Nederhorst den Berg en Nigtevecht, waar de resten worden vermoed van een sluis uit de 15de of 16de eeuw. De sluis moest de getijden van de toenmalige Zuiderzee reguleren om het belangrijke vaarwater van de Vecht op peil te houden. Een archeologisch onderzoeksteam probeert nu het antieke waterwerk in kaart te brengen en zo nodig voor het nageslacht te bewaren, voordat er op grote schaal gebaggerd gaat worden – want dat gaat er gebeuren zodra de archeologen klaar zijn met hun klus: het grootste deel van de Vecht wordt uitgediept.

Het onderzoeksteam is samengesteld uit drie private bedrijven: ADC Archeoprojecten, Periplus Archeomare en duikonderneming Subcom. ‘Een gouden combinatie’, zegt de ADC-archeoloog Wouter Waldus, die in 2006 samen met hydrograaf Van den Brenk (Periplus) en hetzelfde team een spectaculaire operatie uitvoerde om een zeldzame 19de-eeuwse houten zeil-tjalk, de Jacob (1858), boven water te tillen in de Dordtse Kil, een van de drukste vaarwateren van Europa. ‘Dat was zó geweldig, dat blijft je bij’, zegt hij.

Opmars

Opmars
De maritieme archeologie in Nederland lijkt aan een voorzichtige opmars bezig. ‘We winnen wat aan terrein’, is de formulering van Waldus. Sinds de ondertekening van het Verdrag van Malta in 1992 – officieel: het ‘Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed’– wordt er zoveel mogelijk gehandeld in de geest van dat binnenkort te implementeren verdrag.

Opmars
Dat wil zeggen: bij elke verandering in de ruimtelijke ordening wordt er tijdig rekening gehouden met de eventuele aanwezigheid van archeologisch erfgoed. In het geval van de Vecht betekent dit: eerst de archeologisch waardevolle spullen in veiligheid brengen en dan pas baggeren. De kosten daarvan zijn voor rekening van de ‘bodemverstoorder’: de opdrachtgever van het baggerwerk.

Opmars
‘Het gaat met horten en stoten’, zegt Martijn Manders, beleidsmedewerker van de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM). ‘Iedereen moet aan de maritieme archeologie wennen, want er is op dat gebied jarenlang geen ontwikkeling geweest. Je hebt ook vaak te maken met enorme projecten. Ik noem maar de Maasvlakte II, waar op grote schaal gebaggerd moet worden. Daar moet je al die partijen, archeologen, geofysici en de opdrachtgever, wel zien samen te brengen. Bij bedrijven als ADC zie je de maritieme archeologie groeien. Nu de universiteiten nog, want die zouden hier toch ook een rol moeten gaan spelen.’

Opmars
Bij het onderzoek in en rondom de Vecht wordt gebruikgemaakt van geavanceerde apparatuur: een afgezonken, ronddraaiende sectorscanner die over een vastgestelde oppervlakte geluidpulsen uitzendt en de reflecties daarvan doorstuurt naar de computer van Van den Brenk, die de gegevens op zijn schermpje, in de bol, volgt, beschrijft en verwerkt in een cartografischachtig databestand.

Opmars
Zo kan, in combinatie met een dgps (differential global positioning system), zichtbaar worden gemaakt waar objecten liggen, hoe groot ze zijn en hoe ze er ongeveer uitzien. De volgende stap is het bepalen van de archeologische waarde, het eventuele behoud van de sluis ter plaatse of, als het niet anders kan: opgraven. Daarover wordt een archeologisch advies uitgebracht.

Opmars
Op basis daarvan wordt een beslissing genomen door het bevoegd gezag (RACM, gemeente of provincie) of in de zogeheten Archeologische Monumentencommissie als het om werken of monumenten van Rijkswaterstaat gaat.

Opmars
In de walkietalkie van Van den Brenk klinkt opnieuw de metalen stem: ‘Seger, de duiker zit nu bij een balk van vijf meter lang.’

Opmars
‘Gemarkeerd!’, roept de hydrograaf terug. ‘De balk is vier meter achtenveertig.’

Opmars
Voordat er met het sluisonderzoek kon worden begonnen, moest eerst de hele Vecht met sonarapparatuur worden gescand, van Utrecht tot Muiden, globaal 40 kilometer lang, 100 meter breed. Daarmee is een jaar geleden een begin gemaakt. ‘We hebben 385 sonarcontacten onderscheiden, van een roeiboot tot een autowrak. Daarvan hielden we zeventig objecten over’, vertelt Van den Brenk. ‘Het resultaat was uiteindelijk dat we in Weesp de restanten hebben gevonden van een oude spoorbrug uit 1890 en op andere plaatsen vier recente houten scheepswrakjes, die nog moeten worden gedateerd.

Opmars
‘Hoe oud de sluis precies is, weten we nog niet. Wel weten we dat er in 1438 een dam in de Vecht verplaatst is naar deze locatie en dat die dam door de scheepvaart Hinderdam werd genoemd. Zo heet ook het weggetje dat naast dit water loopt. In 1673 is hierachter een verdedigingsfort gebouwd en toen is ook de zeesluis bij Muiden er gekomen, die de sluis hier overbodig maakte. ’

Opmars
De duiker zweeft door het troebele water van de Vecht langs een lijntje dat hij heeft gespannen om zijn duiksector af te bakenen. Elke keer wordt dat lijntje verlegd. Op z’n helm zit een lamp en een videocamera, en hij staat in voortdurend contact met een partner, de metalen stem, die in de container zijn verrichtingen volgt op een videoscherm.

Opmars
Het onderzoekssysteem van sonar, sectorscanner en duikers is volgens Van den Brenk voor Nederlandse begrippen vrij nieuw. Het maritiem archeologisch onderzoek kent nog een andere variant, namelijk het gebruik van grondradar in het water. Daarmee wordt sinds enkele weken gewerkt in de Oude Rijn, die van Katwijk aan Zee tot Woerden archeologisch wordt afgestruind alvorens ook daar met een grootschalig baggerproject kan worden begonnen.

Opmars
Ook bij dit project is archeoloog Waldus betrokken, samen met de geofysicus Andrew Devlin van het bedrijf Baars-CIPRO, die op zijn laptop in de cabine van het werkschip Perca laat zien hoe de grondradar objecten óp en ín de bodem traceert, tot een diepte van 1 meter, en zijn reflecties doorstuurt naar de computer. Op het scherm zien de objecten eruit als een hyperbool.

Opmars
De grondradar maakt het verschil in onderzoekstechniek tussen de Vecht en de Oude Rijn. Het gebied rondom Alphen aan den Rijn en Bodegraven is een Romein-zeker areaal vanwege het antieke Castellum, waarvan in de loop der jaren op de grond al veel restanten naar boven zijn gehaald. De Vecht is dat niet. Daarom wordt de bodem van de Oude Rijn bij Alphen en omgeving met grondradar gepenetreerd, wat een kostbare operatie is, en blijft het onderzoek in de Vecht beperkt tot op het bodemoppervlak.

Opmars
‘In de Oude Rijn moeten zeker wrakken van Romeinse schepen liggen, lange vrachtschepen waarmee onder andere stenen uit Duitsland werden vervoerd. De kans is groot dat die goed geconserveerd zijn door de sedimentatie, want onder het slib blijven ze langer intact’, zegt Waldus.

Opmars
‘We hopen ook restanten van insteekhavens te vinden, en aandempingen, stukken land die met afval zijn aangelegd – daarin moet je veel dingen kunnen vinden die te maken hebben met hoe de Romeinen leefden. Het verhaal gaat dat er vanaf de bronstijd op kruisingen van rivieren rituelen werden uitgevoerd waarbij de wapenuitrusting van een veteraan die was teruggekeerd van het slagveld, in het water werd gegooid, want die had hij niet meer nodig. Het zou dus kunnen dat er op die plaatsen, zoals in de Oude Rijn, Romeinse helmen liggen, of andere uitrustingsstukken. Maar dat is een educated guess.’

Opmars
Wat gebeurt er als er tijdens het baggeren, dus na het archeologisch onderzoek, alsnog iets van waarde wordt aangetroffen? ‘Dan moet de opzichter van het baggerwerk dat melden en wordt het baggeren stilgelegd om de vondst te kunnen onderzoeken’, zegt Waldus.

Opmars
Maar worden vondsten steeds trouw gemeld? ‘Vaker dan vroeger’, zegt Van den Brenk. ‘Bij een baggerproject een tijdje terug in het Noord-Hollands Kanaal heeft de baggeraar denk ik wel wat naar boven gehaald, maar dat niet gemeld. Er was van dat project zelfs geen archeologisch rapport gemaakt. Maar de controle is een stuk verbeterd.’

Opmars
Op het bureau van Van den Brenk weer die metalen stem: ‘Duiker heeft hier vijf liggende planken.’ Het gezicht van Waldus begint te glimmen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden