Kan export ook herstellen zonder devaluatie?

De kwestie Peter de Waard

Foto de Volkskrant

Vijf jaar geleden was het acroniem 'PIGS' een even beladen begrip als de bitcoin nu. PIGS stond voor Portugal, Italië, Griekenland en Spanje - het kwartet zuidelijke eurolanden dat was gedoemd ten onder te gaan.

Wie in 2010 nog geen 10 jaar oud was, zal het woord PIGS in de context van bankroete landen even onbekend in de oren klinken als Camiel Eurlings in de context van toekomstig premier van Nederland.

Van de PIGS is alleen de IG nog over, al zou Spanje door een Catalaanse afscheiding opnieuw in gevaarlijk vaarwater kunnen komen. Tegelijkertijd zou een gunstige uitslag van de Italiaanse verkiezingen in maart volgend jaar dit land de ruimte kunnen geven voor herstel en resteert alleen de G.

Dat de P van Portugal vooropstond, was niet verbazend. Tenslotte staat de Portugese uitdrukking 'ir com os porcos' (gaan met de pigs) voor sterven. Ten tweede was Portugal volgens de financiële dominotheorie van toen na Griekenland de tweede steen die zou omvallen.

Maar deze week daalde het rendement op de tienjarige Portugese staatslening naar 1,77 procent. Hiermee kwam het percentage net onder dat van Italië te liggen. Sinds de eurocrisis in 2010 uitbrak, lag de Portugese rente op staatspapier 2,5 procentpunt boven die van andere zuidelijke buurlanden. Maar sinds kredietbeoordelaar Fitch Portugal heeft teruggebracht in de elite van belangrijke obligatie-indices, is de vraag naar Portugees staatspapier toegenomen, stijgen de koersen en daalt het rendement.

Nogal wat eurosceptici betoogden vijf, zes en zeven jaar geleden dat Portugal alleen uit het dal zou kunnen kruipen door devaluatie van een eigen munt, waarvoor het net als Griekenland eerst de eurozone zou moeten verlaten.

Maar Portugal heeft in tegenstelling tot Griekenland, dat nog altijd aan een Brussels infuus ligt, op eigen houtje kunnen herstellen. In 2010 had Portugal nog een begrotingstekort van 11,2 procent van het bbp. Dit jaar komt dat uit op 1,3 procent. Doordat de economie met 2,6 procent groeit, zal ook de staatsschuld in procenten van het bbp teruglopen: van 130 naar 126 procent. Dat is nog altijd veel te hoog - de EU eist maximaal 60 procent - maar het is alvast een teken dat het de goede kant opgaat. Indien de groei doorzet en het tekort in 2018 kan worden omgezet in een overschot, zou dat nog sneller kunnen dalen. Daarbij komt het mooi uit dat een Portugees volgende maand Jeroen Dijsselbloem zal opvolgen als voorzitter van de Eurogroep. Ook in andere opzichten gaat het goed: de werkloosheid is gedaald van ruim 17 procent naar 8,8 procent, iets waarvan Spanje en Italië alleen kunnen dromen. De export is gestegen van 29 tot 45 procent van het bbp.

Portugal is het walhalla niet. Er zijn nog voldoende problemen. Maar het land bewijst dat devaluatie niet het enige wapen is om uit een economisch dal te kruipen. Ook binnen de muntunie heeft een varkenskot een uitgang.

Reageren? p.dewaard@volkskrant.nl

Meer over