Kan die pannenkoekenboot niet naar Afrika varen?

null Beeld Julius Schrank / de Volkskrant
Beeld Julius Schrank / de Volkskrant

Ik wilde eten. Elke dag heb ik dat een paar keer, dokter. Ben ik verslaafd? Kunt u functioneren zonder?

Hongerig keek ik naar de kont van de pont. Ik had hem op een haar gemist, wat te denken gaf, want ik had Kapitein Iglo zien zitten in z'n cockpit en hem was heus wel opgevallen dat ik met mijn tong over mijn schouder aan was komen scheuren, zwaaiend naar zijn oceaanstomer. En toch haalde hij doodleuk z'n klep op, wat een visstick, zeg.

Halfuur wachten. Precies de tijd die ik gereserveerd had om even te basen, liggend in een hoekje van de stationshal, op doorreis naar Zuidlaren, waar Berend Botje in het kader van de Boekenweek een lezing moest geven over een, euh... pizzapunt.

Honger, had ik. Nou ja, trek. Honger hebben de kindertjes in Afrika. Maar van Jort Kelder mag je weer geen 'trek' zeggen. Honger dus? Maar wat hebben de kindertjes in Afrika dan? Trek?

Ik keek om me heen. Amsterdam-Noord is hip, hoor je weleens. Dat klopt. Wij hebben De Pannenkoekenboot. Vanaf de pont zie ik het ding altijd liggen. Jammer dat ik geen 6 meer ben, denk ik dan. Er gaan zitten heeft iets sufs, een volwassen vent op een pannekoekenboot. Maar het was Boekenweek. En had volgens Harry Mulisch niet iedereen een absolute leeftijd?

Het mooie van pannekoeken is dat je ze, in tegenstelling tot de creaties van Jonnie Boer, razendsnel mag opvreten. Het mooie van De Pannenkoekenboot is dat je ondertussen de pont in de gaten kunt houden.

'Wilt u alvast iets te drinken?'

'Melk', antwoordde ik, loerend naar de lege kade. Het leek wel of die kade bewoog, trouwens. Wat zeg ik, heel Amsterdam-Noord dreef weg.

De Pannenkoekenboot vaart daadwerkelijk uit, dat wist ik eigenlijk best, maar ik was het een beetje vergeten. Het is geen 'boot' als in 'woonboot', maar een echt schip dat de trossen losgooit en het ruime sop kiest.

Juist.

Net als alle moeders met kinderen, stond ik op. We liepen joelend naar een soort Febo-muur waarin onzichtbare koksmaten borden neerzetten met pannekoeken erop. Ik pakte een bord en ging ermee naast een moeder staan. We tuurden samen naar beneden, het ruim in. Het bleek een ballenbak.

'Hoe lang gaat deze pannekoekenreis duren?', informeerde ik.

'Een uur en een kwartier.' De vrouw wilde glimlachen, maar er kwam gehuil uit de ballenzee. 'Vlindertje!', riep ze en stortte zich het trappetje af.

Daar staan, als man alleen, met die pannekoek, bij de ballenbak, had iets pedofiels. Het was sowieso fout. Berend Botjes bootje ging niet naar Zuidlaren, waarschijnlijk. Tijd voor een belletje naar Gerrita, de bibliotheekdame. Goeie naam, vond ik, Gerrita, gewoon een 'a' erachter. Moesten meer moeders doen.

Eerst maar eens die pannekoek opeten. Ik zag een beetje op tegen het gesprek, merkte ik, dat ik in gedachten al oefende.

'Ja, hallo mevrouw euh... Gerrita', kon ik bijvoorbeeld beginnen. 'Ik ben iets vertraagd, helaas. (...) Nee, niet met de trein. Met De Pannenkoekenboot. (...) Hoort u goed, ja. Zit ik nog even op, ja. (...) Nee, niet over de IJssel, geloof ik. Even vragen. (...) Nee, dit heet het IJ.'

Gewoon niet bellen kon ook.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden