Vijf Vragen Salafistische scholen

Kan de overheid ingrijpen bij salafistische moskeescholen die Nederlandse samenleving afwijzen?

Salafistische moskeescholen in Nederland indoctrineren kinderen met moslimfundamentalistisch en antidemocratisch onderwijs. Dat blijkt uit onderzoek van NRC en Nieuwsuur. Hoeveel salafistische scholen leren kinderen zich af te keren van de Nederlandse samenleving en wat is de impact van de onderwijs op de denkwereld van de kinderen die in Nederland wonen?

De El-Tawheed-school (het gebouw links met de fietsen ervoor) in Amsterdam-West. Beeld Foto Guus Dubbelman / de Volkskrant

Hoe groot is het probleem?

NRC en Nieuwsuur spreken in het onderzoek over ongeveer duizend kinderen bij vijftig salafistische onderwijsinstellingen; verspreid door het land, maar vooral in de Randstad. De grootste groep als salafistisch aangemerkte scholen (negen) zit in Amsterdam. Het onderzoek sluit aan op bevindingen uit het jaarrapport 2018 van de AIVD, die dergelijke onderwijsinstellingen al langere tijd in het vizier heeft.

NRC schrijft dat er minstens 500 moskeeën zijn die ‘vaak ook iets doen aan educatie’. Hoeveel koranscholen er zijn, is onbekend, zegt Trees Pels, emeritus hoogleraar en onderzoeker aan het Verwey-Jonker Instituut. ‘Er is daar weinig onderzoek naar gedaan. We schatten dat 70 procent van de islamitische kinderen dergelijk onderwijs naast het reguliere onderwijs volgt.’

In de lessen wordt onder meer gesteld dat andersgelovigen de doodstraf verdienen en stimuleren docenten emigratie uit het ‘ongelovige’ Nederland. ‘Het is een verplichting voor elke moslim om een afkeer te hebben van de ongelovigen. Zelfs als het je naasten zijn’, zegt een van de predikers bijvoorbeeld. Als voorbeeld van het lesmateriaal noemt NRC een multiplechoicevraag over de gepaste straf ‘voor iemand die zich inlaat met zwarte magie: a. zweepslagen, b. stenigen, c. doden met een zwaard’ (het laatste antwoord is juist). 

‘De invulling van dit onderwijs is wel heel divers. Er zijn bijvoorbeeld scholen waar de nadruk meer op de taal ligt dan op het geloof. En de meeste scholen zijn liberaler dan de scholen die we salafistisch noemen. De impact op kinderen hangt dus ook heel erg af van de signatuur van de school.’

Hoe kan het dat er niets tegen deze scholen is ondernomen?

Arabist en jurist Laila al-Zwaini zegt dat het via een juridische route moeilijk is om in te grijpen op de salafistische moskeescholen. ‘In Nederland hechten we veel waarde aan de vrijheden van godsdienst, onderwijs en vooral de vrijheid van meningsuiting’, zegt Al-Zwaini. ‘De grenzen daarvan zijn niet duidelijk en moeilijk juridisch toetsbaar. Een daad kun je wettelijk toetsen op strafbaarheid, maar of degene die aanzet tot die daad ook strafbaar is, is moeilijk vast te stellen. De Nederlandse wet heeft gewoon weinig antwoorden op deze vorm van indoctrinatie.’

‘Je mag heel veel in Nederland’, beaamt Marloes van Noorloos, universitair hoofddocent strafrecht aan de Tilburg University. Als je iemand strafrechtelijk wilt vervolgen, moet je aantonen dat er sprake is van een strafbaar feit, zoals het geval is bij haatzaaien, discriminatie en het aanzetten tot geweld. Dat is wetsartikel 137d van het Wetboek van Strafrecht, waaronder nu ook Geert Wilders wordt vervolgd. Een opmerking als ‘volgens de islam horen ongelovigen de doodstraf te krijgen’ is strafrechtelijk niet per definitie verboden, in tegenstelling tot ‘alle ongelovigen moeten dood’.

Zorgt de context waarin deze teksten worden uitgesproken, niet alsnog voor een strafbaar feit?

‘Een rechter zal inderdaad de hele context meenemen’, zegt Van Noorloos. Maar wat dat betreft is deze zaak juridisch gezien onontgonnen gebied. ‘Ik ken verder geen strafzaken waarin de onderwijscontext een rol speelt. Dat komt ook doordat het onderwijs al op andere manieren wordt gereguleerd, via de onderwijsinspectie. Dan zijn er niet snel strafrechtelijke stappen nodig.’

Een docent verheerlijkt onder meer de doodstraf en vertelt zijn leerlingen over een executie die hij bijwoonde in Saoedi-Arabië. ‘Iedereen wenst daar te leven.’

‘Het meest problematisch en daarmee het meest acuut is de vijandschap tegenover andere groepen die hier naar voren komt. Maar je mag een hekel hebben aan democratie en je mag een hekel hebben aan Nederland – dat is niet verboden. Uiteindelijk zijn deze teksten verwerpelijk, maar ik verwacht niet dat een rechtbank snel zal veroordelen.’

Hoe verhoudt dit salafistische onderwijs zich tot ander religieus onderwijs, zoals Joodse scholen of orthodox-christelijke scholen?

Zowel voor islamitisch onderwijs als voor Joods of christelijk onderwijs geldt dat het in reguliere en religieuze vorm wordt aangeboden. De reguliere scholen vallen onder het bijzonder onderwijs en zijn door de overheid gefinancierd. Deze scholen staan onder toezicht van de inspectie. Maar de salafistische koranscholen vallen onder het religieuze onderwijs en blijven onder de radar van de overheid. Dat geldt ook voor bepaalde streng-reformatorische en Joodse scholen, die verbonden zijn met kerk en synagoge.

‘Een parallel tussen bepaalde streng reformatorische scholen en de salafistische scholen uit het onderzoek is dat de lessen voorschrijven dat er maar één te belijden geloof is’, zegt hoogleraar levensbeschouwelijke vorming Cok Bakker (Universiteit Utrecht). ‘Ook in het reformatorisch onderwijs lezen ze teksten uit het Oude Testament voor. Maar het verschil is de interpretatie ervan: de koranscholen bezigen een letterlijke interpretatie en stimuleren bijvoorbeeld onthoofding. In de Nederlandse kerk, van welke signatuur dan ook, zul je nooit een opdracht vinden in het heden te doden.’

Wat kan worden gedaan om het salafistische onderwijs aan banden te leggen?

Volgens Van Noorloos zou het goed zijn hier op een andere manier naar te kijken dan via het strafrecht. ‘Een juridische optie die kan worden onderzocht, zou bijvoorbeeld het verbieden van een rechtspersoon zijn, zoals is gebeurd met pedofielenvereniging Martijn. Daarbij verbied je een organisatie waarvan de activiteiten in strijd zijn met de openbare orde. Maar daarvoor gelden strenge eisen, omdat de vrijheid van vereniging een groot goed is.’

‘Als we deze vorm van salafisme willen beknellen, moeten we in eerste instantie niet kiezen voor een politieke of juridische route, maar een maatschappelijke’, zegt Al-Zwaini. ‘We moeten niet bang zijn voor een discussie over godsdienst en over een vrije islam en meer ruimte bieden aan islamitische intellectuelen en vrijdenkers om zich hierin te manifesteren. Toonaangevende leiders als Dijkhoff en Rutte moeten zeggen dat er een plaats is voor de islam in Nederland. Zolang ze dat niet doen, kapen de fundamentalisten het debat.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden