virologie

Kan corona uit een lab zijn ontsnapt? En waarom duikt die theorie telkens weer op?

Vleermuizen in winterslaap in een grot op het eiland Shikoku in Japan, 2016. Beeld Getty
Vleermuizen in winterslaap in een grot op het eiland Shikoku in Japan, 2016.Beeld Getty

De theorie dat het coronavirus niet van een dier komt maar is ontsnapt uit het virologisch laboratorium in Wuhan, zingt weer rond. Zijn er dan nieuwe aanwijzingen? De Volkskrant sprak de hoofdrolspelers in binnen- en buitenland en verdiepte zich in het bewijs.

Is het coronavirus dat de wereld teistert ontsnapt uit een virologisch laboratorium in Wuhan? Ga op zoek naar het antwoord op die vraag en hier kom je uit: in een korte bijlage genummerd D7, achter in een lijvig rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

Daarin zetten acht wetenschappers, onder wie vleermuizenviroloog Shi Zhengli, punt voor punt uiteen hoe het wat hen betreft nou precies zit, met die vermeende laboratoriumherkomst van het virus. Want ‘het Wuhan Instituut van Virologie is intensief doelwit van samenzweringstheorieën’, zo is te lezen in het WHO-rapport.

Niet zo gek. Het coronavirus dook in december immers op in Wuhan, een stad waar geen hoefijzerneusvleermuis te bekennen is, maar waar wel Shi’s onderzoeksinstituut staat. Een instituut waar men nota bene vleermuisvirussen verzamelt en onderzoekt wat er nodig is voordat zo’n virus gevaarlijk wordt voor de mens. Onder meer door aan bestaande coronavirussen uitsteekseleiwitten te zetten die menselijke cellen misschien beter kunnen infecteren. Allemaal om alvast nieuwe vaccins te bedenken en te snappen waarop we moeten letten om een nieuwe pandemie te voorkomen.

En toen dook er ineens zo’n nieuw virus op. Niet ergens ver weg, maar nota bene 15 kilometer verderop, aan de overkant van de Yangtzerivier. De schrik sloeg Shi om het hart, vertelde ze vorig jaar maart tegen Scientific American. ‘Ik heb dagenlang geen oog dichtgedaan.’ Totdat ze de genetische code van het nieuwe coronavirus ontving. Tot haar opluchting kwam het bouwplan van het nieuwe coronavirus volstrekt niet overeen met de vleermuizenvirussen waarmee ze werkt.

In bijlage D7 noteert de WHO-delegatie die het lab in januari bezocht – met in de gelederen onder meer viroloog Marion Koopmans – wat het instituut vervolgens deed. Men keek of er de afgelopen maanden verdachte ziektegevallen waren geweest en controleerde het bloed van alle medewerkers en studenten op antistoffen tegen het virus. Niets te vinden.

Geen virus, geen zieken: eigenlijk was de kous daarmee af. De kans dat het virus is ontsnapt uit Shi’s lab, is ‘extreem onwaarschijnlijk’, oordeelt de WHO-missie dan ook. We kunnen beter op zoek gaan naar de waarschijnlijkere dierlijke herkomst van het virus, adviseerde de missie.

Eigenlijk is er maar één probleem: lang niet iedereen blijkt bereid Shi op haar woord te geloven.

Twijfels en kritiek

De vlam sloeg in feite in de pan toen de WHO-missie op 8 februari in China haar conclusies presenteerde, op een urenlange persconferentie die meer deed denken aan een communistisch partijcongres dan aan een vragenuurtje voor journalisten.

Ingeklemd tussen streng kijkende Chinezen hoorde de wereld voorzitter Peter Ben Embarek van de WHO-delegatie zeggen dat men de voor China onwelgevallige theorie van een ontsnapping uit het laboratorium voorlopig in de ijskast wilde zetten. Wél raadde de WHO nader onderzoek aan naar, onder meer, de door China gepropageerde theorie dat het virus wellicht afkomstig is uit het buitenland.

Dat viel helemaal verkeerd. De missie heeft zich laten inpakken en ‘miste toegang tot complete, originele data en monsters’, foeterden de regeringen van onder meer Australië, de VS, Canada, Japan, Israël, het Verenigd Koninkrijk en Denemarken in een gezamenlijke verklaring. Waarop WHO-baas Tedros Adhanom Ghebreyesus probeerde de gemoederen bij de donateurslanden te kalmeren. De labtheorie was weliswaar ‘de minst waarschijnlijke’ ontstaanstheorie; dat neemt niet weg dat ook die theorie ‘nader onderzoek vereist, mogelijk met nieuwe missies met gespecialiseerde experts’, viel Ghebreyesus zijn eigen missie af.

Het eindrapport van de WHO-missie, dat pas anderhalve maand later verscheen, maakte de zaak er niet beter op. Labjournaals, technische data of ruwe bestanden die Shi’s verhaal zouden staven, had de missie niet gezien. Er is alleen de bewuste bijlage, in feite een puntsgewijze opsomming van het gesprek met de stafleden van het instituut.

Wat niet wil zeggen dat de missie zich maar iets op de mouw heeft laten spelden, benadrukt Koopmans desgevraagd. ‘We zijn echt niet even op de thee geweest ofzo. We hebben stevig doorgesproken, met een spervuur van vragen, vanuit allerlei invalshoeken, van verschillende mensen.’

En de inzage in de ruwe cijfers, de computers, de databestanden van het instituut? ‘Dan ga je ervan uit dat ze een of ander geheim bewaren’, zegt Koopmans. ‘Daar kunnen wij niets mee. Je zou dan een afgedwongen inspectie moeten doen, dat kun je niet met wat wetenschappers.’ Ook hoogleraar coronavirologie Eric Snijder (LUMC), niet betrokken bij de missie, kan dat wel volgen. ‘Hoe zou het bewijs er dan uit moeten zien? Een door een vleermuis ondertekende verklaring onder ede?’

Maar in een recent opiniestuk in Science zegt een groep van achttien prominente wetenschappers de WHO-missie de wacht aan. ‘De twee theorieën zijn niet evenwichtig tegen elkaar afgewogen’, aldus de groep, onder wie kopstukken zoals ziektemodelleur Marc Lipsitch en microbioloog Ralph Baric. ‘Slechts 4 van de 313 pagina’s van het rapport bespreken de mogelijkheid van een laboratoriumongeluk. Een goed onderzoek moet transparant, objectief en data-gedreven zijn, om de invloed van belangenverstrengeling te minimaliseren.’

Een van de ondertekenaars is de in Zwitserland werkzame Nederlandse biofysicus Erik van Nimwegen. Ook hem lijkt een natuurlijke oorsprong van het virus waarschijnlijker, erkent hij desgevraagd. ‘Maar óók relevante feiten zijn dat covid-19 uitgerekend is uitgebroken in de stad waar laboratoria zijn die wereldwijd de grootste collectie van precies dit soort coronavirussen hebben en daar intens onderzoek naar doen, en dat Wuhan ver verwijderd is van locaties waar de natuurlijke gastheren van dit soort virussen voorkomen. Het lijkt mij moeilijk te verdedigen dat een grondig, onafhankelijk onderzoek naar een mogelijk labscenario níét nodig is.’

‘Onafhankelijk’: dat woord heeft vooral betrekking op missielid Peter Daszak, een zoöloog van de ngo EcoHealth Alliance, die al vijftien jaar nauw samenwerkt met Shi en er zodoende direct belang bij heeft om zijn collega’s uit de wind te houden. ‘Als Facebook ergens van wordt beschuldigd, laat je toch ook niet Mark Zuckerberg onderzoek doen naar wat er is gebeurd?’, vindt Van Nimwegen.

Aan de lijn vanuit New York benadrukt Daszak dat zijn invloed beperkt is. ‘Ik ben natuurlijk niet het enige teamlid, we hebben hierover gestemd. En we zijn het er unaniem over eens dat een lek uit het lab extreem onwaarschijnlijk is. Gewoon: omdat we er geen bewijs voor hebben gevonden.’

Er is echter ook nog ‘geen concreet bewijs’ dat het virus via een of ander tussendier op de mens is overgesprongen, benadrukt Van Nimwegen. ‘En in tegenstelling tot het labscenario wordt daar nu al meer dan een jaar tevergeefs naar gezocht. Terwijl een mogelijk laboratoriumongeluk zo goed als niet is onderzocht.’

Een hoefijzerneusvleermuis in Seewiesen, Duitsland.  Beeld Heidi en Hans-Jürgen Koch / Minden Pictures
Een hoefijzerneusvleermuis in Seewiesen, Duitsland.Beeld Heidi en Hans-Jürgen Koch / Minden Pictures

Van ‘onwaarschijnlijk’ naar ‘plausibel’

Intussen laaide het vuurtje ook weer op in het Witte Huis. Vorig jaar al had Donald Trump econoom en terrorismeonderzoeker David Asher opdracht gegeven om de laboratoriumtheorie nader tegen het licht te houden. Nu Joe Biden dat onderzoek wilde staken, ontstond er prompt heisa.

Het idee dat het virus uit de natuur komt, is ‘belachelijk’, foeterde Asher tegen Fox News. En de ambtenaar die Biden had aangesteld om de zaak af te handelen, was maar een slappeling, een ‘wegkijker’, vervolgde Asher. ‘Terwijl de gegevens zich opstapelen dat het virus uit een lab of een andere bovennatuurlijke (sic) bron kwam. Je mond valt ervan open.’

Er dook een pikante tip op: volgens informatie van een van de inlichtingendiensten zouden kort voor de pandemie drie laboratoriummedewerkers zijn opgenomen in het ziekenhuis met symptomen ‘consistent met zowel covid-19 als seizoensziekte’. Niet erg logisch: corona leidt bij jongere mensen maar zelden tot ernstige ziekte en de WHO-missie vond er in elk geval geen aanwijzingen voor. Niettemin besloot Biden tot een nieuw onderzoek, om het gerommel in zijn inlichtingendiensten te bezweren.

Twee agentschappen geloven immers niets van de labtheorie, een vindt de gedachte ‘plausibel’, onthulde Biden eind mei, zonder in details te treden. Waarop de president de inlichtingendiensten opdroeg om binnen negentig dagen met een rapport over de kwestie te komen, ‘inclusief de vraag of het is ontstaan uit menselijk contact met een geïnfecteerd dier of uit een laboratoriumongeluk’.

Weer een onderzoek, weer een rapport. Maar ‘een nieuw onderzoek moet worden bezien in de context van het langdurige zwartepietenspel tussen de VS en China’, schrijft de Australische politicoloog en Azië-deskundige Melissa Conley Tyler in een academische analyse. ‘Voor de geneeskunde is het misschien niet zo belangrijk om te weten waar het virus vandaan komt. Maar als het gaat om geopolitiek, maakt het enorm uit.’

Zie het onderzoek als een knieval voor rechts Amerika, duidt politieke commentaarsite The Hill. ‘De Republikeinen hebben zich vastgebeten in de onbeantwoorde vragen, als bewijs dat Biden er niet in slaagt China krachtig tegemoet te treden.’ Een andere analist, in The Financial Times: ‘Biden wil laten zien dat hij er niet voor terugdeinst China te beschuldigen als er bij de inlichtingendiensten overeenstemming is over het feit dat het virus uit het lab komt.’

Van ‘extreem onwaarschijnlijk’ tot ‘plausibel’: de laboratoriumtheorie heeft nogal een ommezwaai gemaakt. Onafhankelijke wetenschappers zijn er verbaasd over. Het virus zelf wijkt immers behoorlijk af van wat virologen kennen uit de vakliteratuur. Volgens Shi’s eerdere publicaties is men er in Wuhan de afgelopen vijftien jaar in geslaagd om slechts drie sars-achtige coronavirussen op kweek te krijgen. En die hebben minder dan 80 procent overeenkomst met sars-cov-2, een gigantisch verschil.

‘Ik heb eerlijk gezegd helemaal geen nieuwe informatie gezien’, zegt Snijder, die de zaak al vanaf het begin volgt. ‘Als je het puur inhoudelijk beoordeelt, weten we net zo veel over de herkomst van het virus als begin vorig jaar. Er is gewoon niets nieuws.’

Koopmans wijst erop dat de WHO een vertrouwelijke tiplijn heeft. ‘Het is heel gewoon dat de WHO onder geheimhouding wordt geïnformeerd. We hebben bij herhaling gezegd: als er geloofwaardige nieuwe informatie is, deel die dan. Maar al een jaar lang komt er helemaal niets binnen.’

Een complot

En dus draait de motor van de laboratoriumtheorie hoge toeren op een vrijwel lege tank. Veel van de verdenkingen spitsen zich toe op een coronavirus genaamd RaTG13, naar de Rhinolophus affinis-vleermuis uit de Tong Guan-mijn waar Shi’s team het virus in 2013 (‘13’) aantrof. Het virus komt voor zo’n 96 procent overeen met hét coronavirus, sars-cov-2. Shi zou het virus met genetische technieken van andere uitsteeksels hebben voorzien, om te proberen of je er ook muizen met vermenselijkte luchtwegcellen mee kunt besmetten. Waarna het virus per ongeluk een medewerker besmette en de pandemie een feit was.

Daarop is van alles af te dingen, zegt Snijder. Niet in de laatste plaats: RaTG13 verschilt nog altijd op meer dan duizend punten van sars-cov-2. ‘En die verschillen zitten door het hele genoom heen en zijn niet logisch als je alleen de uitsteeksels wilt aanpassen. Die ga je niet voor de lol in zo’n virus aanbrengen’, zegt hij.

Misschien nog crucialer is dat RaTG13 in Wuhan waarschijnlijk slechts bestaat in de vorm van bits en bytes op een computer, een uitgeschreven genetische code in de gegevensbank van het instituut. Shi oogstte in de mijnschacht immers geen infectieus, compleet virus, maar vleermuizenpoep, waaruit ze later stukjes genetisch virusmateriaal oogstte.

Daarbij was Shi zelf degene die de buitenwereld vorig jaar wees op het bestaan van RaTG13, in het Britse blad Nature: ook niet bepaald het gedrag van een lab dat van alles te verbergen heeft. ‘Shi’s reputatie kennende, zou ik het logischer vinden dat ze het meteen in Nature had gezet, als ze een nieuw sars-achtig virus hadden gevonden met een bindingsprofiel aan menselijke receptoren’, zegt Koopmans. ‘Nieuwe virussen zijn potentieel geld waard’, beaamt Snijder. ‘En de hele Chinese top is getraind in het Westen. Die weten heus wel wat ze doen.’

Toen de pandemie uitbrak, werkte Daszak toevallig net samen met Shi en collega’s uit Australië en Singapore aan een overzicht van alle vleermuisvirussen van het instituut. ‘Als ze echt nog een ander sars-achtig virus in huis hadden, had het daar gestaan’, zegt Daszak. ‘Maar het feit is dat het er niet stond. En ze hebben ook niet opeens paniekerig geprobeerd het artikel tegen te houden of te veranderen.’

Waarmee de bal terug is waar hij begin vorig jaar ook al lag: bij een complot. Want dat is de enige mogelijkheid die resteert: dat alles wat in bijlage D7 staat gelogen is, het instituut de WHO doelbewust om de tuin heeft geleid, met een heel bouwsel van leugens en verzwegen experimenten.

‘Je kunt het nooit uitsluiten’, erkent Koopmans. ‘Maar dan moet je er dus van uitgaan dat dit lab, dat een jarenlang onderzoeksprogramma heeft naar vleermuisvirussen en daarover van alles heeft gepubliceerd, daarnaast ook nog een heel ander, compleet geheim programma had.’

Shi zelf is daarover in elk geval altijd duidelijk geweest. ‘Ik, Shi Zhengli, zweer op mijn leven dat dit niets te maken heeft met ons laboratorium’, zei ze tegen het Chinese nieuwskanaal Caixin. En, in reactie op de brandbrief van Van Nimwegen en collega’s, tegen Technology Review: ‘Het stemt me droevig de brief van deze achttien prominenten te lezen. Hoe kan ik nou bewijs vrijgeven dat er helemaal niet is?’

‘Het door Trump gezaaide gebrek aan vertrouwen – in wetenschappers, in de WHO, in China – vergiftigt steeds meer de wereld’, vindt Daszak. Zelf vertrouwt hij Shi en haar team: ‘Omdat ik al zeventien jaar met ze samenwerk. Als je met mensen op veldwerk gaat, met ze eet, met ze werkt, leer je ze goed kennen. Ik heb nog nooit gemerkt dat ze iets voor me achterhielden. Het feit dat we al zo lang met ze samenwerken, maakt onze kennis van wat ze doen juist dieper.’

Voor Koopmans is het vooral de optelsom der dingen die haar overtuigt. ‘We hebben de historie, met alle voorbeelden van spill-overs van virussen van dieren naar de mens. We hebben coronavirussen die in vleermuizen zijn gevonden. We hebben twee andere coronavirussen die in dezelfde hoek zitten als sars-cov-2, maar die uit het schubdier komen, een dier dat illegaal wordt verhandeld. Dus dat je zegt: ik zou de herkomst in die hoek zoeken, dat lijkt me een no-brainer.’

Intrigerend genoeg is er een sterke aanwijzing dat ook China de oorzaak zoekt bij verhandelde dieren. Zo doekte China in februari vorig jaar opeens de ‘wildboerderijen’ in het zuiden op, boerderijen waar men exotische dieren kweekt voor de handel. Voorheen zag China die boerderijen nog als manier om de armoede op het platteland tegen te gaan, nu beriep Beijing zich ineens op de voedselveiligheid.

Intussen dreigt het voornaamste slachtoffer van de richtingenstrijd het onderzoek naar de herkomst van het virus zelf te worden, constateert Koopmans. Dat is immers juist gebaat bij snelheid, voordat eventuele sporen van het virus vervagen. En voor de samenwerking helpt het niet mee als allerlei landen en politici op hoge toon eisen dat Shi’s lab door buitenlandse wetenschappers moet worden doorzocht. ‘Zolang dit hangende is, zal China niet heel open zijn. Als men de deur naar het Westen al niet helemaal dichtgooit.’

Omgekeerd is er irritatie over de starre, onwillige houding van China, dat pas na veel morren akkoord ging met de WHO-missie, treuzelt met de bloedonderzoeken die nodig zijn om de vroegste gevallen van het virus te traceren en er intussen op blijft hameren dat het virus ook via diepgevroren voedsel uit een ander land kan zijn gekomen. Als China echt zo graag wil meedraaien met de internationale wetenschap, zal het moeten accepteren dat daarbij meer openheid hoort, schrijft hoofdredacteur Holden Thorp van vakblad Science. ‘China moet neutraal onderzoek van de data toestaan, zodat wetenschappers kunnen doen waartoe ze zijn opgeleid.’

Daardoorheen speelt een botsing van wereldbeelden, die ook in het Westen aanhangers en tegenstanders van de theorie scherp verdeelt. Wie een dierlijke oorsprong erkent, erkent impliciet dat we slordig omgaan met dieren en de natuur, en dat er een probleem is met de manier waarop we leven. Een laboratoriumvirus zou de bal terugrollen naar de vertrouwde, zwart-witte wereld van de geopolitiek: het superieure Westen tegenover het bedrieglijke, onkundige en gevaarlijke China. ‘Het is makkelijk om naar een land of lab te wijzen en te zeggen: jullie hebben het gedaan’, zegt Daszak. ‘Terwijl de waarheid waarschijnlijk is: we hebben dit allemaal gedaan.’

Of we de herkomst van sars-cov-2 ooit vinden? Snijder moet het nog zien. ‘Het natuurlijke reservoir van het ebolavirus, vermoedelijk een vleerhond, hebben we ook nog niet gevonden’, brengt hij in herinnering. ‘Misschien moeten we accepteren dat we ook van dit virus de oorsprong nooit zullen vinden.’

Vleermuizenviroloog Shi Zhengli (links) in haar laboratorium in Wuhan.  Beeld HH / AFP
Vleermuizenviroloog Shi Zhengli (links) in haar laboratorium in Wuhan.Beeld HH / AFP

Dode mijnwerkers, zieke laboranten?

Zeven aanwijzingen voor een labherkomst gewogen

Nu zelfs president Biden van zijn inlichtingendiensten wil weten of het coronavirus soms is ontsnapt uit een laboratorium, regent het plots media-artikelen over de vermeende afkomst van het virus, het een nog broeieriger dan het andere. Maar wat zijn er eigenlijk voor aanwijzingen, en wat is nog onbekend? De zeven belangrijkste hints langs de meetlat.

1| Drie labmedewerkers werden in november opgenomen met corona-achtige ziekte

Dat zou volgens The Wall Street Journal blijken uit geheime documenten in handen van het Amerikaanse ministerie. Informatie van ‘uitzonderlijke kwaliteit’, volgens de bron die de informatie toespeelde. De medewerkers zouden symptomen hebben gehad ‘consistent met zowel covid-19 als gewone seizoensziekte’.

Maar het instituut zegt dat het niet klopt, en het verhaal heeft iets onlogisch: jongere mensen belanden immers zelden met corona in het ziekenhuis. De WHO-missie vond in elk geval geen bewijs voor zieke labmedewerkers. ‘Er waren die herfst wel enkele zieken. Maar als je dan doorvraagt, blijkt bijvoorbeeld: die persoon had de weken daarvoor niet in het lab gewerkt’, zegt Koopmans. Ook vond men bij routinecontroles in het bloed van de medewerkers geen antistoffen tegen sars-cov-2.

2| Shi werkte met een nauw verwant virus en probeerde dat te verhullen

In februari 2020 meldde vleermuizenviroloog Shi Zhengli van het Wuhan Instituut van Virologie in Nature dat ze een nauw aan sars-cov-2 verwant virus had gevonden: een virus genaamd ‘RaTG13’. ‘Maar het meest schrikbarende stukje informatie is dat, in plaats van het virus te ‘vinden’ in haar vriezers, ze toen al sinds minstens 2016 met dit virus werkte’, aldus wetenschapsjournalist Donald McNeil in een stuk over de labtheorie. ‘Alleen onder een andere naam, RaBtCoV/4991.’

Maar die naamswijziging is gewoon het gevolg van een vrij onschuldige verandering in het systeem van naamgeving van alle virussen, blijkt bij naspeuring. En uit niets blijkt dat Shi ‘met dit virus werkte’. Het onderzoeksartikel waarnaar McNeil verwijst, beschrijft hoe men geen levend virus, maar de genetische code van RaTG13 uit vleermuizenpoep isoleerde.

3| In de mijn waar Shi het virus RaTG13 vond, zijn mensen aan longontsteking overleden

Inderdaad werden rond de Zuid-Chinese Mojiang-mijn in april 2012 zes mijnwerkers ziek nadat ze een ongeveer één meter dikke laag vleermuizenpoep hadden weggeschept. Drie van hen overleden. Volgens een Chinese scriptie, die in vertaling rondgaat op internet, waren de zes besmet met een onbekend sarsachtig virus. Dit was in de mijn waar Shi een jaar later het virus RaTG13 zou ontdekken, een virus dat voor 96 procent overeenkomt met sars-cov-2.

Onzeker is of de mijnwerkers echt wel aan een virale aandoening zijn overleden. De in de scriptie beschreven test was gebrekkig, zegt Koopmans, en diverse tests van de monsters (waaronder een hertest, op sars-cov-2) leverden niets op. Dat duidt eerder op een schimmelinfectie, aldus Shi. Bovendien zegt het voorval niets over de uitbraak van sars-cov-2, van zeven jaar later. RaTG13 verschilt immers nog altijd te zeer van het nieuwe coronavirus om er een voorloper van te kunnen zijn: de virussen zijn gescheiden door zo’n 20 tot 50 jaar evolutie, blijkt uit een Britse analyse.

4| Het laboratorium werkte in zeer onveilige omstandigheden

In een uitgebreid artikel over de laboratoriumtheorie verwijst wetenschapsjournalist Nicholas Wade naar een interview waarin Shi aangeeft dat ze coronavirussen onderzoekt in een zogeheten BSL-2 of BSL-3-lab. Dat zijn laboratoria zonder ‘maanpakken’, wat een ‘onacceptabel hoog risico van infectie van stafleden’ zou opleveren, aldus Wade.

In het interview waarnaar Wade verwijst staat echter ook dat het daarbij gaat om relatief ongevaarlijk werk, met laag-pathogene virussen. Los daarvan is het raar om te denken dat men in een lab dat niet van het vierde en hoogste veiligheidsniveau is, dus prompt besmet zou raken, vindt hoogleraar coronavirologie Eric Snijder (LUMC). ‘Ook in BSL-2 en BSL-3 kun je prima veilig werken, als het personeel goed is geïnstrueerd en getraind.’

Ter vergelijking: ook in Nederland onderzoekt men het coronavirus doorgaans in BSL-3-laboratoria, met zaken als speciale gezichtsafsluitende maskers en dierexperimenten die zijn afgesloten van de buitenwereld doordat ze in een speciale luchtdichte werkkast zitten. Volstrekt iets anders dus dan het ‘niet meer voorzorgsmaatregelen dan bij de tandarts’ of zelfs ‘de minimale veiligheidsomstandigheden’ die diverse media-artikelen ervan maken.

5| Shi probeerde coronavirussen op te voeren (‘gain of function’-onderzoek)

Sinds 2015 deed het Wuhan Instituut voor Virologie onderzoek naar ‘recombinante’ virussen: vleermuizenvirussen met aangepaste uitsteeksels eraan, om te onderzoeken welke kunnen binden aan de moleculaire ‘toegangspoort’ van menselijke cellen, de zogeheten ACE2-receptor. Vanaf 2016 werkte het instituut daarvoor met speciale muizen en civetkatten, voorzien van een menselijke ACE2-receptor.

Alleen gebruikte Shi een heel ander ‘basisvirus’ als startpunt van haar experimenten, blijkt uit haar wetenschappelijke publicaties, dat slechts verre overeenkomsten heeft met sars-cov-2. En het is de vraag of het allemaal wel zo gevaarlijk is als het klinkt, vindt Snijder. ‘De werkelijkheid is helaas nu eenmaal dat de meeste virussen die we aanpassen kreupel zijn, of helemaal niet in staat zich te vermenigvuldigen.’

Zelf antwoordde Shi afgelopen zomer op de vraag van wetenschapsblad Science of ze betrokken was bij enig nog ongepubliceerd ‘gain of function’-onderzoek met één woord: ‘Nee.’

6| Shi houdt nog eens acht sars-achtige vleermuisvirussen verborgen

Een ‘onthulling’ van het burgerjournalistieke platform Drastic, dat het internet afstruint op zoek naar informatie over het virus. De acht vleermuisvirussen waarom het gaat, staan kort vermeld in een van Shi’s technische artikelen.

Dat geeft al aan: zo geheimzinnig zijn de virussen niet, ze stonden immers gewoon in een vakblad. Onlangs publiceerde het Wuhan-instituut hun genetische codes in een virologische database. Het blijkt te gaan om virussen die sterk verschillen van het sars-cov-2-virus. De virussen zelf heeft men niet, alleen hun genetische informatie.

7| Virussen ontsnappen vaker uit het lab

Het gebeurt inderdaad vaker dat virussen wegglippen uit hoog beveiligde laboratoria, doorgaans door menselijke fouten. Zo ontsnapte het eerste sarsvirus, uit 2002, liefst zes keer uit een onderzoeksinstituut, waaronder vier keer uit hetzelfde laboratorium in Beijing.

Dat is alleen nog geen reden om aan te nemen dat zoiets ‘dus’ ook met het sars-cov-2 is gebeurd, alleen al omdat de veiligheidsregels tegenwoordig weer verder zijn dan 15 jaar geleden. Viroloog Marion Koopmans wijst op de recente ontdekking van het westnijlvirus in Utrecht: ‘Op 15 kilometer van het RIVM, dat aan westnijl werkt.’ Ze bedoelt maar: het gebeurt nu eenmaal weleens dat een nieuwe ziekte toevallig opduikt in de buurt van een onderzoeksinstituut.

Opvallend is dat de meeste besmettingen met het virus plaatsvonden in de stadsdelen op de noordelijke oever van de Yangtzerivier, terwijl het virologisch instituut op de zuidelijke oever staat, in een ander stadsdistrict. De stadsdelen van het instituut werden juist relatief mild getroffen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden