Kampioenen, maar niet voor de Spelen

Drie wereldtitels in drie weken: dat overkomt de Nederlandse sport niet vaak. Toch is het succes van de honkballers, de bridgers en de korfballers geen reden tot optimisme over de olympische kansen van Nederland in 2012. De drie sporten hebben geen olympische status.


De prestaties in de olympische sporten staan in schril contrast met het recente succes van de honkballers, bridgers en korfballers. Nu de belangrijkste toernooien van 2011 bijna achter de rug zijn, blijken kampioenen in olympische sporten schaars. En dat terwijl het kabinet en sportkoepel NOC*NSF streven naar een plaats in de toptien van het landenklassement.


Het verleden heeft uitgewezen dat 96 procent van de Nederlandse medailles wordt gewonnen in acht sporten. Bij de Winterspelen is dat schaatsen. Bij de Zomerspelen zijn dat (baan)wielrennen, roeien, judo, zwemmen, paardensport, hockey en zeilen.


Voor een plek in de toptien zijn tussen zeven en elf gouden medailles nodig: het exacte resultaat hangt af van de prestaties van andere landen. Dat aantal werd dit jaar bij WK's en EK's (in sporten die dit jaar geen WK hadden) niet gehaald: viermaal goud was de magere score.


Bij WK's was de 4x100 meter zwemmen het enige goud op een olympisch onderdeel. Roeien, judo en wielrennen leverden niets op. Alleen bij het WK zeilen, volgende maand in Australië, kan er nog een of twee keer goud bijkomen. Ook bij de EK's was het succes beperkt. In de dressuur werd tweemaal goud gewonnen. In het hockey veroverden de vrouwen de titel.


De slechte zomer is ook tot uiting gekomen in de voorspellingsmethodiek van cijferleverancier Infostrada. Begin september stond Nederland nog elfde in de ranglijst, één plaatsje verwijderd van de begeerde toptien. Inmiddels is het gezakt naar de veertiende plaats, achter landen als Kenia, Brazilië, Nieuw-Zeeland en Canada.


Als de Olympische Spelen nu werden gehouden, zou zesmaal goud volgens Infostrada het eindresultaat zijn. Dat is minder dan in 2008 (7) en 2000 (12), maar nog altijd meer dan in de andere naoorlogse edities. Nederland is volgens Infostrada vier gouden medailles verwijderd van de tiende plek. Maar als er volgend jaar in Londen slechts vijfmaal goud wordt veroverd, behoort ook de twintigste plaats tot de mogelijkheden.


Infostrada verwacht de zes winnaars in het wielrennen, zeilen (2x), paardendressuur (2x) en zwemmen.


Natuurlijk, een voorspelling is niet zaligmakend. Slechts twee van de zeven gouden medaillewinnaars van Peking (2008) veroverden het jaar daarvoor goud op een WK of EK: roeister Marit van Eupen en amazone Anky van Grunsven. De gouden prestaties in bijvoorbeeld het waterpolo en open water zwemmen kwamen als een totale verrassing.


Dat kan volgend jaar in Londen weer gebeuren. Maar er is een verschil. Op de medailleranglijst eindigde Nederland in Peking als twaalfde, buiten de toptien dus. Die toptien kan veel sportliefhebbers niet schelen, maar hij is op aandringen van sportkoepel NOC*NSF tot belangrijke doelstelling verheven. Er moet dus meer worden gewonnen dan in Peking. En geluk mag niet doorslaggevend zijn. Het beleid moet scoren.


Gemakkelijk is dat niet voor technisch directeur Maurits Hendriks van NOC*NSF. Medailles zijn te koop: er bestaat een duidelijke relatie tussen financiële investeringen in de sport en het medailleresultaat. Extra geld heeft NOC*NSF slechts beperkt weten los te weken bij overheid en bedrijfsleven. Ook het plan om meer geld te geven aan de zeven sporten die de meeste medailles opleveren, bleek minder makkelijk uit te voeren dan gedacht.


Naar buiten toe blijft Hendriks optimistisch. Waarom ook niet? Misschien wordt hij gered door een goldrush van wielrenster Vos, zwemsters Kromowidjojo en Heemskerk, judoka Grol, amazone Cornelissen, zeilsters Berkhout/Westerhof, turner Zonderland, boksster De Jong en de nationale hockey(st)ers. Zij kunnen de toptien binnen bereik brengen.


Maar als de financiële situatie na Londen niet flink verbetert, heeft Hendriks grofweg twee keuzes: de toptienambitie laten varen of veel meer geld steken in de succesvolste zeven sporten. De eerste optie zou vermoedelijk op weinig verzet stuiten, maar zijn voorkeur gaat uit naar de tweede optie.


Dat betekent dat een flink gevecht met tientallen sportbonden in het verschiet ligt. Want waarom zouden zij geld inleveren voor de kans op meer medailles in kleine sporten als judo, roeien, zeilen of dressuur? Wat schiet Nederland daarmee op? Een overtuigend antwoord op die vraag heeft NOC*NSF nog niet weten te geven.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden