Kampioenen komen en gaan

De wereldkampioenen stonden maanden na hun glorieuze zege weer in de schijnwerpers. Bauke Muller werd geridderd in de orde van Oranje Nassau; hij was in 1993 (bij zijn eerste wereldtitel) al eens sporter van het jaar in Hoorn. Ricco van Prooijen kreeg de prijs 'Sporttopper van de Haarlemmermeer'. Sjoert Brink ontving de Faas Wilkes-prijs, maar hij moest voorrang verlenen aan een honkballer als sportman van Rotterdam. En Simon de Wijs reageerde teleurgesteld dat hij bij de verkiezing van de sportman van de Utrechtse Heuvelrug tweede werd.


Bridgekampioenen komen en gaan. Afgelopen weekeinde ging de nationale vrouwentop aan de slag in het NK-paren. Lang voerden Bep Vriend en Carla Arnolds de ranglijst aan, op weg naar een zesde titel. Vriend won met andere partners nog zeven keer.


Het zou een mooi afscheidscadeau zijn geweest voor dit formidabele paar, met een waslijst aan medailles (onder meer goud bij het WK 1994 en EK 2011). Outsiders Rosalind Hengeveld en Mieneke Vliegenhart gooiden roet in het eten door met een machtige eindsprint alle vrouwen het nakijken te geven.


Arnolds-Vriend kregen het in diagram 1 zwaar te verduren, waarbij de tegenpartij een kans voor open doel miste.


Zie diagram 1


westnoordoostzuid


---1¿


3¿3SA4¿4SA


pas6¿paspas


pas---


Zuid, Vriend, besefte dat de ruitenkleur bij het tegenspel van 4¿ vrijwel zonder waarde zou zijn. Dat was inderdaad het geval. Meer dan ¿A, ¿H, ¿H en ¿H maken noord-zuid niet tegen 4¿, een erg voordelig redbod tegen de kwetsbare manche van noord-zuid. Het 4SA-bod van zuid was een poging tot eindcontract. Noord, Arnolds, had inmiddels veel informatie. 4SA toonde beslist een zes of zevenkaart ruiten. Met de goede controles in ¿, ¿ en ¿ van noord was de sprong naar 6¿ een logische zet.


Nu is 6¿ een mager contract. Met nauwelijks een maakkans. ¿A moet in elk geval in west zitten en dan nog heeft de leider pas elf slagen. Na bijvoorbeeld ¿V uit voor ¿A, trekt de leider de uitstaande troef en speelt klaveren uit zuid. Een grappige figuur. Duikt west ¿A dan verdwijnt de andere klaveren van zuid op ¿H. Wint west ¿A en speelt schoppen na, dan gooit de leider op ¿H een harten uit zuid af. Daarna ¿H en een klaveren getroefd. ¿VB vallen bij oost en op ¿10 in noord verdwijnt de laatste harten verliezer van zuid.


De kans van oost-west? Een hartenuitkomst legt de downslag tegen 6¿ vast. Dat kon oost bewerkstelligen door na 3SA geen 4¿ maar 4¿ te bieden.


De vier-vier fit levert een extra slag op. Veel paren in het NK-vrouwen wensten in diagram 2 nooit van die regel te hebben gehoord.


Zie diagram 2


westnoordoostzuid


2¿paspas2SA


pas3SApaspas


pas---


Op zeven tafels onderzochten en vonden noord-zuid de vier-vier fit in ¿ en eindigde het bieden in 4¿, dat roemloos één of twee down hobbelde. Op één tafel vond noord de ¿B102 aanleiding om zonder Stayman naar 3SA te verhogen; een slag minder dan 4¿. West kwam tegen 3SA uit met een kleine harten: ¿B, ¿H en ¿A. De leider speelde ¿H, ¿A en sneed ¿B eruit. Dan ¿H, en een klaveren gedoken voor ¿B in west, de veilige hand. Vier schoppenslagen, *H*A en drie in klaveren. West kon niet verhinderen dat de leider met ¿10 (of ¿H) de negende slag maakte.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden