Kampioen ontvangen

Wij zijn zo zelfredzaam geworden dat ontvangen iets denigrerends heeft gekregen. Alles zelf kunnen staat voor een succesvol leven.

De sfeer in huis is anders. Er zijn gordijnen gemaakt voor in de echtelijke slaapkamer. In lichtblauw geruit flanel zijn een paar heren pyjama’s geknipt, die liggen te wachten tot mijn moeder ze in elkaar naait. Er is een nieuwe klerenkast gekomen van Leen Bakker. Mijn moeder zal voortaan in een andere kamer slapen, in een eenpersoons bed.

Ik kijk naar mijn zusje. Ze heeft bruine uitgroei van vijf centimeter. De rest van haar haar heeft een blonde zomerse kleur. Zo lang geleden is ze dus getrouwd. De laatste keer dat ik haar zag, merkte ik dat ze ongedurig was, weer was aangekomen en chagrijnig rondliep. Nu is ze flink en opgewekt. Hij komt. Voor mij sneller dan verwacht, voor mijn zusje gelukkig nog net op tijd om samen het jaar uit te luiden. Haar man, mijn zwager, zal over een paar dagen aankomen op vliegveld Düsseldorf.

Vleermuis

De opgewonden sfeer houden we nog intiem en delen het niet met anderen. Buurvrouw Fatma, die door buurtgenoten stiekem ‘de vleermuis’ wordt genoemd omdat ze op latere leeftijd ineens besloot een boerka te dragen, zit te zuchten op de bank. Ze heeft uitgebreid over haar dochters geklaagd, al haar ziektes met bijbehorende symptomen en gradaties van pijn zijn de revue gepasseerd, en nu zit ze te wachten op een reactie van de omstanders. Die komt er niet, eigenlijk heeft niemand geluisterd.

De televisie - er is een Turkse soap met een lachband eronder - vult de woonkamer. Mijn broertje Arif, die door de week in een woongroep woont, laat me zijn nieuwste cassettebandje zien. Een schaars geklede dame staat erop, met kwastjes op haar borsten en belletjes aan haar vingers. Mijn broertje is vooral gek op de oude Jan Smit toen die nog Jantje heette, en op buikdansmuziek.

Als vleermuis Fatma merkt dat ze echt geen aandacht krijgt, staat ze onder veel ach en wee op en gaat warm ingepakt in haar boerka de sneeuw in. Waar mijn moeder anderen zou proberen over te halen om vooral te blijven, zwaait ze haar sereen uit.

Vlucht

Terug in de woonkamer komt er een zelfgemaakte chocoladebananentaart op tafel. Moeder is jarig. Drieënzestig is ze geworden. Terwijl we van de taart eten, vertelt mijn moeder over hoe haar eigen ouders tijdens de Eerste Wereldoorlog als kinderen op de vlucht waren. Vanaf Georgië langs de Zwarte Zeekust naar het noordwesten van Turkije. Er zijn verhalen van muilezels, een huilende baby die stiekem door zijn moeder werd achtergelaten, een halve dag later toch weer werd teruggevonden en later is overleden. Aangekomen op een van de mooiste stukken van Turkije, langs de Zee van Marmara, hebben zij toen op hun beurt de daar aanwezige Grieken verjaagd. Als kind had ik die verhalen vaak gehoord en lopend langs de moskee in het dorp van mijn moeder, waar veel van de gevechten plaatsvonden, had ik me vaak de moorden voorgesteld.

Ik kijk om me heen en vraag me af hoe dit huis, mijn ouderlijk huis, zal veranderen als de man van mijn zusje er komt wonen. Het is vreemd waar een mens aan hecht. Ineens bedenk ik dat ik nooit meer vrijuit op de bank zal kunnen liggen als hij er is. Omdat ik dat te intiem zou vinden.

Zelfredzaamheid

Tegelijk heb ik moeite om blij te zijn voor mijn zusje. Ik ben blij voor haar, maar eigenlijk loop ik met al mijn zogenaamde intelligentie, zelfredzaamheid en omzichtigheid mijlen ver op haar achter. Waar ik met angst en beven de stappen in haar leven bekijk, heeft zij die niet alleen gezet, maar leeft ze die ook volop. Zonder een spoortje angst, vrij en blij, met het volste vertrouwen dat alles goedkomt.

Ik ben achter haar geheim gekomen. Geven is het woord voor dit seizoen. Geven moeten we. Onbaatzuchtig en gul. Iets overhebben voor een ander. Compassie voelen en saamhorigheid voeden. Geven zou je een goed gevoel geven. Je meer mens laten voelen. Maar als ik naar mijn zusje kijk, weet ik wat haar meer mens maakt: zij kan goed ontvangen. Geven is veilig. Je hoeft er niet open voor te zijn. Je kunt geven uit principe. Maar om te kunnen ontvangen, moet je openstaan.

Wij zijn zo zelfredzaam geworden dat ontvangen iets denigrerends heeft gekregen. Alles zelf kunnen staat voor een succesvol leven. Ontvangen vereist het loslaten van het principe van schuld, het loslaten van een economie die we met ons allen hebben opgezet. Het aloude: voor wat hoort wat. Zij kan dat. Zonder zich minder te voelen. Of schuldig. Juist daardoor staat ze in verbinding met anderen. Omdat ze hen toelaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden