Kamers Kersttips (4): 'Indie-muziek, gewoon lekker muziek maken met en voor je maten'

Welke muziek mag niet ontbreken onder de kerstboom? Kijk naar de lijsten met de beste indie-platen, aldus Gijsbert Kamer.

De radioshow van de Britse John Peel was legendarisch voor haar vernieuwende popmuziek. © ANP

Alle Britse muziekbladen met hun jaaroverzichten en -lijstjes liggen inmiddels in de schappen. Mojo, Uncut, Word, Wire en NME: het lijkt veel maar een jaar of vijftien geleden waren het er een stuk meer. Ik heb ze zoals gebruikelijk allemaal doorgelezen en de lijstjes gespeld, en ze vervolgens weer weggelegd. De gewoonte alle bladen te bewaren heb ik nooit gehad, en waar ik dat met jaarnummers wel deed, vermoed ik dat ik ze op twee na nu ook allemaal in januari met de kerstboom het huis uit doe.

The Wire bewaar ik omdat daar in hun top vijftig al gauw dertig namen prijken waarvan ik weinig tot nooit iets vernomen heb. Wie weet hebben ze vooruitziende blik en behoort James Ferraro volgend jaar tot een echt spraakmakende artiest en is zijn nieuwe plaat terecht door de meeste andere bladen over het hoofd gezien.

Ook Mojo ook, domweg omdat ik toen het eerste nummer begin jaren negentig verscheen, ik voornemens was dit blad nu eens wel te gaan bewaren, en ik ze nu alle 218 in mijn bezit heb. Ik sluit echter niet uit dat ik wegens ruimtegebrek alles behalve bijvoorbeeld de eerste 50 nummers de deur uit doe.

Met als 51ste Mojo de net verschenen Special Edition over The Smiths, The Stone Roses & The 100 Greatest British Indie Records Of All Time. Want dit is echt een prachttijdschrift dat het verdient om in de boekenkast naast bijvoorbeeld Simon Reynolds' Rip It Up And Start Again terecht te komen.

Gemakzucht
Nee, ik ga het hier niet nog een keer over The Smiths hebben. Ze worden in de Mojo met 46 pagina's uitvoerig belicht, en dat wordt mijns inziens een stuk interessanter gedaan dan in de 'speciale editie' die Uncut de grootste concurrent van Mojo, in samenwerking met NME vorige maand over The Smiths publiceerde. Een bundeling van oude artikelen en recensies, die op zichzelf de moeite waard zijn, maar waarom de auteursnamen er niet bij vermeld? Om maar eens wat te noemen.

Die gemakzucht ontbreekt aan de speciale Mojo, het blad geeft bovendien een uitvoerig beeld van de context waarin The Smiths destijds konden floreren. Hoewel 'floreren'? Zo groot waren ze in eigen land ook niet. Het bleef wat je noemt een grote 'indie' band, heel invloedrijk maar voor een betrekkelijk klein deel van de popconsument.

Leemte
Van onschatbaar belang voor de hele Britse indie- ofwel alternatieve popcultuur was John Peel. Mooi is het eerbetoon dat Wedding Presents David Gedge aan hem wijdt. Hij beschrijft hoe je als gretige muziekliefhebber zijn late avonduitzendingen niet mocht missen. Ook wanneer Gedge met zijn eigen band op tournee was, zorgde hij ervoor dat Peels show werd opgenomen. Maar dat was al aan het eind van de jaren tachtig, toen de Wedding Present even werd geacht de leemte die The Smiths in 1987 hadden achter gelaten, op te vullen.

Dat lukte de Wedding Present ondanks een paar mooie platen geenszins. Maar het aardige is dat geen van de bands die in het blad voorbij komt ook maar in de buurt kwam van het niet eens zo heel grote Smiths-succes. Als de Britse indie muziek door iets gekenmerkt wordt dan is dat een gebrek aan commercieel succes.

En het leuke is, dat ik dat als liefhebber niet erg vond, en de bands zelf ook niet. Mijn lievelingsbands hadden allemaal een houding van 'We zijn voor een dubbeltje geboren, maar we willen helemaal geen kwartje worden'. Er had wel eens een band succes, zoals Orange Juice of Scritti Politti. Of later Primal Scream, maar de generatie C-86, vernoemd naar een cassette uitgebracht door de NME met indie-bands uit de lichting 1986 betekende geen enkele bedreiging voor de mainstream.

Gewoon lekker muziek maken met en voor je maten. Dat was het. Kwam er eens zo'n bandje naar Nederland dan zag je er altijd dezelfde mensen, concerten waren nooit uitverkocht en goedkoop. Met een uitkering of studiebeurs kon je makkelijk eens per week naar Paradiso.

Goed, even terug naar het begin. Indierock komt eigenlijk voort uit de punk, of liever gezegd postpunk. In Schotland kwamen begin jaren tachtig gitaarbands als Orange Juice en Aztec Camera op, in Engeland Echo & The Bunnymen, Joy Division en The Fall.

Indie betekende toen nog echt 'independent' de muziek die door veel indie-bands gemaakt werd heette toen gewoon new wave, maar daar hadden indiebands geen alleenrecht op. Echo & The Bunnymen en Orange Juice kwamen hier trouwens gewoon uit bij 'majors'.

Onzin
De pop weekly's en de radioshows van John Peel dat waren de belangrijkste informatiebronnen. Werd je door hun opgepikt dan zat alles goed. Wat er buiten hen om gebeurde, dat was allemaal onzin. En zo was het ook in Nederland, in die tijd. Je las Muziekkrant OOR en het nooit echt gezaghebbend geworden Vinyl en je luisterde naar de KRO, VARA en VPRO. Wat zij niet draaiden, bestond niet of daar keek je op neer.

Een prachtig beeld van welke muziek eigenlijk aan de basis stond voor de indie-cultuur geeft de onlangs verschenen dubbel-cd Movement - Peel Radio 1 Sessions 1977-1979. Een voorbeeldig samengestelde compilatie nummers opgenomen voor Peels radioshow in de voor postpunk cruciale vormingsjaren. Dit is echt het album dat je gehoord moet hebben voordat je aan de Mojo- special begint (waarin een aantal op Movement voorkomende sessies apart belicht wordt).Buzzcocks, Stranglers, Siouxsie, Only Ones, Magazine, Monochrome Set (!!) en een prachtige vroege UB40 doen me dagelijks naar deze release teruggrijpen. Zonder al deze bands, geen '132 pages of indie rock genius'.

Lurven
Wie zo beslagen ten ijs treedt kan vervolgens de lijst met honderd belangwekkende indie-platen ter hand nemen, daar staat ook werkelijk alleen maar muziek in die veel voor mij betekend heeft.

Britse indie rock zou me na The Smiths nog een paar keer bij de lurven grijpen en meer succes hebben dan halverwege de jaren tachtig. In 1989 met de Stone Roses en de Happy Mondays, in 1994 met Oasis en in 2006 met de Arctic Monkeys. Ook deze bands komen in het prachtblad voorbij, maar het is vooral het tijdperk van de jaren tachtig dat hier zo mooi belicht wordt.

O, en wie er naast de Mojo Special en de Peel Sessions dubbel-cd maar geen genoeg van kan krijgen: zeer aanbevelenswaardig is ook de dit jaar verschenen documentaire Upside Down: The Creation Records Story, waarin het verhaal over een van de beroemdste indie-labels Creation, en hun illustere opperhoofd Alan McGee verteld wordt.

Ik vind het materiaal van en over al die bands die het net niet gehaald hebben (Ride, Boo Radleys, TV Personalities en Felt) eigenlijk interessanter dan dat over Oasis. En dat is het leuke van al deze uitgaven, dat je weer wordt gewezen op de pracht van de muziek die niet tot de canon is doorgedrongen, maar toch veel betekent. Nog altijd.

Gijsbert Kamer
is muziekjournalist van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden