Kamernood student tast onderwijs aan

Inzet van de koppelingswet tegen illegaal kamerverhuur is pas gerechtvaardigd als de overheid initiatieven neemt om de kamernood onder studenten aan te pakken, vinden Linda van Beek en Erik van Buiten....

De overheid heeft de jacht geopend op studenten die illegaal een kamer huren. De koppelingswet maakt het mogelijk om het door een student bij de Informatie Beheer Groep (IB-Groep) opgegeven woonadres te controleren in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). Wanneer de adressen niet met elkaar overeenkomen, dan vordert IBG het te hoog uitgekeerde bedrag aan studiefinanciering terug. Studenten worden dan geacht al die tijd thuis gewoond te hebben, en ontvangen dan de lagere beurs voor thuiswonenden en moeten het geld van de afgelopen maanden terugbetalen. Dit risico lopen veel studenten.

Op het eerste gezicht is met de aanpak illegale praktijken niks mis. Toch blijft de vraag waar die illegale kamerhuur vandaan komt. Verzaakt de overheid zijn plichten jegens jongeren en studenten niet zo ernstig dat zij voor dat verschijnsel medeverantwoordelijk is? Woningbouwverenigingen bouwen niet meer voor studenten. Particuliere kamerverhuur is door allerlei voorschriften nauwelijks rendabel. Er verdwijnen studentenkamers, terwijl er meer bij moeten komen. Wij menen dat studenten niets liever doen dan legaal wonen. Maar wat als dat niet mogelijk is?

Het rechtsbureau van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) krijgt wekelijks vele klachten binnen over illegale kamerhuur. De verhalen van de studenten zijn bekend. De kamernood is ook afgelopen jaar alleen maar groter geworden. Niet alleen hebben de wachtlijsten, met wachttijden die de gehele studietermijn bestrijken (drie à vier jaar), in Amsterdam en Utrecht hun maximum bereikt. Maar ook studentensteden als Nijmegen, Tilburg en Eindhoven kampen structureel met kamernood.

Dat dwingt studenten tot andere maatregelen. Vrienden gaan voor een jaar naar het buitenland en geven hun kamer in onderhuur. Omdat deze vriend zelf ook nog ingeschreven staat in de betreffende gemeente, kan degene die voor een jaar de kamer overneemt, zich niet inschrijven bij deze gemeente. Soms helpen kennissen een student aan een kamer. De huisbaas is betrouwbaar, het huis ziet er netjes uit, maar de huisbaas verbiedt de student zich in te laten schrijven bij de gemeente. Deze particuliere kamerverhuurders vrezen te worden gekort op een uitkering of een subsidie. De voorbeelden zijn legio.

Staatssecretaris Nijs wil studenten nog tot eind maart de tijd geven om zich correct in te schrijven bij de gemeente waar zij wonen. Dat lijkt soepel, maar is de kamernood dan opeens opgelost? De kamernood zal nog groter worden. Ruim 1600 eerstejaarsstudenten komen per direct in de problemen door deze koppelingswet. Deze studenten willen zich wel op het juiste adres inschrijven, maar kunnen of mogen dat niet. De gevolgen hiervan mogen niet bij de student worden gelegd. Het kabinet is medeverantwoordelijk voor de enorme wachtlijsten voor jongerenhuisvesting.

Het probleem is al jaren bekend, maar wordt genegeerd. Die studenten ritselen immers wel wat. Nu dat ritselen niet meer mogelijk is, komt de verantwoordelijkheid van de overheid weer in zicht. Wat doet Nijs aan de kamernood? Een evenwichtig beleid heeft aandacht voor de oorzaken van illegale kamerhuur. Geloofwaardig zou zijn dat deze regering een combinatie voorstelt van het bestrijden van kamernood en het aanpakken van fraude.

Vanuit de oppositie in de Tweede Kamer wordt gepleit voor een nationaal noodplan voor studentenhuisvesting. GroenLinks en D66 willen bijvoorbeeld leegstaande kantoren laten ombouwen voor studenten. Wij zouden dat graag zien, maar die woningen zijn in maart 2003 natuurlijk nog niet klaar. Het straffen van illegaal wonende studenten zou dus pas rechtvaardig zijn, als de kamernood is teruggedrongen.

Ook universiteiten zouden de kamernood serieus moeten nemen. De vereniging van universiteiten, VSNU, wil niets met het probleem te maken hebben. Overleg met studenten wordt consequent geweigerd. Dat is vreemd, de kamernood raakt volgens ons de kwaliteit van het onderwijs. Als de aanpak van Nijs doorgezet wordt, zullen studenten vaker thuis moeten blijven wonen.

De gevolgen zijn voorspelbaar: studenten missen colleges omdat de treinen niet rijden of ze slaan vaker een college over vanwege de lange reistijd. Scholieren zullen in hun studiekeuze de reisduur of beschikbaarheid van kamers zwaarder laten meewegen. Interesse voor een hoogwaardige opleiding is dan minder belangrijk. Een goede universiteit zorgt er dan ook voor dat er voldoende woonruimte is voor studenten. De toekomst van de universiteiten zelf is daar mede van afhankelijk.

Daarom is een echte aanpak van de kamernood geboden. De rijksoverheid moet met de studentensteden, universiteiten en studentenorganisaties overleg plegen over gewenste maatregelen en de coördinatie van een noodplan op zich nemen. Pas als de eerste resultaten zichtbaar worden, zou het straffen van illegale kamerhuur gerechtvaardigd zijn. Zolang alle betrokkenen de kamernood niet willen aanpakken, is het handhaven van de koppelingswet voor studenten onverantwoord.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden