AchtergrondOnderzoek naar financiering moskeeën

Kamercommissie zoekt het geld achter conservatieve prediking moskeeën: een gevoelige klus

In een mini-enquête onderzoekt de Tweede Kamer de buitenlandse financiering van orthodox-islamitische moskeeën. Die zou gelovigen ertoe aanzetten zich af te keren van de samenleving. De komende weken moeten stichtingen onder ede openheid geven. Waarover precies is niet glashelder. 

Vrijdaggebed in de as-Soennahmoskee in Den Haag. As-Soennah is een van de stichtingen die de komende weken in de Tweede Kamer openheid van zaken moeten komen geven in de mini-enquête.Beeld Koen van Weel / ANP

De parlementaire ondervragingscommissie inzake ongewenste financiering, die maandag aan haar openbare verhoren begint, stuitte al half januari op grote weerstand. In een rechtszaal in Den Haag zat imam Suhayb Salam, bestuurder van de Utrechtse alFitrahmoskee, met zijn armen over elkaar. Zijn advocaat had zojuist betoogd dat de imam onheus werd bejegend. Hij voelde zich gecriminaliseerd. En wel door de commissie die buitenlandse financiering van moskeeën onderzoekt.

‘Noem één misstand bij alFitrah die is bewezen’, zei de advocaat. ‘Noem één naam van een extremist die zegt: ik heb bij alFitrah geleerd om extremist te zijn. Misschien hebben ze geleerd om vrouwen geen hand te geven. Maar dat mag in Nederland. Dit onderzoek is een fishing expedition. De overheid laat zich meeslepen in de waan van de dag.’

Golfstaten

De Tweede Kamer wil in een mini-enquête opheldering krijgen over buitenlandse inmenging in islamitische instellingen in Nederland. Aanleiding zijn publicaties in 2018 van Nieuwsuur en NRC, waaruit bleek dat zeker dertig islamitische organisaties in Nederland financiering hebben aangevraagd of ontvangen uit de Golfstaten.

Donderdag maakte commissievoorzitter Michel Rog (CDA) bekend dat het onderzoek maandag aftrapt met het in het openbaar horen van AIVD-directeur Dick Schoof. Later volgen gesprekken met vertegenwoordigers van moskeeën alFitrah uit Utrecht, As-Soennah uit Den Haag, de omstreden stichting Waqf uit Eindhoven en een vertegenwoordiger van Diyanet, het netwerk van Turkse moskeeën.

Gaat dit onderzoek opheldering bieden, of vooral tegenstellingen vergroten? Hoewel de commissie een aantal pressiemiddelen heeft – documenten kunnen worden gevorderd, weigerachtige getuigen door de politie opgehaald – lijkt medewerking van moskeevertegenwoordigers geen uitgemaakte zaak. Zo negeert alFitrah tot op heden een gerechtelijke dwangsom om documenten te verstrekken. De teller loopt sinds 1 februari, à 2.000 euro per dag.

Behalve bij de moskeeën zelf heeft de commissie, ter voorbereiding op de openbare verhoren, documenten opgevraagd bij banken en de ministeries van Financiën, Justitie en Sociale Zaken. De vraag waarom het ministerie van Buitenlandse Zaken of ambassades niet zijn betrokken in het onderzoek – het gaat immers om buitenlandse financiering – wilde Rog om onduidelijke redenen niet beantwoorden.

Openheid

Vier moskeegroepen, waaronder het Samenwerkingsverband Islamitische Organisaties Regio (Sior) Haaglanden, keerden zich deze week ook tegen de opzet van de mini-enquête. In een brandbrief aan Kamervoorzitter Khadija Arib roepen de belangengroepen op de ondervraging niet te beperken tot moskeeën. ‘Het – vanuit een negatieve veronderstelling – in de schijnwerpers zetten van één religie staat op gespannen voet met het non-discriminatiebeginsel’, staat in de brief.

‘Wij zijn voorstander van meer openheid bij moskeeën’, zegt woordvoerder Abdelhamid Bouzzit van Sior Haaglanden. ‘In de eerste plaats omdat moskeegangers zelf ook willen weten: wie financiert mijn moskee en welke invloed komt er met dat geld mee?’ Maar Bouzzit noemt het wrang dat andere religieuze instellingen nu buiten schot blijven. ‘Er zijn ook genoeg kerken en synagoges die vanuit het buitenland geld ontvangen. Waarom wordt daar niet naar gekeken?’

Wellicht omdat er juist over enkele moskeeën zorgelijke signalen zijn over anti-democratische en anti-westerse boodschappen die er worden verspreid, terwijl zulke specifieke voorbeelden er niet zijn vanuit christelijke of joodse hoek? ‘Die signalen zijn er niet omdat daar niet naar gezocht is’, zegt Bouzzit. ‘En dat heeft weer te maken op de manier waarop in de huidige samenleving naar moslims wordt gekeken. Vanuit een onderbuikgevoel.’

Salafistisch genoemd

Bouzzit is ook bestuurslid van het Islamitisch Centrum Imam Malik in Leiden. Dat werd in 2018 in een proefschrift van een Iraans-Nederlandse promovendus van de Universiteit van Tilburg bestempeld als een salafistische moskee. Tot verbazing van de moskee zelf, die zich beklaagde over die typering. Later moest de universiteit door het stof: de onderzoeker bleek fouten te hebben gemaakt en voor het stempel ‘salafistisch’ was bij het merendeel van de genoemde moskeeën geen wetenschappelijke onderbouwing. Het ontbrak om te beginnen al aan een duidelijke definitie van wat salafisme is.

Ook het werk van de parlementaire ondervragingscommissie loopt het risico vast te lopen in tamelijk ongrijpbare kwesties, waarbij het de vraag is in hoeverre misstanden kunnen worden hardgemaakt. Het doel is, zo staat in het onderzoeksvoorstel, ‘meer inzicht te krijgen in ongewenste beïnvloeding van maatschappelijke en religieuze organisaties in Nederland, zoals moskeeën, uit onvrije landen’. ‘Ongewenst’ is gedefinieerd als ‘gedrag dat beschouwd kan worden als een vorm van ondermijning van de democratische rechtsorde’. Maar wanneer is daarvan sprake? En wat is precies een ‘onvrij land’?

De term illustreert hoe de commissie heeft geworsteld met dit gevoelige thema. Door alleen de financiering uit ‘onvrije landen’ te onderzoeken, blijven internationale verbanden van bijvoorbeeld kerken buiten schot. De moeilijkheid daarbij is, zo bevestigt de commissie zelf, dat ‘er geen internationaal geaccepteerde definitie van het begrip ‘onvrije landen’ bestaat’.

‘Vage termen die niet worden afgebakend’, zegt moskeebestuurder Bouzzit over het onderzoek. ‘Wij hebben het idee dat hier een show wordt opgevoerd zodat men straks een stok heeft om de hond mee te slaan. Zodat men een reden heeft om straks te komen met wetten die specifiek op moskeeën zijn gericht.’

Wettelijke grenzen

Een van de instellingen die voor de commissie moet verschijnen, is de Haagse As-Soennah-moskee. As-Soennah kwam in Nieuwsuur en NRC in opspraak vanwege onder meer AIVD-informatie dat de moskee geld ontving uit Koeweit van een liefdadigheidsorganisatie die in verband wordt gebracht met terrorisme. Een aan die organisatie gelieerde imam zou in 2013 in Den Haag in een preek de gewapende strijd in Syrië hebben gelegitimeerd.

As-Soennah ontkende de connectie met die specifieke organisatie, maar wees er destijds ook op dat het niet verboden is geld te ontvangen uit het buitenland, al dan niet in ruil voor inhoudelijke invloed. Dat is ook waarin het ongemak in dit parlementaire onderzoek schuilt: de Tweede Kamer mag deze conservatieve inmenging niet op prijs stellen, vooralsnog is niet gebleken dat wettelijke grenzen zijn overschreden. Principes van vrijheid en gelijkheid kunnen in Nederland worden gebruikt om onvrijheid en ongelijkheid te prediken.

Onder ede

Voordat kan worden nagedacht over oplossingen voor dat dilemma, wil de commissie nu eerst de feiten onderzoeken. ‘We doen aan waarheidsvinding’, beloofde Rog donderdag. Door de wettelijke mogelijkheid documenten dwingend op te vragen en mensen onder ede te horen, zou de mist die er al jaren rond dit onderwerp hangt, moeten optrekken. 

Maar iedere misstap in het proces zal door de getuigen worden uitgelegd als vooringenomenheid. Zoals de advocaat van de alFitrah moskee in de rechtbank al opmerkte: ‘De onderzoeksvraag is welke beïnvloeding er plaatsvindt uit onvrije landen. Niet of er überhaupt sprake is van beïnvloeding. Daarmee is het onderzoek al besmet voor het is begonnen.’

Over het onderzoek

Het is de tweede keer dat de Tweede Kamer via een parlementaire ondervraging – ook wel mini-enquête - zicht probeert te krijgen op een verondersteld maatschappelijk probleem. Het relatief nieuwe politieke instrument werd bedacht om mensen onder ede te kunnen horen zonder alle tijdrovende formaliteiten die horen bij een parlementaire enquête. Verder zijn er veel overeenkomsten: getuigen kunnen door de rechter worden gedwongen medewerking te verlenen. Meineed en ‘blijvende weigerachtigheid’ zijn strafbaar.

Het eerste onderzoek in deze vorm, in 2017, was naar aanleiding van de Panama Papers, waarin internationale belastingconstructies werden blootgelegd die vaak via Nederland liepen. De mini-enquête was nodig omdat een aantal belastingadviseurs en trustkantoren weigerde vrijwillig naar de Kamer te komen.

‘De sector is behoorlijk gesloten en het is niet eenvoudig op basis van openbare informatie inzicht te krijgen in zaken als beweegredenen, werkwijze en integriteit’, schreef de onderzoekscommissie in haar verslag. ‘De parlementaire ondervraging biedt bij uitstek mogelijkheden om direct betrokkenen vanuit de sector over eigen ervaringen, eigen handelen en eigen verantwoordelijkheid te bevragen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden