Kamer wikt en weegt al vijf jaar over nieuw kiesstelsel

Om de afstand tussen de kiezer en gekozene te verstevigen, moet het kiesstelsel worden veranderd. Daar zijn alle politieke partijen het over eens....

De vroegere staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, J. Kohnstamm, kan er nog boos om worden. De PvdA roept buiten de Tweede Kamer wel steeds dat er een ander kiesstelsel moet komen. Maar als het in de Kamer op beslissen aankomt, zoals dat gebeurde in 1996, laten ze hem en zijn partij, D66, 'als een baksteen vallen'.

De discussie over het kiesstelsel werd woensdag nieuw leven in geblazen door de PvdA. Partijvoorzitter Ruud Koole pleitte in een interview met de Volkskrant voor een stelsel naar Duits voorbeeld.

Dezelfde dag waarschuwde een prominente partijgenoot van hem, minister K. de Vries van Binnenlandse Zaken, dat het zo niet langer kan met de politieke partijen. De kiezer herkent zich er niet langer meer in. De Vries verdedigde de primary's (voorverkiezingen) naar Amerikaans voorbeeld. Kiezers in de regio bepalen in dat geval zelf wie van hun partij op de kandidatenlijst voor de verkiezingen komt.

Kooles voorkeur gaat uit naar het Duitse model. De helft van de Bondsdag wordt gekozen via het districtenstelsel. Daarbij dringt alleen de populairste kandidaat in een district door tot het parlement.

De andere helft wordt gekozen via het (ook in Nederland bestaande) stelsel van evenredige vertegenwoordiging, waardoor ook kleinere partijen als bijvoorbeeld de FDP en de Groenen een kans maken.

In Nederland wordt al sinds de Tweede Wereldoorlog nagedacht over een nieuw kiesstelsel. Met het aantreden van het eerste Paarse kabinet in 1994 leek er schot in te komen. D66'er Kohnstamm presenteerde in 1996 een voorzichtige versie van het Duitse model. Maar PvdA en CDA, die er aanvankelijk wel sympathie voor konden opbrengen, haakten af en D66 stond alleen.

In Kohnstamms plan kwamen de kleine partijen er beter van af dan in Duitsland. Hij wilde Nederland opdelen in vijf districten. Per district zouden vijftien Kamerleden worden gekozen, samen de helft van de 150 zetels in de Tweede Kamer. Op die manier zou de band verstevigd kunnen worden tussen kiezers en parlementsleden, terwijl de kleine partijen ook in de districten nog kansrijk waren.

Na de roemloze ondergang van het plan verzandde de discussie. Eind 1999 presenteerde de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken Peper (PvdA) nog wel een hele reeks varianten voor een nieuw kiesstelsel. Maar daar bleef het ook bij.

Inmiddels duikt het Duitse model, dat verdween uit het PvdA-verkiezingsprogram, weer op in het nieuwe verkiezingsprogram van het CDA.

PvdA en CDA zeggen nog steeds wat voor zo'n nieuw kiesstelsel te voelen. 'Maar in het plan van Kohnstamm waren de districten veel te groot', zegt PvdA-Kamerlid Rehwinkel. 'In een district dat Groningen tot en met Overijssel beslaat, kun je niet spreken van een band tussen de kiezers. Als we het doen, moeten we het ook wel goed doen.'

CDA-Kamerlid Van der Hoeven deelt dit bezwaar. Zij denkt eerder aan vijftien districten, met elk vijf vertegenwoordigers. Beide partijen worden echter gekweld door de vrees dat in de districtenvariant vrouwen en minderheden er bekaaid af zullen komen.

'Dat is toch een grote verworvenheid van het huidige systeem', zegt Van der Hoeven. 'Partijen zorgen er nu voor dat er meer vrouwen en allochtonen op de kandidatenlijst komen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden