Kamer moet een collectief zijn

KAMERDEBAT - 'Vol op het orgel' zou Wilders gaan, voorspelde oud-minister Klink een jaar geleden, en de coalitiepartners zouden de wanklanken met een rood hoofd moeten aanhoren. De Algemene Beschouwingen van deze week bewezen Klinks profetische gave. Rood aangelopen of lijkbleek zochten de andere fracties moeizaam naar een geschikt timbre om de PVV-leider van repliek te dienen. De weinig verheffende toonoefeningen trokken alle aandacht, maar ondertussen slaagde de Kamer er op geen enkel moment in te komen tot een effectief oppositioneel geluid tegen het kabinet. De enige die ongeschonden uit het debat kwam, was de Miljoenennota.


Meer dan aan de woorden van Klink, deed het debat van deze week denken aan die van Den Uyl. Eind jaren zestig drong Nieuw Links bij de PvdA-leider aan op een assertievere stijl van debatteren. Naar het oordeel van de vernieuwingsbeweging was het allemaal te mak, te lam, te gouvernementeel.


Nu wilde Den Uyl best scherp oppositievoeren, maar nooit ten koste van de inhoud van het debat. 'Boe roepen, weglopen tijdens het debat', dat vond Den Uyl niet alleen een kwestie van slechte stijl, hij was er ook 'van overtuigd dat een democratische partij alles moet vermijden wat de Kamer in diskrediet kan brengen. Ik geloof niet dat boe roepen tot versterking van de oppositie bijdraagt'.


Ten minste twee elementen uit Den Uyls zienswijze ontbreken bij de huidige generatie parlementariërs. Er bestaat bij de meesten geen werkelijke overtuiging dat men moet vermijden de Kamer in diskrediet te brengen, en evenmin dat er winst valt te behalen uit een gezamenlijk streven naar een sterker parlement.


Vooral dit laatste is fundamenteel. De opnieuw opgelaaide discussie over de toon van het debat verhult dat de Kamer op geen enkele wijze een collectief meer is. Maar weinig Kamerleden beseffen dat het resultaat van hun werk uiteindelijk meer is dan de som der delen. Steeds meer parlementariërs geven in hun optreden het partijpolitieke eigenbelang stelselmatig voorrang boven hun constitutionele taak: een sterk controlerend orgaan vormen tegenover de uitvoerende macht.


Het ontbreekt hun klaarblijkelijk aan de overtuiging dat de kracht van het individuele Kamerlid ook afhangt van de kracht van een sterk gezamenlijk optreden. Of zoals politiek filosoof Ankersmit het onlangs treffend omschreef: het parlement mist een esprit de corps. Fracties hebben hun partijpolitiek bepaalde zelfbeschikking het laatste decennium tot hoogste norm verheven en de effectiviteit van het instituut hieraan regelmatig ondergeschikt gemaakt. Coalitie, oppositie en gedoogpartners spelen elk hun eigen spel, met eigen voorspelbare strategieën en strijdmiddelen. De stekkerdoosactie van GroenLinks-fractievoorzitter Sap was hiervan een treurige illustratie.


Juist omdat het parlement een plaats is waar de meest uiteenlopende opvattingen tegenover elkaar staan, is een zekere aanvaarding van gezamenlijke parlementaire en staatkundige waarden en normen nodig. Wanneer de Tweede Kamer haar zelfstandige positie volledig ondergraaft door monisme en door onderling gekrakeel haar aanzien schaadt, zal haar invloed alleen maar verder afnemen.


Kamervoorzitter Verbeet gaf tijdens het proces van parlementaire zelfreflectie (2010) een voorzet door de noodzaak van een tweede loyaliteit te benadrukken: het besef bij Kamerleden dat ze behalve hun eigen partij ook de parlementaire democratie dienen. Om die loyaliteit te bevestigen, zal de Tweede Kamer zich opnieuw rekenschap moeten geven van haar gemeenschappelijke spelregels. Niet alleen omwille van de wellevendheid, maar ook om zich niet volledig uit te leveren aan een kabinet en haar gedoogpartners. Onder het motto: iedere partij voor zich, maar het parlement voor ons allen.


De meeste Tweede Kamerleden zijn er niet van overtuigd dat zij gezamenlijk naar een sterker parlement moeten streven.


Carla Hoetink is politiek historicus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.