Kamer kan maar niet beslissen over zelf benoemen (in)formateur

DEN HAAG - Het is nog altijd niet zeker dat de politieke partijen in Tweede Kamer na de volgende verkiezingen zelf het initiatief nemen in de kabinetsformatie, in plaats van dat zij zich bij de koningin vervoegen. 'Een evergreen', noemde Kamervoorzitter Gerdi Verbeet het onderwerp woensdag bij aanvang van het zoveelste Kamerdebat hierover, dit maal op initiatief van D66.


Grootste verrassing deze keer was dat nu de SP twijfelt. Niet aan een openbaar debat na verkiezingen, wel aan het dwingend vastleggen dat de Kamer dan ook de (in)formateur aanwijst. 'Ik sta in dubio', zei SP-Kamerlid Ronald van Raak. 'Waarom zou er in de gereedschapskist slechts één instrument mogen zitten?'


Dat was een tegenslag voor de initiatiefnemers van D66, die daarmee de veronderstelde steun van 15 SP-zetels zagen wankelen. PvdA, PVV, GroenLinks en uiteraard D66 zijn voor, wat 74 zetels oplevert. Doorgaans stemt de Partij voor de Dieren in deze onderwerpen mee, wat tot een nipte meerderheid van 76 zetels zou leiden. Maar de partij ontbrak in het debat, dat op een later moment wordt voortgezet.


De D66-Kamerleden Gerard Schouw en Boris van der Ham willen het Reglement van Orde van de Tweede Kamer zo wijzigen dat na de verkiezingen een debat moet plaatsvinden over de uitslag en dat de Kamer daarin zelf een (in)formateur aanwijst. Zij hebben daarvoor drie argumenten: de Kamer houdt het formatieproces in eigen hand, dat vergroot de transparantie van het proces en het staatshoofd blijft overal buiten, waardoor er geen ongewenste discussie komt over een veronderstelde politieke rol van de koningin.


Sinds 2010 is met een zogeheten 'kan-bepaling' al vastgelegd dat de Kamer deze route 'kan' volgen, alleen is er na de vorige verkiezingen toch weer van afgezien. En al sinds de historische motie-Kolfschoten uit 1971 is het mogelijk dat de Kamer over de verkiezingsuitslag debatteert en een voordracht voor de formateur doet. Maar toen er in dat jaar ook daadwerkelijk werd gedebatteerd, bleek het niet mogelijk tot een meerderheidsadvies te komen.


Verklaarde tegenstanders zijn VVD, CDA, CU en SGP (samen goed voor 59 zetels). In scherpe bewoordingen hekelden zij het 'niet-liberale gehalte' van het 'dwingende voorstel' van de sociaal-liberalen, zoals CU-Kamerlid Arie Slob het formuleerde. SGP'er Kees van der Staaij sprak van 'een betuttelend voorstel'.


Voorstander Pierre Heijnen (PvdA) stelde vast dat de kan-bepaling niet heeft gewerkt. 'Zij is een wassen neus gebleken.' Ineke van Gent (GroenLinks): 'Kan moet een moetje worden.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden