Kalfskop, bier en atoomkracht

In het buitenland heeft president Chirac nogal wat verontwaardiging los gemaakt met zijn aankondiging dat Frankrijk de kernproeven hervat. Daar tegenover staat de oorverdovende binnenlandse stilte....

Uit de badcel komt een druipende man met verward haar tevoorschijn: 'Schat, waar is mijn elektrisch scheerapparaat?' Een vrouwenstem antwoordt: 'Je bedoelt je nucleaire scheerapparaat' Tijdens de wegebbende woordenwisseling van het kijvende paar - 'Hoezo nucleair? Elektrisch! Nee, nucleair' - verschijnt op het televisiescherm de afrondende slagzin: 'Tachtig procent van alle elektriciteit in Frankrijk wordt opgewekt in kerncentrales. Kernenergie: Schoon en veilig'

Uit de recente televisiespot van het Franse nationale energiebedrijf EDF-GDF blijkt eens te meer hoe makkelijk de Fransen met hun atoomkrachten omgaan. En hoe ze er zelfs behoorlijk trots op zijn. Trots is ook het trefwoord als het gaat om het Franse kernwapen, de force de frappe, waarmee De Gaulle het land in 1960 na de verloren eer in de oorlog symbolisch zijn onafhankelijkheid teruggaf ten opzichte van de rest van de wereld, maar vooral ten opzichte van de Verenigde Staten.

President Jacques Chirac besliste twee weken geleden in weerwil van het moratorium toch nog een achttal ondergrondse kernproeven te houden. En het Franse staatshoofd presenteerde in de puurste gaullistische traditie opnieuw die heilige onafhankelijkheid als het hoogste landsbelang.

Sommige Franse commentatoren herinnerden aan het sacrale karakter van de force de frappe en alle daarmee samenhangende beslissingen, die De Gaulles grondwet geheel in handen van het staatshoofd legt. Een ander noemde het kernwapen de 'totem' van Frankrijks Vijfde Republiek. Kortom, de presidentiële beslissing tot de hervatting van de kernproeven is eigenlijk van een hogere orde dan hetgeen waarover de doorsnee Fransman een oordeel kan of mag vellen.

Hoezeer de force de frappe tot de nationale eer behoort, bleek ook bij de recente machtsoverdracht van president Mitterrand aan zijn opvolger Chirac. Tijdens het onderhoud onder vier ogen van de twee staatslieden kreeg Chirac de strikt geheime code voor het in werking stellen van het atoomwapen overhandigd.

Een uur lang vulden de Franse televisienetten hun lamliggende rechtstreekse uitzending vanuit het Elysée-paleis met ronkende commentaren over Frankrijks eigen kernmacht. Trotse archiefbeelden passeerden van de paddestoelwolken bij vroegere Franse kernproeven, en documentaires over de atoomvrije bunker onder het Elysée waar het commandocentrum van de force de frappe zetelt. Er werden anekdotes verteld over de geheime code, die De Gaulle in zijn vestzakje bewaarde, Giscard d'Estaing in een kettinkje gegraveerd om zijn nek droeg, en die Mitterrand ooit haast in zijn jaszak naar de stomerij liet gaan.

'Over de noodzaak van een eigen Franse kernmacht bestaat al dertig tot veertig jaar lang een heel sterke nationale consensus, vooral dank zij een oppermachtige militair-nucleaire industriële lobby die eigenlijk geen enkel tegengas krijgt', zegt de Franse journalist François Schlosser van het linkse weekblad Le Nouvel Observateur. Hij noemt die consensus de belangrijkste verklaring voor de matte reactie in de publieke opinie en de Franse pers over het presidentiële besluit, dat in de rest van de wereld veel meer discussie heeft losgewoeld.

De brede nationale consensus over de force de frappe heeft volgens Schlosser ook een duidelijke invloed op de meningvorming over de kernproeven. Temeer omdat Chirac zich bij zijn besluit grotendeels heeft verscholen achter een technisch rapport van experts. Schlosser: 'Technisch kun je alles rechtvaardigen, als je maar de juiste experts verzamelt. In dit geval gaat het stuk voor stuk om experts die direct of indirect zijn verbonden aan de militair-nucleaire industrie.'

Het argument dat de proeven onmisbaar zijn voor de ontwikkeling van het hoogtechnologische simulatieprogramma van atoomontploffingen is niet doorslaggevend. Schlosser: 'Frankrijk had daarvoor ook de door de Amerikanen aangeboden technologische hulp kunnen aanvaarden. En het is heel goed mogelijk dat dat alsnog discreet gebeurt. Dat zou ook niet de eerste keer zijn. Bij de ontwikkeling van de waterstofbom had Frankrijk niet de voldoende capaciteit aan supersnelle computers. Die zijn toen door de Amerikanen ter beschikking gesteld, heel goed wetend dat dat voor de ontwikkeling van het kernwapen was.'

In zijn scherpe commentaar in Le nouvel obs onder de kop 'Het nucleaire hanengekraai van Chirac' verklaart Schlosser de hervatting van de kernproeven vooral als een revanche. De aan Chiracs gaullistische partij verwante militair-nucleaire lobby zou genoegdoening willen na het door de socialistische president Mitterrand in 1993 ingestelde moratorium. De Franse stap is dankbaar begroet bij de vergelijkbare pressiegroepen in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, en dreigt ook daar te leiden tot hervatting van de kernproeven.

Over het geheel genomen heeft de beslissing van Chirac om de kernproeven in de Stille Oceaan te hervatten relatief weinig reacties losgemaakt in Frankrijk. In de kranten stonden slechts enkele dagen discussiestukken. Vooral de negatieve gevolgen voor het diplomatieke aanzien van Frankrijk in de rest van de wereld werden benadrukt. In de rechtse weekbladen stonden uitgebreide reportages over het nut van de proeven. Ze zouden helpen om te komen tot simulatieprogramma's van kernontploffingen met sterke computers en megalaserkanonnen. De linkse weekbladen beperkten zich tot kleine kritische stukken.

Aan het milieu-aspect werd nauwelijks aandacht geschonken. Een protestmars van milieu-activisten in Parijs leverde een recorddeelmane op van enkele duizenden demonstranten. Maar de eerste de beste manifestatie van ontevreden bus- en metrobestuurders of slechtbetaalde ziekenverzorgers brengt al snel een veelvoud daarvan op straat.

Schlosser ziet een parallel tussen de lauwe publieke reactie op de kernproeven, en de berustende houding die veel Fransen koesteren tegenover de overheersende rol van de kernenergie in Frankrijk. Het uitgebreide kerncentraleprogramma kwam in Frankrijk in de jaren zeventig tot stand, enerzijds om de eigen energievoorziening - en in wezen de nationale onafhankelijkheid - te verzekeren na de oliecrisis, en anderzijds in de concurrentiestrijd met de Amerikanen over de export van kerncentrales.

Volgens Schlosser gaan de Fransen er vrijwel automatisch vanuit dat zowel het kernenergieprogramma als de atoomproeven niet gevaarlijk kunnen zijn omdat ze van hogerhand, van het centrale gezag afkomstig zijn. De al eeuwen centralistisch geregeerde Fransen hebben een vrijwel blindelings vertrouwen in de hoge administratieve korpsen waar de beslissingen worden genomen. Zeker als er ook nog met het landsbelang wordt geschermd. Schlosser: 'Op dat terrein is Frankrijk nog altijd een napoleontische staat.'

Een Algerijnse journaliste in Frankrijk die liever anoniem blijft, ziet ook een duidelijke neo-koloniale kant aan zowel Chiracs beslissing als aan de slappe reactie van het Franse volk. 'Met de autoritaire afkondiging van nieuwe kernproeven in de Stille Oceaan wordt ook onderstreept dat Frankrijk met zijn atoomwapen èn zijn overzeese gebiedsdelen, nog altijd een wereldmacht is', meent de Algerijnse. 'Ook al gaat het in werkelijkheid slechts om eilandjes ter grootte van neuspeuterbolletjes. Frankrijk laat toch maar even zien dat het nog een vinger in de pap heeft in de Stille Oceaan.'

Ze vervolgt: 'Als de ondergrondse proeven niet zo ver van het Parijse bed zouden worden genomen, maar bijvoorbeeld in Middenfranse streken als de Auvergne of La Creuse - wat heel goed zou kunnen want de experts verzekeren ons dat er geen enkel gevaar is - dan zou je eens moeten zien hoeveel Fransen er bij een demonstratie in Parijs op de been zouden komen.'

Zowel voor- als tegenstanders zijn het er in Frankrijk over eens dat de nieuwe gaullistische president Chirac zich met zijn kernproevenbesluit het postuur heeft willen verschaffen van zijn illustere voorganger De Gaulle. Het meubilair van de generaal is reeds terugverhuisd naar de werkkamer van de nieuwe president.

Chirac nam zijn beslissing niet voor niets aan de vooravond van zijn eerste officiële bezoek aan de Verenigde Staten en vlak vóór zijn vuurdoop onder de groten der aarde bij de G7-topontmoeting in het Canadese Halifax. Terwijl binnenlands tegenover de extreemrechtse dreiging bij de gemeenteraadsverkiezingen eveneens een 'sterk gebaar' vereist werd. Symbolische kon haast niet. De force de frappe was immers de sleutel van De Gaulles buitenlandse politiek en van zijn strijd tegen de Amerikaanse overheersing. De beslissing werd door Chirac in zijn eerste plechtige persconferentie live op tv ook nog eens overgoten met gaullistische steekwoorden als het 'landsbelang' en 'Frankrijks onafhankelijkheid'.

Toen Frankrijk zich in 1960 met zijn eerste geslaagde kernproef in de Sahara voorzag van de eerste elementen van de force de frappe, trotseerde president Charles de Gaulle midden in de Koude Oorlog de vijandige opinie in de rest van de wereld, maar vooral ook de wrevel in de Verenigde Staten, die hun invloed op het continent bedreigd zagen.

Van meet afaan was voor De Gaulle duidelijk dat de strategie van de nucleaire bescherming van het eigen Franse grondgebied en zijn vitale belangen niet alleen gericht was tegen de Sovjet Unie. Niet minder belangrijk was dit wapen om onder het politieke juk uit te komen van de belangrijkste bondgenoot, de Verenigde Staten.

In zijn onlangs gepubliceerde herinneringen aan De Gaulle noteerde oud-minister Alain Peyrefitte de opmerkelijke woorden van de Generaal in 1962: 'De kerndreiging is er niet alleen om een vijand te ontmoedigen, maar moet even goed bescherming bieden tegen een opdringerige beschermer. Daarom moet ze naar alle windrichtingen opgesteld staan. Je weet van tevoren nooit waar de bedreiging, de druk of de chantage vandaan komt. Je moet zelfs de kans daartoe niet geven. Op een dag kunnen zich ongelooflijke gebeurtenissen voordoen, onwaarschijnlijke omwentelingen. We hebben er al zoveel gezien in de geschiedenis. Amerika kan uit elkaar vallen door terrorisme of het racisme, wie weet, en een bedreiging worden voor de vrede. De Sovjet-Unie kan exploderen omdat het communisme in elkaar stort en zijn volkeren elkaar in de haren vliegen. En er kan een nieuwe bedreiging vanuit gaan. Niemand kan van tevoren zeggen waar het gevaar zal opduiken.'

In verband met dezelfde zorgen om de Franse zelfstandigheid te bewaren tegenover de Amerikaanse grootmacht deed De Gaulle enkele jaren later, in 1966, een stap terug uit de NAVO. Frankrijk bleef wel officieel lid van de verdragsorganisatie, maar zijn troepen stonden niet meer onder de verenigde commandostructuur. Want die werd in de opvatting van De Gaulle in feite door de Amerikanen gedomineerd.

Op defensiegebied is de buitenlandse politiek van Frankrijk onder De Gaulle's opvolgers in de kern ongewijzigd gebleven. Alleen in het begin van de jaren tachtig bestond onder de versgekozen socialist Mitterrand enige onrust over het behoud van de gaullistische doctrines. Bij de eerste jaarlijkse militaire luchtvaarttentoonstelling op het vliegveld Le Bourget moesten voor het bezoek van het linkse staatshoofd de bommen van de straaljagervleugels worden afgeschroefd.

Maar ook Mitterrand ging de atoomknop koesteren als een presidentiële kroonjuweel. Onder zijn heerschappij zijn de eerste stappen gezet om in samenwerking met Duitsland tot een Europees defensiesysteem te komen. Met aanvankelijk de Duits-Franse brigade en vervolgens het Eurocorps, en met de versterking van de WEU, de Westeuropese Unie, als peiler van een Europese defensie naast het NAVO-bondgenootschap.

Een nieuwe toenadering tot de NAVO, waarvoor de conservatieve regering-Balladur in de afgelopen twee jaar heeft geijverd, werd echter door het linkse staatshoofd als opperbevelhebber grotendeels geblokkeerd. 'Waarmee Mitterrand ironisch genoeg een gaullistischer lijn aanhield dan de gaullisten zelf', klaagde in die periode een hoge defensieambtenaar.

Inmiddels is met de verkiezing van Chirac tot president en met de Europees gezinde Juppé als premier, de weg vrij voor een grotere toenadering tot de NAVO. Tegelijkertijd streeft de president naar versterking van de Europese defensie om de Amerikaanse invloed beperkt te houden. Die sterkere Europese defensie wordt mede door de noodlijdende maar invloedrijke Franse wapenindustrie ingegeven. In de defensiesector, waarin nog altijd ruim 300 duizend Fransen werken, staan tienduizenden banen op de tocht door het inkrimpen van de defensiebudget en de terugvallende wapenexporten.

Alleen door een toenemende samenwerking met de Europese partners kan de Franse defensie-industrie in de toekomst overeind worden gehouden. Een economische samenwerking waarbij de Fransen ook hameren op de voorkeur voor Europees materiaal bij de aankoop door de verschillende nationale legers. De aanschaf van Amerikaanse legerhelikopters in plaats van het Frans-Europese model door Nederland, is door Frankrijk daarom als een slag onder de gordel ervaren.

De drang van de huidige Franse gaullistische regering naar grotere Europese samenwerking in de wapenindustrie en in de defensiepolitiek betekent in zekere zin het loslaten van het oude dogma van De Gaulle over de noodzakelijke Franse autonomie op defensiegebied. Parijs realiseert zich dat het internationaal verzwakte Frankrijk die autonomie al lang niet meer kan waarmaken. Daar staat tegenover dat de Fransen zwaargewicht willen blijven, met een eigen kernmacht en omvangrijke wapenindustrie. Zo kan het land in het Europese samenwerkingsverband de boventoon voeren en alsnog de Amerikaanse invloed neutraliseren.

Juist bij de constructie van die voor Frankrijk noodzakelijke gezamenlijke Europese defensie betekent de eenzijdige en arrogante Franse beslissing om de kernproeven te hervatten een belangrijke breuk in het vertrouwen tussen de Europese partners, zo vreest Pascal Boniface, directeur van het aan de Parijse universiteit verbonden Instituut voor internationale en strategische relaties (IRIS).

'Het zijn niet zozeer de boze reacties uit de landen in de Stille Oceaan zoals Australië of Nieuw-Zeeland die mij het meeste zorgen baren, maar vooral de verontwaardiging in de Europese landen zoals Duitsland en Nederland waarmee we een gezamenlijke Europese defensie en buitenlandse politiek op poten willen zetten', meent Boniface.

'Ideeën als de eventuele coördinatie van de Britse en Franse kernmachten in een Europees defensiesysteem begonnen net los te komen. Alain Juppé heeft zich daar in het verleden al positief over uitgelaten. De ironie wil echter dat op het moment dat Frankrijk zich op dat gebied voor het eerst een beetje opent, de andere partners door dit eenzijdige Franse kernproevenbesluit eerder geneigd zijn nu een stap terug te zetten.'

Van eventuele boycotten van Franse produkten in landen als Nederland of Duitsland, in navolging van de actie tegen Shell, verwacht Boniface weinig resultaat. 'Een Franse president komt niet meer terug op zo'n beslissing die hij voor het oog van de hele wereld heeft genomen', meent de wetenschapper. Het kan in zijn ogen wellicht een stimulerende werking hebben op de publieke opinie in Frankrijk, waarvan hij in september als de kernproeven daadwerkelijk van start gaan ook een sterkere golf protesten verwacht.

Daarnaast is een boycot zoals tegen Shell volgens Boniface nauwelijks realiseerbaar als het om een veel onduidelijker grootheid gaat als Frankrijk: 'Je kunt niet eenvoudig een Frans benzinestation verwisselen voor een ander. Zoiets blijft doorgaans beperkt tot enkele symbolische produkten zoals champagne of wijn. . .' Terwijl iedereen toch weet dat Chirac de voorkeur geeft aan een stevig glas bier.

Sjoerd Venema

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden