Kak! Ik moet poepen

Omdat niks lekkerder is dan klagen, en niks zich zo lekker laat beklagen als het kantoorleven, doet V u in de donkerste dagen van het jaar klaagvoer voor de kerstborrel cadeau: negen pagina's over de talloze ongemakken van de werkplek. Met, om te beginnen, de onterecht zelden besproken kwestie: poep ik nou wel op het werk, of houd ik het op?

De behulpzame Amerikaanse lijstjeswebsite Buzz-Feed publiceerde laatst achttien redenen om eerder op te staan. 'Als dit je niet uit bed krijgt, dan krijgt niks je uit je bed', stond boven een screenshot van een iPhonewekker. 5.55 AM: you can poop at home. 6:00 AM you gotta poop at work.

Op kantoor poepen is geen feest en zodoende is het een van de betere redenen om niet nog even te blijven liggen. Dat geldt althans voor mensen met een goed georganiseerde stoelgang, die direct na hun ontbijt richting wc kunnen. Bij ongeluksvogels komt de aandrang pas opzetten na een plastic beker automatenkoffie.

De makkelijke weg is dan de weg naar het kantoortoilet. Maar die weg is bezaaid met voor sommigen lastig te trotseren beren: collega's. Voor probleempoepers begint een innerlijke strijd. Kan ik nog even ophouden? Kan ik buiten de deur gaan lunchen en daar 'boodschappen doen'? Zijn er straks mensen op afspraak, zodat er op z'n minst minder collega's zijn?

Op een zorgvuldig uitgekozen moment vertrekken ze naar de wc, met de strijdleus 'Ik ben ook maar een mens. Iedereen moet poepen' in het hoofd en de telefoon in de hand. Eenmaal op het toilet leggen ze wc-papier op het water om een eventuele 'plons' te dempen. Dan turbopoepen ze, op de voet gevolgd door doortrekken, vegen, nog een keer doortrekken, borstelen en ongezien het toilet verlaten. Alles om collega's te laten denken dat ze op de gang stonden te bellen. En vooral: alles om te voorkomen dat andere mensen weten dat zij de grondlegger van de stank zijn. Waarom doen ze zo moeilijk? En kan het echt niet makkelijker?

In haar praktijk ziet bekkenfysiotherapeute Marianne Voet dagelijks de gevolgen van het wc-taboe op kantoor. Veel van haar cliënten hebben lichamelijke problemen door het plas- en poepgedrag op hun werk - en dan vooral het gebrek daaraan.

Neem de kleinste hobbel: plassen. Sommige werknemers durven niet lang van hun werkplek te zijn - toch dat calvinistisch arbeidsethos. Ze nemen daardoor nauwelijks de tijd voor hun toiletbezoek. En dat terwijl je voor een goede plas even goed moet gaan zitten. 'Zonder te forceren duurt het een minuut voordat je blaas echt leeg is', zegt Voet. 'Voor vrouwen met verzakkingen en vrouwen na de overgang kan dat langer duren, evenals bij mannen met een vergrote prostaat.'

Soms kunnen haar cliënten door de aard van hun werk niet vaak genoeg naar de wc. Voet heeft meerdere suppoosten van musea onder behandeling, die uren op hun plek moeten staan. Leraren hebben ook meer last, vooral die in de kleutercategorie: zij kunnen de klas niet alleen laten.

'In een gezonde blaas kan ongeveer tussen de 400 en 500 milliliter urine', zegt Voet. 'Mensen die niet vaak genoeg plassen, overvullen de blaas. Dat kan gevolgen hebben op latere leeftijd: de blaaswand rekt uit en is dan niet krachtig genoeg meer.'

Ook degenen die de hele dag aan hun grijze kantoorkolos zijn gebonden - en dus een wc binnen handbereik hebben - kloppen bij de bekkenfysiotherapeut aan. Het gaat dan vooral om schaamte. 'Ik zie veel mannen met een overactieve blaas die vergaderingen mijden omdat ze meerdere keren per vergadering naar de wc moeten', zegt Voet. 'Die generen zich enorm.'

Bij vrouwen manifesteert die schaamte zich vooral omtrent de grote daad. Het is een hardnekkig misverstand dat vrouwen niet poepen; een misverstand dat zij zelf vooral met veel ijver in stand houden. Vooral tegenover collega's. 'Bij mijn vorige werk was het een komen en gaan op de toiletten', zegt M. 'Dan kwam ik binnen met grootse plannen en stonden net twee vrouwen huilend hun functioneringsgesprek te bespreken. Ik zat daar hermetisch op slot.'

De oplossing bevond zich verderop in de gang: het gehandicaptentoilet. Daar kwam niemand en was de deur 'redelijk dik'. Niet dat ze zo veel lawaai maakte, maar 'de aanname dat niemand me zou kunnen horen, had ik nodig om het aan te durven.' Het noodplan werkte, tot een schoonmaker besloot het gehandicaptentoilet op slot te doen. 'Daar kwam ik tot mijn schrik achter toen ik in het voorbijgaan een aantal keren nonchalant aan de klink rammelde.'

Plan B bevond zich nog verder weg, namelijk vier verdiepingen lager in een gegarandeerd collegavrije zone. 'Daarvoor moest ik een langzame lift nemen, in de baas zijn tijd.'

De ideale wc bevindt zich inderdaad wat verder weg, zegt fysiotherapeut Voet. 'Mensen moeten zich veilig voelen, zeker weten dat niemand hen hoort.' Om diezelfde reden moet een toilet afgesloten zijn. Dus geen rijtje wc's die van boven en onder open zijn, zoals op de minder mondaine camping of de gemiddelde middelbare school. 'Je moet het gevoel hebben dat je rustig kunt zitten gedurende vijf of tien minuten, zonder te worden gestoord.'

Architecten houden daar rekening mee bij het ontwerpen van een gebouw, zegt John Bosch, architect bij Oeverzaaijer. 'Je wilt dat er een halletje tussen de wc en de werkvloer zit, om voor de hand liggende redenen: niemand wil met het bureau naast het toilet zitten, vanwege de geur. Werknemers gaan ook niet naar een wc die dicht bij de werkvloer ligt. Ze willen privacy.' Daarom zitten de wc's vaak in een hal bij de lift, waar het toch al een komen en gaan is van mensen.

Ook typisch: Bosch laat het urinoir liever weg uit het ontwerp. 'Een urinoir is iets voor de in de kroeg. Het is niet prettig zo met je collega's naast elkaar te staan. We doen het dus alleen als opdrachtgevers er expliciet om vragen.'

Beroepsbemoeial Steve Jobs gaf ongemakkelijkheid in het toilet graag nog wat extra gewicht. De locatie van de wc's was voor hem cruciaal, bleek bij de bouw van het hoofdkantoor van Pixar begin jaren negentig. Hij wilde er maar twee, geplaatst in de centrale ruimte. Jobs zou Jobs niet zijn als er geen filosofie achter zat: dit was enige plek, had hij vrij accuraat geconcludeerd, waar iedere werknemer elke dag naartoe moest. De mensen van verschillende afdelingen zouden elkaar daar ontmoeten en bij die ietwat vreemde confrontatie zou dan weer veel creativiteit loskomen. Het personeel morde, want door het karige aanbod moesten sommigen een kwartier lopen om bij de wc's te komen.

Ook S. had bij haar vorige baan last van toiletlocatiestress. Niet door de losgezongen wc-filosofie van de CEO, maar door het simpele gegeven dat ze in een gehorig grachtenpand werkte waar de wc midden in de gang zat, met aan weerszijden collega's. Nadat ze de innerlijke strijd had verloren - ze móést nou eenmaal - zorgde ze voor een 'perfect crime scene'. Met een nonchalante armbeweging sloot ze de tussendeur die normaal altijd open was. Daarna moest het wc-raampje dicht, want dat zat naast het openstaande raam van de werkvloer.

Het was afgelopen met deze zelfgecreëerde idylle als een collega aan de deurklink morrelde. 'Ik twijfelde altijd of ik 'bezet' zou roepen. Dat deed ik soms, maar het kwam er altijd sukkelig uit. De ander riep vervolgens 'sorry' of 'ho'. Erger nog: 'Doe rustig aan.'

Als ze diegene terug hoorde lopen, kwam ze er 'redelijk goed mee weg'. Was dat niet geval, dan wist ze: geen redden meer aan. 'Bij een vrouwelijke collega zei ik dan vaak: 'Uh, klein advies: ik zou even wachten.' Bij een man wist ik niets uit te brengen. Schaamte, louter schaamte. Vijf minuten later deden we allebei alsof er niets was gebeurd en praatten we maar over printpapier, visitekaartjes en contracten.'

Daar snijdt S. een lastige kwestie aan: is het netjes elkaar te waarschuwen of laat je het onvermijdelijke - een collega moet in jouw bouquet zitten - onbesproken? Beatrijs Ritsema, etiquettedeskundige, is hierover onverbiddelijk: je houdt je mond.

'Er is simpelweg niets aan te doen. Als iemand een snotje aan zijn neus heeft hangen, is het netjes diegene daarop te attenderen. Maar aan een wind of poeplucht kunnen we niets doen. Daar horen we dus niet over te praten.'

Leuk en aardig, maar een aanjager van het probleem blijft de geluidsbarrière. 'Ik heb totaal geen moeite met poepen op het werk', zegt C. 'Maar als ik per ongeluk een scheet laat en er zijn andere mensen op de wc's, dan blijf ik wel zitten tot zij weg zijn.' Dat voelt belachelijk, 'maar als ik eerst ranzig geknetter hoor en dan zie wie het is, zou ik zelf ook denken: bah.'

'Natuurlijk hebben mensen er een hekel aan', zegt Ritsema, 'maar wat moeten ze dan?' Als je moet dan moet je is niet voor niets een gevleugelde uitspraak als het om poepen gaat, vindt Ritsema. 'Je collega's moeten zich daar niet aan ergeren.' Wel heel belangrijk: 'Laat het netjes achter.'

Er zit niets anders op dan de gêne overboord te gooien, benadrukt ook bekkenfysiotherapeut Voet. En dan zo goed mogelijk ontspannen. 'Als je de stoelgang uitstelt tot je weer thuis of ergens anders bent, valt de natuurlijke reflex weg. Ga je vervolgens op een ander moment, dan moet je forceren. De aandrang is weg. Dat kan leiden tot pijn, maar ook verzakkingen en aambeien.'

Wat schaamteloosheid betreft, valt er nog wat op te steken van W., bij wie de wc zich prominent midden in het kantoorloft bevindt. Het kantoor bestaat uit één ruimte, met precies in het midden één heren- en één damestoilet. Recht voor de deur zit een eilandje collega's, onder wie zijzelf.

'Je ziet de een stiekem doen, terwijl de ander gewoon met een krantje naar binnenloopt.' Echt stiekem lukt bijna nooit. 'Als iemand heeft gepoept en de deur naar de wc's open laat staan, ruik je dat na een minuut. Dan loopt er iemand kwaad en zuchtend naar de wc om de deur weer dicht te smijten. Dit gebeurt soms meerdere keren per dag, al dan niet gevolgd door een beetje public shaming.'

Op een gegeven moment gingen mensen massaal op de benedenverdieping poepen, herinnert ze zich. 'Het kantoor daar had wel afgezonderde toiletten. Op een dag hing er een passief-agressief briefje: dat deze wc's alleen waren bedoeld voor de eigen werknemers.' Ook in het eigen kantoor dook weleens zo'n boze memo op. 'Iets met remsporen wissen. Dat moest alleen al snel weer weg, omdat de baas vond dat het onprofessioneel stond bij klanten.'

Sommige mensen, mannen vooral, zijn geneigd van hun poepen een act te maken. Daar weet Mick Johan, voormalig helft van kunstenaarsduo Miktor en Molf, alles van. Hij stuurt met enige regelmaat schaamteloos geestige tweets vanaf de wc. 'Op mijn oude werkplek was een wc die enkel door een pallet en een deur van de rest van de ruimte was gescheiden. Als er iemand ging kakken dan zat je er midden in. We losten dit op door naast de lichtknop een poepknop aan te brengen; boven op het wc-hokje stond een oude radio en als je de poepknop indrukte dan ging de radio aan.'

Het ritueel werd een verrijking van de kantoorhumor. 'Op de daad volgde altijd een samenvatting. Wat hadden we gegeten? Wat voor uitzonderlijke vorm viel erin te ontwaren? Misschien konden we even iets buiten de deur gaan doen? Wat opviel was dat de mannelijke stagiaires zonder schaamte meededen, terwijl de meiden nooit leken te kakken.'

Johan vindt het zonde dat poepen op kantoor in het verdomhoekje zit, omgeven door schaamte. 'De koffieautomaat heeft zijn beste tijd gehad, en vooral de humor wordt er beter van. Lachen bijvoorbeeld om, als je moet poepen vlak voor een afspraak waar je geen zin in hebt, je handen niet te wassen. Reken maar dat je de hele afspraak zit te gniffelen en dat je collega's ervan zullen smullen.'

Met name bij bedrijven waar de klassieke hiërarchie een rem vormt voor sociale omgang, valt veel winst te behalen door kantoorkak uit de taboesfeer te toveren, denkt hij. 'Poepen levert ontspanning en wellicht zelfs inspiratie op, want je stapt er toch even de ruimte voor uit.'

Daar had Steve Jobs misschien toch een punt. Maar wel een heikel punt.

The Office (1) (door Julien Althuisius)

Dat het leven in een kantooromgeving behalve doodsaai ook erg vermakelijk kan zijn, bewijst de televisieserie The Office. De oorspronkelijke Britse versie, bedacht en geproduceerd door komieken Ricky Gervais en Stephen Merchant, kende twee seizoenen en een kerstspecial. The Office kreeg varianten in Israël, Chili, Canada, Frankrijk, Duitsland en Zweden. Maar de bekendste versie werd gemaakt in de Verenigde Staten, waar Steve Carrell de rol vertolkt van Michael Scott, die aan het hoofd staat van de stoffige, ingekakte papierhandelaar Dunder Mifflin.

The Office (2) (door Julien Althuisius)

Om hun geestdodende werk enigszins het hoofd te bieden, verzinnen de medewerkers uit The Office allerlei wedstrijden, spelletjes en geintjes. Zo organiseert manager Michael Scott een keer per jaar The Dundies, een prijzenshow voor de beste medewerkers van Dunder Mifflin, met categorieën als 'Witste Schoenen', 'Ga niet na mij het toilet in', 'Leukste roodharige' en de 'Diabetes Award.' Eigenlijk is de enige die enthousiast wordt van The Dundies Michael Scott zelf, de rest komt voor de drank.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden