Kafka's zwartste angsten nog overtroffen

FRANZ KAFKA (1883-1924) was een verwoed brievenschrijver. Zijn totale productie laat zich niet meer vaststellen, daar veel van de brieven verloren zijn gegaan, maar het aantal moet in de duizenden lopen....

Bolecka (Warschau, 1951) componeerde rond Kafka's correspondentie de brievenroman Lieve Franz. De brieven (van, aan en over Kafka) beslaan de periode van 1911 tot Kafka's dood in 1924, gevolgd door nog enige brieven van en aan Brod, de laatste daterend uit 1947. Door de pen te hanteren van tijdgenoten die echt hebben bestaan, vult Bolecka in een subtiele mengeling van feit en fictie de leemten in Kafka's leven en correspondentie op.

Dit is zo goed gedaan dat de indruk ontstaat dat ergens op een stoffige zolder een koffer met ontbrekende Kafka-brieven is ontdekt. Bolecka heeft zich niet beperkt tot een simpele invuloefening, maar zich gewaagd aan de innerlijke wereld van Kafka's tegenspelers, aan de hoop en vertwijfeling die Kafka dikwijls bij hen teweegbracht. Ontbrekende stukjes in de Kafka-puzzel vallen op hun plaats, de vrouwen in zijn leven krijgen een eigen stem, en ook het mysterie rond Grete Bloch (had ze nu wel of niet een kind van Kafka?) wordt 'onthuld'. Bolecka schetst zo een indrukwekkend beeld van Kafka's angstige wereld.

Als zoon van een dominante, fysiek sterke vader die zich aan de armoede van het oude Praagse getto had ontworsteld en voor hem een zakelijke carrière in petto had, had de fysiek zwakke Kafka het niet slechter kunnen treffen. De vader was de vleesgeworden autoriteit, de zoon verafschuwde alles wat naar autoriteit zweemde. Nooit zou Kafka de ambitieuze plannen van zijn vader kunnen waarmaken; de befaamde 'Brief an den Vater' (niet opgenomen in Lieve Franz), waarin Kafka met de angst voor zijn vader probeert af te rekenen, heeft de geadresseerde nooit bereikt, en nooit zouden de twee nader tot elkaar komen. In Lieve Franz verwoordt Bolecka het uit Franz' mond als volgt: 'De strijd tussen mijn Vader en mij is een strijd op leven en dood. Ik zal als eerste sterven.'

Niet alleen de relatie met zijn vader, ook zijn joodse afkomst, die gemeenschap waar hij zo graag deel van wilde uitmaken, was voor Kafka een bron van zorgen: 'Wat heb ik met joden gemeen? Ik heb nauwelijks iets met mijzelf gemeen', luidt een vaak geciteerde uitspraak van hem. Bolecka geeft een roerend verslag van Kafka's pogingen om zijn plaats in de joodse traditie te vinden. Hij had even weinig op met het formalisme van de traditionele synagogen als met het zionisme van veel van zijn verlichte vrienden. Hij voelde zich nog het meest thuis bij de antirationele, mystieke kanten van het chassidisme, ook al verzuchtte hij (in Lieve Franz): 'Eerlijk gezegd verschilt die cultus van de tsaddiks nauwelijks van de rituelen van de eerste de beste wilde volksstam uit Afrika. Onvoorstelbaar wat een bijgeloof (. . .). Zij geloven erin, dankzij hun religieuze opvoeding, dankzij het feit dat zij nog steeds in die duistere en smerige, niettemin levensschenkende grond geworteld zijn.'

In zijn relaties met vrouwen ging het de van angsten en zelfhaat vervulde Kafka ('er zit zoveel smerigheid en slechtheid in mij') niet veel beter af. Zijn biograaf Pawel noemde hem ooit 'de man die liefhad per brief', een uitspraak die zeker voor zijn relatie met Felice Bauer opging. Hij ontmoette haar slechts één keer en besloot van haar te houden. Hij bestookte haar met brieven, net zolang tot zij verliefd werd op hem, en dat terwijl hij haar als persoon van vlees en bloed eigenlijk niet eens mocht.

Zij van haar kant zag Franz liever in een degelijke betrekking dan dat hij zich 'verpoosde' met zijn schrijverij. Het mislukken van hun relatie had overigens ook diepere gronden: 'Ik ben zo bang voor nabijheid, voor een verbintenis met een vrouw, voor verlies van mijn vrijheid dat ik ondanks mijn verlammende angst in staat ben met eigen handen te vernietigen wat ik in zoveel maanden heb proberen op te bouwen', schrijft Kafka in Lieve Franz aan een van zijn vrienden. Het was hem eenvoudig onmogelijk om met al die vrouwen van wie hij zo desperaat wilde houden, een relatie te hebben.

In 1917 werd bij Kafka tbc geconstateerd, de ziekte waar hij zeven jaar later aan zou overlijden. Vreemd genoeg leek hij tijdens zijn ziekte verlost te worden van zijn angstdemonen en kreeg hij in 1923, het jaar voor zijn dood, nog een gelukkige relatie met de ruim twintig jaar jongere Dora Diamant. Hij overleed op 3 juni 1924. Lieve Franz eindigt niet met de dood van Kafka; de correspondentie tussen zijn vrienden loopt nog enige tijd door. In een dramatische finale maakt Max Brod in 1947 vanuit Israël de balans op van het leven van Kafka's vrienden. Deze overtrof de zwartste angsten van Kafka zelf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden