KADHIJA ARIB

Khadija Arib (40), Kamerlid voor de PvdA, heeft zelf geen probleem met haar Marokkaanse afkomst. 'Ik heb goede herinneringen aan mijn jeugd in Marokko....

Als haar vader riep: 'Kom kijken, de kale man is op de televisie', snelde Khadija toe. 'Den Uyl streed voor de positie van de arbeiders. Dat was belangrijk, dat ging over ons.' De populariteit die de PvdA-voorman zich in de jaren zeventig verwierf onder die generatie gastarbeiders, werkt nog altijd door, constateert Khadija Arib (40), lid van de Tweede Kamer voor de Partij van de Arbeid. Voor veel Marokkanen spreekt het nog steeds vanzelf om te stemmen op de partij van 'de kale man'. 'Ook mensen die niet kunnen lezen en schrijven, weten heel goed wie voor hen opkomt', zegt ze. 'Als het hoofd van Bolkestein op de televisie kwam, zette mijn moeder hem uit.'

Arib heeft carrière gemaakt in maatschappelijke organisaties, is getrouwd met de arts Nordin Dahhan en heeft drie kinderen: een dochter van 17 en twee zoons - een tweeling - van 15 jaar. 'Je bent zeker getrouwd met een Nederlander?', wordt haar vaak gevraagd. 'Ze kunnen zich niet voorstellen dat een Marokkaanse man vrouwenemancipatie vanzelfsprekend vindt. Nordin heeft altijd veel in huis gedaan. De laatste tijd minder want hij specialiseert zich voor kinderarts en draait lange diensten in een ziekenhuis.'

Vele jaren zag ze haar vader alleen in de vakantie. Hij kwam thuis met cadeaus en mooie verhalen over Nederland. 'Kennelijk werden de eerste gastarbeiders hartelijk ontvangen. Nederland was toen anders dan nu... Er waren nog weinig migranten, er was een tekort aan arbeidskrachten en zij kwamen het vuile werk doen.' Mustafa Arib werkte in een wasserij in Schiedam. Hij overleed toen hij 52 was, vier jaar nadat Khadija als 15-jarige met haar moeder naar Nederland was gekomen voor de 'gezinshereniging' die kort daarvoor wettelijk werd toegestaan. Ze bleef alleen achter met haar moeder, die als verstelnaaister werkte bij dezelfde wasserij. Haar moeder kon niet lezen of schrijven, Khadija moest na de dood van haar vader voor hen beiden de weg vinden in Nederland.

Tweeënhalf jaar is zij nu Kamerlid. Ze deelt in de fractie de portefeuille gezondheidszorg met Rob Oudkerk. 'Natuurlijk doet hij de cure en ik de care', zegt ze lachend. 'Zo gaat het nog altijd in de taakverdeling tussen mannen en vrouwen in de gezondheidszorg. 80 procent van het werk aan het bed wordt door vrouwen gedaan.' De belangenbehartiging van 'de zorg' is haar op het lijf geschreven, geeft ze toe.

Ze heeft de belangstelling voor andere mensen van haar grootmoeder, die haar opvoedde terwijl haar moeder werkte als naaister. 'Als vroedvrouw heeft mijn oma het halve dorp op de wereld geholpen, maar zij was ook een soort maatschappelijk werkster. Veel mensen kwamen bij haar om raad omdat zij zo'n onafhankelijk oordeel had.

'Khadija was enig kind, ze de kreeg kans om door te leren. Ze ging naar de middelbare school in Casablanca, slechts 20 kilometer van haar geboortedorp. 'Ik kreeg daar heel goed onderwijs, voor een deel in het Frans. Het was een diepe teleurstelling dat ik in Nederland opeens niks meer had aan alles wat ik had geleerd. Het enige onderwijs waar ik terecht kon was een vergaarbak voor buitenlandse kinderen van alle mogelijke leeftijden en niveaus.'

Ze miste haar oma, die gelukkig van tijd tot tijd kwam logeren. Ze liet haar Rotterdam zien en wees haar op dingen die nieuw en spannend waren. 'Twee vrouwen stonden elkaar innig te kussen voor het Centraal Station. "Kijk daar oma", zei ik helemaal opgewonden, want dat zag je toen nog niet vaak. Mijn oma keek er niet van op. "Dat heb je in Marokko ook'', zei ze. "Van sommige vrouwen weet iedereen dat ze van een vrouw houden en geen man willen. Maar op straat mogen ze dat niet laten zien".'

Haar oma was een gelovige vrouw die zich hield aan alle regels van de islam, maar die tegelijk uitzonderlijk onafhankelijk was, voor iemand van die generatie. 'Ze is als jonge vrouw weggegaan bij haar man, omdat ze niet van hem hield. Ze heeft voor zichzelf en haar kinderen een nieuw bestaan opgebouwd. Voor de Marokkaanse wet mogen vrouwen nog steeds niet scheiden, het was heel moedig van haar. Ze vond niets vreemd of onbespreekbaar en ze praatte nooit met de mensen mee.'

Als Kamerlid van Marokkaanse afkomst krijgt Arib regelmatig telefoontjes over morele kwesties. Vaak van Nederlandse journalisten en producers van televisieprogramma's. Bijvoorbeeld of ze wil uitleggen waarom islamitische stellen in Nederland minder vaak scheiden dan de rest van de bevolking. 'Dat hebben ze opgepikt uit een onderzoek en daarover willen ze een item maken. Ik leg uit dat het een kwestie is van emancipatie: in de generatie die nu trouwt of gaat samenwonen, zal het verschil in het percentage scheidingen veel minder worden. De jongeren hebben meer opleiding, vooral de meisjes, die lopen voor op de jongens. Scheiding heeft alles te maken met de economische situatie: een vrouw die zelf haar brood verdient, hoeft niet bij haar man te blijven omdat ze anders niet te eten heeft. Kijk maar wat er in Nederland gebeurde toen de Bijstandswet hier van kracht werd in 1965. Het aantal echtscheidingen schoot in de jaren daarna pijlsnel omhoog omdat die wet het mogelijk maakte dat alleenstaande moeders tijdelijk van een uitkering konden gaan leven.'

Uit de sterke daling van het geboortecijfer blijkt dat het hard gaat met de emancipatie van de Marokkaanse vrouwen. Is de pil algemeen geaccepteerd?

'In Marokko wordt veel gedaan aan voorlichting over anticonceptie. De moeders hier in Nederland kijken veel naar de Marokkaanse televisie en zien programma's daarover. Daardoor wordt het voor de dochters makkelijk bespreekbaar. En de islam heeft niets tegen anticonceptie, zoals in de katholieke kerk, waar de paus het verbiedt.'

Aribs medewerking aan het programma over echtscheiding ging niet door omdat de producers een Marokkaanse zochten die het standpunt verdedigde dat de islamitische bevolking uit religieus conservatisme gehuwd bleef. 'Later belden ze op dat ze niemand konden vinden die dat wou zeggen, dus of ik dan toch maar wilde komen. Toen heb ik bedankt.'

Ze moet er hartelijk om lachen. Fel wordt ze pas als ze vertelt hoe die vooroordelen haar kinderen in verwarring brengen. Iemand is bezig met een programma over jeugdcriminaliteit en vraagt haar of ze zelf ervaring daarmee heeft. 'Nee? Of ik dan adressen kan geven van andere Marokkaanse ouders die over hun criminele kinderen geïnterviewd kunnen worden. Alsof het vanzelfsprekend is dat onze kinderen crimineel zijn of anders die van onze vrienden wel.'

Dochter Sabra, net 17 geworden, heeft als klein kind veel opmerkingen gemaakt die haar moeder door de ziel sneden. Ze was een jaar of 5 toen op een camping op de Veluwe een een mevrouw tegen haar en haar broertjes zei: 'Ga weg vieze Turken.' Sabra zei dat zij niet Turks was maar Marokkaans. 'En ze snapte niet wat Turk en vies met elkaar te maken had. Ouders haalden hun kinderen binnen als wij eraan kwamen. Wij pasten daar ook niet, het was heel verstikkend. De mannen waren de hele dag aan het tuinieren, de vrouwen stonden in de keuken. Wij deden dat niet, wij gingen met de kinderen fietsen. We waren er gekomen door een vriendin die alleenstaande moeder was. Er was ook een lesbisch paar dat daar een huisje had, zei ze. En als wij dan ook erbij kwamen, zou de boel daar een beetje veranderen. Dat was ons echt te veel gevraagd, we hadden daar nooit aan moeten beginnen.'

Hoe leerde u uw kinderen om te gaan met zulke pijnlijke ervaringen?

'We hebben ze uitgelegd dat overal vervelende mensen zijn. En ze kwamen toen ze klein waren al genoeg over de vloer bij Nederlandse vrienden, ze weten heus wel dat niet iedereen zo raar doet. Het moeilijke van het leven als migrantengezin vind ik dat alles wat je de kinderen leert over gelijkheid, telkens weer onderuitgehaald wordt door de omgeving. En wij wonen nog niet eens in een achterstandswijk. Kinderen in die buurten voelen zich vaak afgewezen omdat ze tussen ontevreden mensen terechtkomen. Oude mensen, alleen achtergebleven. En mensen die goedkoop moeten wonen omdat ze het niet gemaakt hebben in het leven. Ze zijn gefrustreerd en dat reageren ze af. Het verhardt de kinderen die daar opgroeien.'

In de Amsterdamse binnenstad, waar het gezin Arib tot vorig jaar woonde, ging het soms ook weinig subtiel toe. Op een ochtend bleken de banden van hun auto doorgesneden. Een paar weken later gebeurde dat weer. 'We spraken erover met de buren en de kinderen vertelden het onder het spelen op straat. Het bleek bij niemand anders te gebeuren. Wij waren het enige buitenlandse gezin daar in de buurt. Ik heb het bij de politie gemeld en die hebben het heel goed aangepakt. Ze zijn gaan patrouilleren en toen is het opgehouden.'

Dit is goed aflopen en het is voor de kinderen een spannend verhaal, zegt ze. 'Maar waar het om gaat is, dat ze van kleins af merken dat er anders naar hen gekeken wordt. Al op de kleuterschool vroeg de juffrouw aan Sabra: "Voel jij je Marokkaans of voel je je Nederlands?'' Dat zijn volwassen levensvragen, daar moet je een klein kind niet mee lastigvallen. Onze kinderen zijn hier geboren, ze moeten opgroeien als deel van de Nederlandse gemeenschap. Als ze niet het gevoel krijgen dat ze erbij horen, kunnen ze zich ook niet verantwoordelijk gaan voelen voor die gemeenschap.'

Heeft u in uw opvoeding waarden meegekregen die u wilt doorgeven?

'Solidariteit, voor elkaar zorgen. Dat staat in de islam heel centraal. Op school gaven mijn kinderen stukjes van hun mandarijntje of wat dan ook aan kinderen die niks hadden meegekregen voor in de pauze. Ik had ze gezegd dat het zo hoorde. Maar al snel zeiden ze: "Dat doen we niet meer hoor, wij zijn de enigen die dat doen''.'

Vroeger leerde je als kind in Nederland ook op die manier dat je moest delen. Het hoort ook tot de christelijke waarden.

'Dat weet ik. Maar ik ben bang dat het in dit rijke land zo ver op de achtergrond geraakt is, dat veel kinderen helemaal niet meer weten dat het eigenlijk zo hoort. In Marokko is het bittere noodzaak dat familie en vrienden en buren elkaar helpen, ook met geld. Ik ken geen enkele Marokkaan in Nederland die niet regelmatig geld geeft aan familieleden in Marokko die het slecht hebben. Het is geweldig dat hier al zo lang sociale zekerheid is. Maar de gedachte dat daardoor ook altijd wel opvang is voor alles en iedereen, klopt niet. Ik zal je een voorbeeld geven dat we hier in huis pas hebben meegemaakt. Een vrien dinnetje van mijn kinderen sliep hier omdat ze door haar ouders op straat was gezet. Oké, denk je, een nachtje logeren en dan weer naar huis. "Nee mam", zeiden de kinderen, "ze mag niet meer thuiskomen, nooit meer.'' Ze waren heel verontwaardigd en ze vonden het vanzelfsprekend dat ze bij ons bleef want ze moest toch ergens slapen? Ik dacht: die ouders zullen wel opbellen, maar na een week hadden ze nog niets laten horen. Een Nederlands gezin, hoor, het kwam niet door taalproblemen of zo.'

Ze is er tevreden over dat haar kinderen het vanzelfsprekend vinden een meisje dat geen dak boven haar hoofd heeft, een tijdje in huis te halen. 'We hebben die solidariteit er blijkbaar toch flink ingepompt.'

Ze gebruikt het woord 'solidariteit' om op de politiek over te schakelen. De gedachte dat de bevolkingsgroep van islamitische huize op morele grond aansluiting kan vinden bij het cda, is volgens haar irreëel. 'De mensen kijken welke partij hun belangen behartigt in de belangrijke dingen van het leven: gezondheidszorg, onderwijs, werkgelegenheid.' Integratie werkt heel anders dan intellectuelen als Scheffer en Schnabel denken, zegt ze. 'Die moeten eens achter hun bureau vandaan komen om een rondje door de samenleving te lopen', riep haar man toen vorig jaar de door Paul Scheffer ontketende discussie over integratie in de media werd gevoerd. 'Dat mensen hun kinderen naar een islamitische school sturen, wil helemaal niet zeggen dat zij uit religieus conservatisme een eigen zuil in Nederland willen vormen. Nordin en ik waren zonder meer voor de openbare school en dat zijn we nog, maar we hebben wel dingen meegemaakt waardoor we ons de onvrede kunnen voorstellen.'

De openbare school erkent maar één verhaal, zegt ze. 'Sabra kwam in de eerste klas van de basisschool in december thuis met het verhaal van Maria en Jozef en een kindje in een stal. Mooi hoor, niks tegen, ik vind de verhalen van het christendom spannend en ik hoor ze graag. Maar waarom alléén die verhalen? Ze vertelden er nooit een uit het jodendom, het boeddhisme, het hindoeïsme of de islam. Het was verder een goede school, dus ik heb gevraagd waarom ze dat niet deden. Ze gaven me gelijk dat dat eigenlijk zou moeten, maar ze hadden geen budget om zoiets te organiseren.'

Haar Nederlandse vriendinnen, moeders van kinderen op dezelfde school, waren het met haar eens, maar tot actie voeren kwam het niet. 'Door veel met de kinderen te praten, probeerden we thuis de nodige aanvulling te geven. Maar ik kan me voorstellen dat mensen denken: op een islamitische school krijgen ze wél onze eigen verhalen, daar voelen ze zich beter thuis, dus dan gaat het leren misschien ook beter. Alle ouders willen het beste voor hun kind. Als dat binnen het reguliere onderwijs niet kan, zoeken ze het elders.'

Veel uitsluiting gebeurt onbewust, zegt ze. 'Zelf heb ik daar goede afweermechanismes tegen ontwikkeld, maar het raakt me vreselijk als ik het bij kinderen zie gebeuren. Het is toch gewoon logisch dat een openbare basisschool kinderen gelijk behandelt? Dat houdt in dat je vertelt welke gewoonten en verhalen bij de verschillende religies horen. Een keertje iets doen aan het islamitisch suikerfeest of hindostaanse pannenkoeken bakken, zoals nu op sommige scholen gebeurt, is best aardig, maar het is niet genoeg.'

Waarom heeft de Marokkaanse gemeenschap toegestaan dat de opvoering van Aïsja, het theaterstuk over het leven van de dochter van de profeet Mohammed, werd afgelast na dreigementen van fundamentalisten?

'Ik vind het heel erg dat dit kan gebeuren. Mij wordt de kans onthouden om in Nederland een goed toneelstuk te zien van een Algerijnse schrijfster, gespeeld door Marokkaanse acteurs. Als je bedreigd wordt en je bent echt bang, dan moet je aangifte doen bij de politie. Ook als de bedreiging uit Marokko komt want ook daar vechten intellectuelen voor vrijheid van meningsuiting. Er is daar de laatste jaren veel veranderd. In Nederland is maar een klein groepje dat zich dit aantrekt want het gaat over toneel en dat leeft niet onder de Marokkanen hier. De meesten gaan niet naar een theater, dus dat hele incident is niet tot hen doorgedrongen. Helaas gaan mensen uit onwetendheid ook wel meepraten als gezegd wordt dat iets tegen de islam is. Dat is twee jaar geleden gebeurd, toen in Nederland stemmen ingezameld werden om in Marokko een wetswijziging tegen te houden die het voor vrouwen mogelijk zou maken het initiatief tot echtscheiding te nemen. Er werd echt stemming gemaakt door een stel reactionairen die het voorstelden alsof er in Marokko iets verschrikkelijks zou gebeuren als die wet niet werd tegengehouden.'

U maakt zich daar erg kwaad over?

'Natuurlijk. Die wetswijziging is er niet gekomen. Er zijn veel maatschappelijke organisaties in Marokko die willen dat de familiewetgeving gemoderniseerd wordt, maar geen enkele politieke partij waagt het nog om daarover opnieuw te beginnen. Maar het ergste vind ik nog het misbruik dat er gemaakt wordt van de onwetendheid.'

De identiteitsproblemen van Marokkaanse jongeren worden gedeeltelijk veroorzaakt door de onwetendheid van de ouders, zegt ze. 'Het is heel erg om te zien dat je ouders niet kunnen meekomen en niet serieus worden genomen. De eerste generatie heeft nooit de kans gekregen om behoorlijk Nederlands te leren. Mijn moeder krijgt nu pas Nederlandse les, van het geld dat er nu is voor de verplichte inburgering.' Ze schiet in de lach: 'Ze vertelt me nu steeds wat een rare dingen ze op die cursus leert, over Mies en Miep en zo. Mijn moeder redt zich best hoor, ze gaat overal op af. Ze kan geen letters lezen, maar wel cijfers en ze heeft haar eigen systeem ontwikkeld om dingen te noteren en te onthouden. Dat hebben ze, geloof ik, allemaal. Een van haar vriendinnen heeft een prachtig adressenboekje want die maakt naast ieder telefoonnummer een tekeningetje. Bijvoorbeeld een weegschaaltje bij het nummer van kennissen die vlak bij de rechtbank wonen.'

U maakt zich zorgen over de identiteitsproblemen die Marokkaanse jongeren bijna allemaal hebben. Hoe is dat bij u gegaan toen u als tiener in Nederland kwam?

'Ik heb geen probleem gehad met mijn identiteit. Ik heb goede herinneringen aan mijn jeugd in Marokko. Ik wist waar ik bij hoorde. Dat weten zij niet, dat is het probleem. Ik vind het nog altijd heerlijk om in dat dorp te komen. Ik word er omarmd, ze houden er onvoorwaardelijk van me. Mijn oma is er niet meer en elk jaar hoor ik wie er overleden zijn. Maar toch: je voelt en je ruikt dat je er thuishoort. In 1989 ben ik om politieke redenen op het vliegveld gearresteerd toen ik aankwam, met mijn kinderen. Ik heb toen een paar weken gevangen gezeten. Vier jaar kon ik niet terug naar Marokko. Het was of ik geen grond meer onder mijn voeten had. Ik was ontzettend gelukkig toen ik weer naar mijn dorp mocht.'

Doordat ze wist waar ze hoorde, kon ze zich pantseren tegen de uitsluiting die ze in Nederland vaak meemaakte. 'En het stigma van de criminaliteit was er nog niet toen ik een tiener was. Vooral de jongens krijgen dat, maar het werkt door in de hele familie.' De cijfers kun je niet ontkennen, geeft ze toe. 'Maar door de publiciteit wordt het zo sterk benadrukt dat het wel lijkt of criminaliteit het enige is waarmee Marokkanen zich bezighouden. Terwijl er een heleboel buurtinitiatieven zijn die door de mensen zelf genomen worden. De Marokkaanse vaders in Slotervaart hebben er prijzen voor gekregen, maar ook bij ons, in de buurt rond het Mercatorplein, zijn een paar oudere Marokkaanse mannen die van alles organiseren. Nordin en ik werden laatst officieel uitgenodigd voor een feest in het buurthuis, we moesten vooraan zitten en werden behandeld als eregasten. Het is ontroerend om te merken dat ze trots op je zijn. Zelf ben ik ook trots op een paar mensen. De schrijver Abdel Kader Ben Ali bijvoorbeeld. Hij heeft naam gemaakt met Bruiloft aan zee. Sabra heeft hem op school op haar boekenlijst gezet. Zij zit op het gymnasium en hij geldt daar als een erkende schrijver van nieuwe literatuur. Hij heeft trouwens wél stelling genomen tegen het stoppen van Aïsja. Ik heb hem laatst ontmoet, op een receptie. Ik herkende hem van de foto's die ik had gezien en liep op hem af. Ik zag uit de verte dat hij mij ook herkende. Toen we tegenover elkaar stonden, gebeurde er iets heel geks. We zeiden hetzelfde, op hetzelfde moment: "Ik ben trots op je".'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.