Nieuws Taalbrigade

Kabinet zet ambtenaren op taalles in strijd tegen wollig taalgebruik

Omwonenden van een nieuw zwembad die ‘relevante stakeholders’ worden, geen mislukte maar ‘suboptimale’ ict-projecten en ondoordringbare stapels per hedens, jongstledens en dientengevolges: het soms wel erg wollige taalgebruik van de overheid is voor lang niet iedere Nederlander goed te volgen. Dat moet anders, vindt staatssecretaris Raymond Knops (Binnenlandse Zaken).

Raymond Knops, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, lanceerde woensdag zijn Direct Duidelijk Brigade. Beeld ANP

Knops lanceerde woensdag zijn Direct Duidelijk Brigade, een team van uiteindelijk honderd taalcoaches dat overal in het land ambtenaren gaat helpen bij het gebruik van klare taal. Met de hulp van de brigade moeten provincies, overheden en organisaties als de Belastingdienst nog dit jaar de honderd meest verstuurde teksten (zoals brieven en folders) opkalefateren, met ambitieuzere doelen voor volgend jaar. Knops heeft er eenmalig 3 miljoen euro voor over.

De oprichting van de brigade is een vervolg op de Direct Duidelijk-campagne die de CDA’er in 2018 lanceerde. Overheden konden een tekst ondertekenen waarin ze beloofden voortaan écht helder te schrijven, er kwam een website waarop schrijftips en tekstmodellen te vinden zijn, en er werd een verkiezing uitgeschreven voor de duidelijkste ambtenaar. 

Een volwaardige oplossing was het niet voor een probleem dat zo oud is als de overheid zelf. Er zijn boots on the ground nodig, zegt Knops nu.

Misgelopen uitkering

Er moet hulp van buitenaf aan te pas komen omdat het verfraaien van de communicatie meestal niet bovenaan het prioriteitenlijstje staat. Volgens Lydeke van Os, taalexpert bij Genootschap Onze Taal en een van Knops brigadiers, besteden overheidsorganisaties hun schaarse geld en mankracht liever aan iets anders. 

‘Veel brieven zien er op het eerste gezicht ook best goed uit’, zegt Van Os. ‘Maar wat ambtenaren vaak vergeten, is dat zij wel, maar de briefontvangers niet over voorkennis beschikken.’

Door de ouderwetse en ambtelijke taal gebeurt het te vaak dat laaggeletterden brieven niet begrijpen. Dat kan verstrekkende, verborgen consequenties hebben. ‘Er zijn mensen die een uitkering mislopen omdat ze niet uit de tekst halen dat ze ervoor in aanmerking komen’, aldus Van Os. ‘Die kunnen echt overvallen worden door zo’n onbegrijpelijke tekst. En laten het er dan maar bij zitten.’

Als voorbeeld van hoe het ook kan, noemt ze Rotterdam. Die gemeente organiseert schrijfworkshops, laat ambtenaren en redacteuren samen brieven schrijven en zet testpanels van gewone Rotterdammers in die vooraf meelezen. Ook gebruikt de gemeente ‘beeldbrieven’. Dat zijn brieven waarin afbeeldingen de plaats innemen van tekst.

‘Hoe kunnen we het begrijpelijker maken, zonder verplichte juridische termen weg te laten? Dat staat soms op gespannen voet met elkaar’, zegt Fenny Brandsma, een van de Rotterdamse tekstschrijvers. Herhalen kan uitkomst bieden. ‘Dan noemen we eerst het gewone en later het juiste juridische woord.’

Jip-en-janneketaal

Het versimpelen van de taal kan ook zijn doel voorbijschieten, waarschuwt Peter Zuijdgeest. Hij biedt al dertig jaar schrijfcursussen aan voor overheden en bedrijven. ‘De Direct Duidelijk-campagne stuurt aan op schrijven op taalniveau B1. Dat is jip-en-janneketaal. Als je zo al je brieven opstelt, beledig je de intelligentie van een groot deel van je inwoners.’

Beter is het om per brief te kijken welk taalgebruik nodig is, zegt Zuijdgeest. ‘Welke groepen wil je bereiken? Het is geen one size fits all.’

Geen ‘voorts’ maar ‘verder’

Ook de rechtspraak moet klare taal spreken, vinden de Tweede Kamer én rechters zelf.  ‘Zijn er eigenlijk niet-juristen die weleens het woord ‘voorts’ in een tekst gebruiken?’

Begin september kwamen er van de hand van columnist Sheila Sitalsing twee columns: een in haar gebruikelijke stijl, en een op verzoek van de Volkskrant door communicatiebureau Bosman hertaald voor laaggeletterden

Brieffragmenten ‘voor’ en ‘na’ uit het project ‘Duidelijke taal’ van de gemeente Rotterdam.

Voorbeeld 1:

Was:

Let op: uw afspraak is tijdgebonden. Als u 10 minuten van tevoren aanwezig bent, heeft u voldoende tijd om u te registreren.

Is nu:

Zorg dat u er 10 minuten eerder bent. U heeft dan tijd genoeg om u aan te melden.

Uitleg van Fenny Brandsma, tekstschrijver voor de gemeente Rotterdam: ‘Voor laaggeletterden zijn woorden als registreren en tijdgebonden lastig, dus die laten we weg. Ook proberen we de tekst korter te maken als het korter kan en zetten we vaker een punt. Het uitgangspunt is één boodschap per zin.’

Voorbeeld 2:

Was:

U ontvangt deze brief omdat uw reisdocument, een paspoort, verloopt op 16 juli 2014. Met een verlopen paspoort kunt u niet naar het buitenland reizen. Ook is het niet meer geldig als identiteitsbewijs. Vernieuw daarom op tijd uw reisdocument.

Is nu:

Uw paspoort is vanaf 7 november 2017 niet meer geldig. Vraag daarom op tijd een nieuw paspoort aan.

Fenny Brandsma: ‘Hier willen we bereiken dat iemand een nieuw paspoort aanvraagt. Alle andere informatie is ballast en laten we dus weg. Je mag best aannemen dat de ontvanger weet dat een paspoort nodig is om een reis naar het buitenland te maken. En ook hier geldt: hoe korter de tekst, hoe beter.’

Voorbeeld 3:

Was:

Het is belangrijk dat u komt. Als u niet komt, loopt u het risico dat de gemeente uw uitkering tijdelijk verlaagt na eventuele toekenning. Heeft u een traject bij de Kredietbank? Dan kan dit ook gevolgen hebben voor uw traject.

Verhinderd

Kunt u om een dringende reden niet komen? Geeft u dit dan uiterlijk één werkdag voor de afspraak door via telefoonnummer (010) 123 45 67. U kunt dan een nieuwe afspraak maken.

Is nu:

Kunt u niet op de afspraak komen?

Heeft u een belangrijke reden om niet te komen? Bel mij dan voor woensdag 30 oktober op telefoonnummer (010) 123 45 67. Ik maak dan een nieuwe afspraak met u.

Komt u niet naar het gesprek? En maakt u geen nieuwe afspraak? De gemeente kan dan uw uitkering tijdelijk verlagen.

Fenny Brandsma: ‘We proberen de Rotterdammer vriendelijker te benaderen. Waar we in de originele tekst begonnen met het risico dat de gemeente de uitkering verlaagt, gaan we er in de tweede tekst vanuit dat de briefontvanger gewoon op de afspraak komt. En we schrijven zo persoonlijk mogelijk.’

Fenny Brandsma: ‘Een beeldbrief zetten we in als de ontvanger actief iets moet doen. Door beeld te gebruiken kan de brief korter. De kans is dan veel groter dat de ontvanger, en zeker als die laaggeletterd is, er wat mee doet. De man op de foto werkt bij de gemeente – bestaande foto’s vonden we te commercieel.’ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden