AnalyseIntegratiebeleid

Kabinet wil meer maatwerk én meer plichten voor nieuwe immigranten

De vrijblijvendheid moet uit het Nederlandse integratiebeleid. Bij de inburgeraar en bij de overheid. Dat is de kern van het nieuwe inburgeringsstelsel dat minister Koolmees (Sociale Zaken) maandag presenteerde. In 2020 gaat het in.

Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tijdens een bezoek re-integratiebedrijf DZB Leiden.Beeld Jerry Lampen

‘Te ingewikkeld en niet effectief’, zo kraakt Koolmees het huidige systeem, dat slechts vijf jaar geleden werd opgezet maar alom als mislukt wordt gezien. Maar hoe moet het wél? Koolmees’ drie grootste problemen – en zijn oplossingen – op een rij.

Immigranten zijn het Nederlands onvoldoende machtig…

Het huidige inburgeringsbeleid stimuleert niet om de taal zo goed mogelijk te leren. Om zeker te slagen, maken sommige immigranten hun taalexamen op een lager niveau dan zij eigenlijk aankunnen. De taaleis ligt bovendien te laag om een zo goed mogelijke startpositie op de arbeidsmarkt te hebben. Ook komen inburgeraars die moeite hebben met de taal te makkelijk onder hun examen uit.

Koolmees schroeft het vereiste taalniveau op van A2 naar B1, een niveau dat meer uitzicht biedt op een baan. Inburgeraars die de hoger gelegde lat niet halen, bijvoorbeeld omdat zij analfabeet in hun eigen taal zijn, volgen verplicht een alternatief traject. Daarin wordt hun geleerd hoe zij basale zaken in het Nederlands kunnen regelen – denk aan het praten met een leerkracht over de voortgang van de kinderen op de basisschool. Wie weigert de taal leren, krijgt een lagere uitkering.

‘Een heel goede zaak’, noemt Martijn van der Linden van Vluchtelingenwerk Nederland het streven naar het hoogst haalbare taalniveau voor iedere inburgeraar. ‘Wij zien dat het beheersen van de taal de sleutel is tot participatie in de samenleving.’ Wel vraagt hij zich af hoe het korten op de bijstand er in de praktijk uit moet gaan zien. ‘Uiteindelijk moet iedereen kunnen rondkomen. Ook voor immigranten geldt in Nederland het bestaansminimum.’

…worstelen met het regelen van hun eigen integratie…

Na hun aankomst zinken immigranten weg in het moeras van de Nederlandse bureaucratie. Ze moeten eigenhandig een lening bij DUO aanvragen om geld voor taalcursussen te kunnen voorschieten. Daarna moeten zij zelf een goede cursus vinden. Mede door hun gebrekkige beheersing van het Nederlands is dit voor inburgeraars een aanzienlijke hobbel. Soms kiezen zij voor kwalitatief zwakke of frauduleuze bureaus, waarna deze inburgeraars zonder diploma, maar met een schuld van duizenden euro’s achterblijven.

Koolmees wil dat gemeenten bij aankomst een persoonlijk stappenplan voor de immigrant opstellen. Dit moet maatwerk worden. Door de inburgeraar het regelwerk uit handen te nemen, kan deze zich volledig richten op het leren van het Nederlands en andere vereisten om snel te integreren, zo hoopt de minister. Het leenstelsel schaft Koolmees af: voortaan zoeken de gemeenten de taalcursussen uit.

‘Een stap in de goede richting’, oordeelt Tamar de Waal, die vorig jaar promoveerde op het inburgeringsbeleid in verschillende EU-landen. ‘Door een plan op te stellen en tussentijdse gesprekken te voeren zijn gemeenten beter in staat om een vinger aan de pols te houden. In het huidige systeem komt de gemeente er soms pas na drie jaar achter dat een inburgeraar​ niet goed meekomt.’

…en voelen te weinig druk om volledig in te burgeren

Nieuwkomers blijven te lang in de bijstand hangen, stelt Koolmees. Deze ‘onacceptabele uitkomst’ vindt zijn oorsprong in het huidige stelsel. Niet alleen bij het leren van de taal, maar in het hele inburgeringsproces zijn er te weinig verplichtingen voor de immigrant, vindt de minister. Het kost de staat belastinggeld en de immigrant de kans om een succesvolle toekomst op te bouwen in Nederland.

Koolmees wil daarom sneller financiële straffen kunnen uitdelen aan onwelwillende nieuwkomers. Zij zetten ook hun kandidatuur voor een vaste verblijfsvergunning of naturalisatie tot Nederlander op het spel. De bijstand wordt in Koolmees’ plannen niet langer overgemaakt aan de immigrant, maar aan de gemeente: deze betaalt dan de huur en andere vaste lasten. Wat resteert, is voor de statushouder.

‘Dreigen met het niet verlenen van een vaste verblijfsvergunning heeft weinig zin’, stelt De Waal. ‘Iemand die hier komt om herenigd te worden met familie of een oorlog te ontvluchten, is juridisch nauwelijks weg te sturen.’ Ook Van der Linden twijfelt aan de waarde van Koolmees’ strengere straffen. ‘In het huidige beleid zien we dat het dreigen met sancties juist demotiverend kan werken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden