Nieuws onderwijs

Kabinet wil dat scholen beter gaan uitleggen wat ze met hun geld doen

Schoolbesturen worden verplicht beter te verantwoorden hoe zij overheidsgeld uitgeven. Zo moet duidelijker worden welke bedragen naar de besturen zelf gaan, hoeveel per school wordt besteed, hoeveel zij in reserve houden en wat opgaat aan salarissen voor de leraren.

Met dit besluit trachten de Onderwijsministers Ingrid van Engelshoven (D66) en Arie Slob (ChristenUnie) grip terug te krijgen op de zogeheten lumpsum-geldstroom richting de onderwijsbesturen. Dat is de zak met geld die schoolbesturen krijgen om onderwijs te verzorgen op de scholen die onder hun hoede staan.

De lumpsum is twintig jaar geleden in fases ingevoerd en maakt geen onderscheid meer tussen geld voor personeel en materieel. Dat was destijds de reactie op de aanhoudende klachten dat het ministerie veel te veel centraal probeerde te regelen. Scholen gingen gebukt onder de circulaires vanuit Den Haag.

Sinds enkele jaren ligt de lumpsum ook weer onder vuur van de Tweede Kamer, omdat die als medewetgever niet altijd kan controleren of geld voor bijvoorbeeld conciërges, klassenassistenten of jonge leraren op de bestemde plaats terechtkomt. In de praktijk bleek achteraf vaak dat besturen het geld, dat bij de rijksbijdrage werd gevoegd, aan andere zaken besteedden.

De Onderwijsraad, het hoogste adviesorgaan van de ministers, concludeerde in de zomer na onderzoek dat de lumpsum een goed systeem is. Het stelt schoolbesturen in staat effectief in te spelen op lokale en regionale behoeften. De lumpsum waarborgt de inhoudelijke autonomie van scholen en de Onderwijsinspectie controleert de kwaliteit.

Wel zou de ingewikkelde rekenmethode die bepaalt hoeveel een schoolbestuur krijgt, aanmerkelijk vereenvoudigd moeten worden. Het aantal criteria dat wordt gebruikt, zou drastisch moeten worden teruggeschroefd. Ook concludeerde de raad dat de politiek zich niet meer, maar juist nog minder moet bemoeien met de besteding: kabinet en Kamer zouden ‘terughoudender’ moeten zijn met specifieke wensen.

Benchmarks

In dat advies gaan de ministers niet mee. Weliswaar blijft de lumpsum overeind, maar de eigen keuzes die besturen maken en de besteding van geld dat voortkomt uit ‘landelijke prioriteiten’ moeten zij beter inzichtelijk maken. Dat moet met ‘verplichte en openbare benchmarks’, jargon voor identieke registratie waardoor uitgaven van scholen vergelijkbaar worden.

Zo trekt Den Haag via verantwoording achteraf de touwtjes strakker aan, om van de lumpsum in mindere mate het zwarte gat te maken dat het op dit moment vooral voor de werkvloer vaak is. Dat voornemen is extra van belang nu in het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III meer geld is vrijgemaakt voor onderwijs. De werkdruk moet omlaag en de salarissen in het primair onderwijs gaan omhoog. Juist deze maand zouden leraren dat voor het eerst in hun portemonnee moeten merken.

Weliswaar beamen de bewindslieden in hun Kamerbrief dat zij het ‘uitgangspunt delen’ om niet te veel vanuit Den Haag voor te schrijven, maar daar laten zij direct op volgen: ‘Soms kan het echter ook nodig zijn om vernieuwing tijdelijk te stimuleren of afspraken te maken over problemen die de sector zelf nog niet voldoende aanpakt.’

Teleurgesteld

Ziedaar de stok achter de deur. Scholen kunnen op dit punt ‘heldere afspraken’ tegemoet zien: ‘Over de verwachte inzet, welk resultaat gemeten moet worden en waarover de besturen zich achteraf verantwoorden.’ Hier wijkt het kabinet duidelijk af van de Onderwijsraad. De Rotterdamse hoogleraar onderwijsrecht Pieter Huisman, die als lid van de Onderwijsraad aan het advies werkte, zei in juli tegen de Volkskrant: ‘Je kunt het onderwijs niet aansturen als een centraal geleide planeconomie.’

In de Kamer reageren zowel coalitiepartij D66 als oppositiepartij SP teleurgesteld. ‘Het moet rigoureus anders’, zegt D66-Kamerlid Paul van Meenen. ‘We moeten toe naar het bekostigen van scholen in plaats van besturen. Er blijft nu te veel geld hangen.’ Ook SP-Kamerlid Peter Kwint wil meer regie. ‘De bewindslieden durven niet fors in te grijpen in de lumpsum en worden daarin gesteund door de Onderwijsraad. Tja, dan blijft de doelfinanciering over. Terwijl breed de onvrede leeft, zowel bij politici als leraren, over de vraag: waar blijft ons geld?’ 

Arie Slob en Ingrid van Engelshoven komen aan op het Binnenhof. Beeld Hollandse Hoogte
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.