Nieuws

Kabinet waarschuwt: oplopende inflatie bedreigt de koopkrachtplaatjes

Als de inflatie volgend jaar uitkomt op 3,4 procent, dan gaat iedereen erop achteruit. Op Prinsjesdag ging het kabinet nog uit van een minimale koopkrachtverbetering van 0,1 procent bij 1,8 procent inflatie. Indien de inflatie bijna twee keer zo hoog wordt, dreigt gemiddeld 1,4 procent koopkrachtverlies.

Gijs Herderscheê
Waarnemend demissionair minister Dennis Wiersma van Sociale Zaken op het Binnenhof.  Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Waarnemend demissionair minister Dennis Wiersma van Sociale Zaken op het Binnenhof.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Dat schrijft waarnemend demissionair minister van Sociale Zaken Dennis Wiersma (VVD) aan de Tweede Kamer in antwoord op vragen van Kamerlid Pieter Omtzigt. Die vroeg om een berekening van de koopkrachteffecten als de inflatie dit jaar en in 2022 uitkomt op 3,4 procent.

Het kabinet rekende tot nu toe met 1,9 procent inflatie dit jaar en 1,8 procent komend jaar. Die cijfers lijken achterhaald nu de inflatie in oktober en november is omhooggeschoten. In oktober waren de prijzen 3,4 procent hoger dan een jaar geleden.

De stijgende inflatie wordt een speerpunt bij de behandeling van de begroting Sociale Zaken deze week in de Tweede Kamer. ‘Waar blijft uw koopkrachtherstelplan’, vroeg Léon de Jong (PVV) dinsdag aan Wiersma bij aanvang van de begrotingsbehandeling.

1,4 procent koopkrachtdaling

Dat de gemiddelde inflatie voor dit jaar nog uitkomt op 3,4 procent, acht Wiersma onwaarschijnlijk omdat het in de eerste helft van het jaar wel meeviel. Mocht het toch zover komen, dan slaat de berekende koopkrachtstijging voor ‘alle huishoudens’ van 0,8 procent om in een daling van 0,7 procent.

Als de geldontwaarding volgend jaar uitkomt op 3,4 procent, dan gaan ‘alle huishoudens’ er 1,4 procent op achteruit. Alle inkomensgroepen die bij de koopkrachtplaatjes worden doorgerekend, gaan erop achteruit. Voor gepensioneerden was op Prinsjesdag nog gemiddeld 0,1 procent koopkrachtverbetering voorzien, maar dat slaat bij 3,4 procent inflatie om in 1,3 procent achteruitgang.

Doorwerking op lonen en uitkeringen

Wiersma nuanceert deze ramingen wel. ‘Bij het Centraal Economisch Plan of bij een doorrekening van het Regeerakkoord in maart 2022 publiceert het Centraal Planbureau een nieuwe raming voor 2022. Een opwaarts bijgestelde inflatie zal waarschijnlijk een macro-economische doorwerking hebben op onder andere de lonen, waardoor het effect op de koopkracht op dit moment lastig in te schatten is.’

De uitkeringen en het minimumloon zijn gekoppeld aan de gemiddelde cao-loonsverhoging. Als, zoals Wiersma suggereert, de lonen omhoog gaan door de stijgende inflatie, dan volgen ook de uitkeringen. Bij de kabinetsformatie wordt nu bijvoorbeeld gesproken over verhoging van het minimumloon. In principe volgen uitkeringen zoals de AOW en de bijstand zo’n verhoging. Als dat gebeurt, dempt dat de gevolgen van de inflatie voor de groepen die deze uitkeringen ontvangen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden