Kabinet vergeet milieu-erfenis

Vervuilde bagger en de overbemesting van landbouwgronden, erfenissen van economische groei, zijn stiefkindjes in het kabinetsbeleid. Jan de Wit en Paul Vertegaal bepleiten een hogere prioriteit voor investeringen in sanering van het natte milieu....

JAN DE WIT; PAUL VERTEGAAL

DE kabinetsvoorstellen voor grote investeringen in milieu en infrastructuur, die vandaag in de Tweede Kamer worden behandeld komen natuur en milieu maar mondjesmaat ten goede. De revenuen van het poldermodel komen vooral terecht bij traditionele bouwprojecten, zoals rijkswegen. Vooral de erfenissen van een zelfde eenzijdige economische groei in het verleden blijven liggen. Aan het opruimen van vervuilde bagger in onze wateren en met mest verzadigde landbouwgronden wil het kabinet vooralsnog niets besteden. Aan z'n scheve verhouding van toekomstinvesteringen hebben onze kinderen straks niks.

De zogenaamde ICES-brief, waarin het kabinet voorstellen doet voor grote investeringen in vooral infrastructuur, omvat investeringen van vele miljarden. Vanuit de filosofie van Paars, dat economie en milieu samen moeten kunnen gaan, met het oog op de leefomgeving van toekomstige generaties. Het opruimen van vervuilde bagger (driekwart van onze waterbodems) en met meststoffen verzadigde landbouwgronden hoort daar zeker bij. Daaraan is de overheid nog nauwelijks toegekomen. Intussen lekken er steeds meer gif- en meststoffen naar ons grond- en oppervlaktewater.

Eindelijk zou daar verandering in kunnen komen: de staatskas bood de laatste decennia nog nooit zoveel ruimte als nu. Maar blijkens de ICES-voorstellen kiest het kabinet toch weer voor een ouderwets investeren in infractrutuur. Van de 20 miljard die het kabinet nu wil besteden, gaat meer dan de helft naar stadsontwikkeling en economische kennisontwikkeling. Resteert een op zich behoorlijk bedrag voor natuurontwikkeling om de pijn te verzachten. Maar voor het saneren van vervuilde waterbodems, de erfenis van vroegere watervervuiling, wordt geen geld uitgetrokken en voor met mest verzadigde gronden nauwelijks.

Hoewel er nog steeds te veel mest wordt gebruikt in de Nederlandse landbouw was dat in het recente verleden veel erger. Het heeft geleid tot honderdduizenden hectaren landbouwgrond waar de meststoffen stikstof en fosfaat rechtstreeks uitspoelen naar het grond- en oppervlaktewater. Een groot deel van die stoffen heeft het grondwater nog niet bereikt, maar als we niet snel iets doen gaat de zuivering van het drinkwater straks honderden miljoenen per jaar kosten.

De regering behandelt dit vraagstuk terecht in samenhang met de herstructurering van de veehouderij: verdere oplading van de bodem met meststoffen kan alleen worden voorkomen als de mestproductie flink wordt teruggeschroefd. Maar het totale bedrag dat het kabinet reserveert voor dit cluster van 'reconstructie kwestbare gebieden/varkenshouderij' is minder dan een derde van wat de ambtenaren noodzakelijk achten. Het gevaar is erg groot dat alles naar de herstructurering van de varkenshouderij gaat en de fosfaat- en nitraatvervuiling intussen rustig doorzakt naar het grondwater, waar het de drinkwaterreserves voor onze kinderen vervuilt.

Voor de aanpak van de vervuilde waterbodems wil de regering eigenlijk helemaal niets beschikbaar stellen. Het kabinet wil dat er eerst nog meer onderzocht wordt. Daarvoor is 50 miljoen beschikbaar. Alsof niet nu al bekend is dat het opruimen van bagger, vol met zware metalen, olie, PAK's, meststoffen en andere viezigheid, hoe dan ook miljarden gaat kosten. Elk miljard dat daarvoor nu al wordt gereserveerd, kan gegarandeerd goed besteed worden.

Van massa's vervuilde lokaties is nu al bekend dat die morgen al kunnen worden aangepakt. Onlangs gaven de gemeenten precies aan hoe dat zit in havens en vaarwegen die onder hun beheer vallen. Het saneringsplan voor de rijkswateren bevat tal van aanwijzingen voor de grote wateren en elke provincie heeft wel een rapport met probleemlokaties. Naar de bijbehorende schoonmaaktechnieken is het onderzoek juist kortgeleden afgesloten. Gemeenten, provincies en rijksdiensten staan te springen om te beginnen en de baggeraars en aannemers zijn er klaar voor. Elke kuub bagger die intussen blijft liggen betekent dat de sluipende verspreiding van de vervuiling doorgaat en toekomstige saneringskosten nog verder zullen stijgen.

Maar de vervuilde waterbodems zijn niet alleen een probleem voor de toekomst, ook nu al zijn de effecten duidelijk zichtbaar. Ecologisch zijn vervuilde bodems sterk verarmd en door het 'naleveren' van gifstoffen en fosfaat staat het er in het bovenstaande oppervlaktewater ook niet al te best voor. Door gebrek aan geld voor een verantwoorde verwerking van het vuile slib wordt er al jaren nauwelijks onderhoud gepleegd aan de waterwegen. Zo slibben havens en vaargeulen dicht, tot ongerief van de scheepvaart en met gevolgen voor de afvoerend vermogen van onze kanalen en rivieren.

In oktober 1997 had de Tweede Kamer deze samenhangende problematiek nog goed voor ogen gezien de Kamerbreed gedragen motie Van den Berg cs. waarin de regering werd verzocht om bij de ICES-gelden hoge prioriteiten te geven aan de sanering van waterbodems. Het lijkt helaas nodig dat de Tweede Kamer het kabinet ergens aan helpt herinneren.

Jan de Wit en Paul Vertegaal zijn beleidsmedewerkers bij Het Waterpakt, samenwerkingsverband van de Waddenvereniging, Werkgroep Noordzee, Vereniging tot Behoud van het IJsselmeer en de Stichting Reinwater.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden