Kabinet verdedigt zwakke wetten van Verdonk

Ambtenaren, ministers, Kamerleden – Verdonk heeft haar nu vernietigde wetten er bij iedereen langs gekregen. Nu is het tijd haar af te vallen, stelt Willem Aantjes....

Willem Aantjes

De maanden waarin de Tweede Kamer op zomerreces is lenen er zich bij uitstek voor om gebeurtenissen uit het zicht te doen verdwijnen, die juist bijzondere aandacht verdienen.

Zulke gebeurtenissen zijn twee recente rechterlijke uitspraken, waarbij door oud-minister Verdonk tijdens het kabinet Balkenende-II ingediende en door (een meerderheid van) het parlement aanvaarde wetsontwerpen werden vernietigd.

Beide wetten hielden een inperking in van de rechten van aspirant-immigranten.

Het eerste geval betrof een Marokkaanse die zich bij haar man wenste te voegen en van wie de omstreden wet eiste dat zij eerst in eigen land de inburgeringscursus met succes diende te volgen alvorens toegelaten te kunnen worden. In het tweede geval maakte de wet het een Sri Lankaanse vrouw onmogelijk zich met haar man te verenigen, omdat haar inkomen niet de door de wet geëiste 120 procent van het wettelijk minimumloon haalde. Een derde wet van Verdonk die onder vuur ligt, verhoogt de in ons land geldende leeftijdsgrens van 18 jaar om te kunnen trouwen voor buitenlanders – naar 21 jaar.

Eerder moest Verdonk een aantal keren in het ontwerpstadium al bakzeil halen, omdat de Raad van State haar wetsontwerpen had geblokkeerd.

In alle gevallen sneuvelden haar besluiten en voornemens omdat die volgens het oordeel van de rechter c.q. de Raad van State juridisch niet deugden, omdat zij in strijd waren met andere wetten, met grondrechten of met Europese regelgeving.

Nu kan men redeneren dat zulke dingen nu eenmaal kunnen gebeuren en dat juist daarvoor waarborgen in ons rechtssysteem zijn ingebouwd in de vorm van een verplicht advies van de Raad van State of beroep bij de rechter.

Dat is ook zo, maar dan nog is het veelzeggend dat een en dezelfde oud-minister niet slechts een enkele keer maar keer op keer moet worden teruggefloten.

Mogelijk nog merkwaardiger is dat de betreffende wetten slechts met de instemming van een meerderheid in Tweede én Eerste Kamer tot stand konden komen. Is het met het staatsrechtelijke inzicht bij deze medewetgevende organen dan zo erbarmelijk gesteld? Neen, want de minister is bij de parlementaire behandeling van haar wetsontwerpen voor deze risico’s gewaarschuwd, ook van coalitiezijde. Dat haar voorstellen niettemin de eindstreep konden halen, is alleen te verklaren uit de omstandigheid dat overwegingen van coalitiebelang blijkbaar zwaarder wogen dan de juridische bezwaren.

Het meest onthullend is echter dat de minister niet alleen in het parlement maar ook door haar eigen departement op de bezwaren en gevaren is geattendeerd. Maar die had daar haar eigen antwoord op, zoals zij in 2005 in Trouw verklaarde: ‘Ik zei altijd tegen mijn ambtenaren: ga er maar van uit, dat het kan. We merken het wel, als het niet kan.’ Met andere woorden: iedereen, ambtenaren, Kamerleden, medeministers (ieder wetsontwerp passeert de ministerraad) hebben maar te doen, zoals ik het wil. Of dat ook uitvoerbaar of toelaatbaar is, zien we dan wel weer.

Ooit heb ik bij een kabinetsformatie als fractievoorzitter het staatshoofd moeten adviseren. Toen koningin Juliana mij doorzaagde over de mogelijke consequenties van mijn advies en ik daar danig mee in de knoop dreigde te raken, zei ik: ‘Dat zien we dan wel weer, majesteit.’ Daar kwam ik alleen mee weg als ik bereid was dit ook met zoveel woorden in mijn te publiceren schriftelijke bevestiging van mijn advies op te schrijven. Ik ging wel met een ander advies weg dan waarmee ik gekomen was! Goed, dat er een koningin was, die gewetensvol overeenkomstig en binnen haar constitutionele taak en bevoegdheden mij stevig met mijn neus op mijn verantwoordelijkheid drukte. Maar onder het kabinet Balkenende-II kwam een op het departement van Justitie (!) zetelende minister er wel mee weg bij kabinet en parlement.

Wat dit betreft kan de conclusie zijn: een minister of staatssecretaris voor Integratie, die zich aan haar/zijn voorgangster uit voorgaande kabinetten-Balkenende spiegelt, spiegelt zich zacht.

Hoewel, het huidige kabinet is tegen de rechterlijke uitspraken in beroep gegaan, daarmee in feite de vernietigde wetten van Verdonk mede voor zijn rekening nemend.

Benieuwd of zelfs dit geen aanleiding is voor enig Kamerlid om hierover opheldering te vragen, het zomerreces ten spijt.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden