spaargeldbelasting

Kabinet studeert op lagere spaarbelasting voor particulieren

De regering onderzoekt of de impopulaire vermogensrendementsheffing voor spaarders vervangen kan worden door een aparte spaargeldbelasting die gebaseerd is op de daadwerkelijk uitgekeerde spaarrente. Nu gaat de Belastingdienst nog uit van een fictief spaarrendement van (in de meeste gevallen) 1,94 procent. Deze belastingwijziging zou tegemoet komen aan de wijdverbreide onvrede over de relatief hoge belastingdruk op spaargeld.

Klanten staan in de rij voor het loket Stortingen van de Rijkspostspaarbank, Haarlem, Nederland, 22 maart 1951. Beeld Hollandse Hoogte / Spaarnestad Photo

Voor beleggers zou dan een afzonderlijke, hogere vermogensbelasting moeten gelden. De behaalde rendementen op aandelen en andere beleggingen zijn over het algemeen substantieel hoger dan die op spaargeld, maar tot nu toe scheert de Belastingdienst alle typen particulier vermogen over één kam. Over spaargeld heft de overheid nu evenveel belasting als op aandelen en andere beter renderende beleggingen. Alleen de overwaarde (het ‘stenen’ vermogen) op de eigen woning valt niet onder de vermogensrendementsheffing.

Hoewel dit kabinet de vermogensrendementsheffing in 2017 al flink heeft verlaagd, is het laagste tarief van 1,94 procent nog altijd hoger dan de rente die banken vergoeden op een spaarrekening. Zelfs een depositorekening waarop spaargeld 20 jaar lang vast staat, levert op dit moment niet meer dan 1,8 procent spaarrente op. Spaarders en beleggers betalen overigens alleen belasting over het vermogen boven de 30.360 (alleenstaanden) of 60.720 euro (fiscale partners). Circa 2,8 miljoen Nederlanders bezitten meer spaargeld of beleggingsvermogen dan dat vrijgestelde drempelbedrag.

Praktische uitvoerbaarheid

Staatssecretaris Menno Snel (Belastingzaken) wil de resultaten van het spaartaks-onderzoek op Prinsjesdag naar de Tweede Kamer sturen. Hij heeft het onderzoek besteld op verzoek van de Tweede Kamer, die daar tijdens een debat op 21 juni vorig jaar om vroeg. Of het kabinet echt een afzonderlijke spaarbelasting invoert, hangt mede af van de praktische uitvoerbaarheid.

Er zitten namelijk ook nadelen aan een afzonderlijke spaarbelasting, waarschuwt het ministerie van Financiën. Die maakt de belastingheffing complexer en biedt kwaadwilligen meer mogelijkheden belasting te ontduiken. Zo zouden beleggers hun aandelenportefeuille vlak voor de vermogenspeildatum (nu 1 januari) kunnen omzetten in spaargeld en op 2 januari weer in aandelen om de hogere beleggingsbelasting te ontlopen. ‘Maatregelen om dit tegen te gaan zoals meerdere peildata of generieke antimisbruikmaatregelen maken het stelsel complexer en verhogen de administratieve lasten voor de burger en de uitvoeringskosten, terwijl de mogelijkheden voor belastingontwijking naar verwachting groter zullen zijn dan in het huidige stelsel’, schrijft staatssecretaris Snel maandagochtend in een Kamerbrief.

Het spaarbelastingonderzoek is onderdeel van een breder onderzoek naar mogelijke verbeteringen van het belastingstelsel. Hervorming en vereenvoudiging van het belastingstelsel staat al heel lang op de politieke agenda, maar komt niet van de grond omdat coalities het niet eens worden over een totaalpakket. Elke politieke partij is bijvoorbeeld geneigd selectief te winkelen in de eerdere voorstellen die de onderzoekscommissies Van Weeghel en Van Dijkhuizen hebben gedaan. Zo willen VVD’ers de belasting voor bedrijven liever niet verhogen en PvdA’ers juist wel.

Selectief winkelen

Om te voorkomen dat dit opnieuw tot een patstelling leidt, wil het ministerie van Financiën nu wijzigingsvoorstellen doen die juist uitnodigen tot selectief winkelen, omdat ze per deelonderwerp verschillende opties (‘bouwstenen’) in kaart brengen waar het kabinet vervolgens uit kan kiezen. Dit bredere onderzoek besteedt speciale aandacht aan maatschappelijke ontwikkelingen die de belastingopbrengsten in de toekomst ingrijpend kunnen beïnvloeden, zoals de opkomst van de deel- en kluseconomie, het klimaatbeleid en de stijgende belastingdruk op arbeid (en dalende belastingdruk op kapitaal/vermogen).

 Belastingdienst wil ook Airbnb-verhuurders dwingen belasting te betalen

Het ministerie studeert ook op mogelijkheden om Nederlanders die hun huis verhuren via Airbnb en andere woningdeelplatforms vaker belasting te laten betalen. Dat zou kunnen door Airbnb en zijn concurrenten te verplichten inkomstenbelasting in te houden op de uitbetaalde verhuurinkomsten. Een andere optie is Airbnb te verplichten de verhuurgegevens te delen met de Belastingdienst, zodat de Belastingdienst zelf inkomstenbelasting kan heffen over de genoten verhuurinkomsten.

Mensen die hun woning verhuren via Airbnb of op de gewone verhuurmarkt, zijn al verplicht die huuropbrengsten als inkomsten op te geven aan de Belastingdienst, maar de overheid heeft nu geen mogelijkheden om te controleren of alle belastingplichtigen dat doen. De overheid heeft nu immers geen inzage in de verhuurgegevens van Airbnb, waardoor verhuurders de huurinkomsten gemakkelijk kunnen verzwijgen. Met het oog op de snelle groei van de Airbnb-verhuur, vooral in de grote steden, wil de overheid dit belastinglek proberen te dichten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.